Hoe zit het eigenlijk met klimaatopwarming? (Deel I)

Datum:
  • woensdag 20 mei 2026
  • in
  • Categorie: , , ,
  • Dikwijls leven er hardnekkige ideeën in de bevolking die niet stroken met hetgeen de wetenschap ons leert.



    20-5-2026


    Hoe zit het eigenlijk met klimaatopwarming? (Deel I)

    Dit essay bestaat uit twee delen. Morgen verschijnt het tweede deel, overmorgen gevolgd door een reactie van de diensten van de Europese Commissie op de analyse.

    Door Em. prof. Jan M.C. Geuns & Bernard S. J. De Muynck, ing.

    Dikwijls leven er hardnekkige ideeën in de bevolking die niet stroken met hetgeen de wetenschap ons leert. In de oudheid dacht men met grote zekerheid dat de zon rond de aarde draaide. Wetenschappers bestudeerden echter het heelal en toonden aan dat de aarde rond de zon draait en niet omgekeerd.

    Die wetenschappers werden verketterd en het kostte velen letterlijk en figuurlijk het hoofd. In de middeleeuwen en renaissance geloofde men nog in heksen. Iemands “heksengedrag” (wat dat ook moge geweest zijn) was voldoende om mensen te folteren tot de dood of levend te verbranden.

    Gebrek aan kennis en fundamentele wetenschappelijke bewijzen leiden dikwijls tot radicalisering hetgeen nu ook stilaan gebeurt bij de klimaatdoemdenkers en dat is een gevaarlijke ontwikkeling. We moeten ook in rekening brengen dat een “statistisch bewijs” geen wetenschappelijke waarde heeft en niets meer is dan een waarschijnlijkheidsberekening.

    Die heeft op zich niets te maken met een positief wetenschappelijk bewijs. Ook AI is daar trouwens op gebaseerd. Statistiek kan correlaties aanduiden, maar dat zou men eerder als eerste stap moeten zien om van daaruit experimenten te doen om eventueel een positief wetenschappelijk bewijs te leveren.

    Hoe erg is het eigenlijk gesteld met ons klimaat en moeten we ons zorgen maken over enkele graden opwarming? Studies van wetenschappers die niet aan doemdenken doen, geven ons meer inzicht in het grote aantal factoren die het klimaat kunnen beïnvloeden.

    Hierbij behoren de Nobelprijswinnaar Fysica (2022) John Clauser (zie onderstaand YouTube filmpje) en andere excellente wetenschappers waaronder Prof. S.E. Koonin. Het recente boek “Unsettled” (Koonin, 2024) is zeker waard om het te lezen, alleen al omwille van zijn eerste zin

    “For my many mentors, who taught me the importance of scientific integrity”.

    Ook al staat men als wetenschapper alleen om de waarheid boven water te brengen, toch mag men niet opgeven als men ingaat tegen algemeen geaccepteerde ideeën. Onze Belgische premier heeft in 2025 aangetoond dat men voor de juiste beslissing moet gaan, ook al staat men alleen tegen de rest van Europa. Bij het schrijven van deze tekst werd dankbaar gebruik gemaakt van de inzichten van Koonin (2024).

    Momenteel worden door velen wereldwijd CO2 e.a. broeikasgassen aanzien als de (enige) triggers voor klimaatopwarming, zeker na de massale samenkomst in 2023 van het IPCC van de VN. Daaruit is een “consensus” gegroeid dat CO2 en de andere broeikasgassen de triggers zijn van de klimaat-opwarming. Er wordt zelfs bijna geen rekening meer gehouden met de zon die ons licht en warmte geeft en met de kosmische straling afkomstig van geëxplodeerde sterren, die wolkenvorming stimuleert: die straling produceert geladen deeltjes in de atmosfeer die condensatiekernen vormen waardoor wolken kunnen ontstaan.

    Meer wolken verminderen de opwarming van het aardoppervlak door zonlicht te verstrooien en te weerkaatsen, terwijl een afname ervan de aarde beter kan doen opwarmen. Ook de activiteit van de zon speelt hierbij een rol, omdat een sterker magnetisch veld van de zon meer galactische kosmische straling tegenhoudt. Ook gigantische gebeurtenissen (bv. meteorieten-inslag, invloed van platentektoniek, vulkaanuitbarstingen, e.d.) kunnen een invloed hebben op het klimaat.

    Het CO2-verhaal is stilaan uitgegroeid tot een nieuw dogma. Wetenschappers die hun gegronde twijfels hebben over dit klimaatdogma, worden verketterd, worden de mond gesnoerd, verliezen hun jobs (zelfs in België) en zouden volgens de klimaatactivisten moeten vervolgd worden.

    Een aantal jaar geleden hebben die klimaatactivisten bijna een jaar lang de lessen gebrost om te betogen. Aan alle politieke partijen werd de vraag gesteld of die brossers hetzelfde diploma zouden bekomen terwijl ze ±22 % van de leerstof misten, of is het zo dat het leerprogramma zonder problemen kan ingekort worden omdat het 22% te lang is?

    Alle politieke partijen antwoordden voorzichtig dat het inderdaad beter zou zijn als ze in het week-end demonstreren. Alleen Groen heeft die brospartijen en betogingen goedgekeurd. Als wetenschapper kan men daaruit afleiden dat Groen geen interesse heeft om besluiten te baseren op wetenschappelijk bewezen feiten. We hebben pas nog gezien hoe gebrek aan kennis kan leiden tot armzalige speeches.

    Hebben klimaatactivisten het wel bij het rechte einde? Als wetenschapper accepteert men positief wetenschappelijke bewijzen en dat heeft eigenlijk niets te maken met een “consensus”.

    Verder mag men ook niet de fout maken om temperatuur en weerbericht (beide zeer onbetrouwbaar en zelfs voor de eerstvolgende dagen moeilijk te voorspellen) te verwarren met klimaat, dat in principe over referentieperiodes van 30 jaar wordt beschouwd. Het is ook bewezen dat precieze temperatuurmetingen ver genoeg van steden moeten gebeuren. Het is ook al langer bekend dat het wispelturige weer in België sterk kan verschillen tussen bv. de kuststreek, het binnenland, de Kempen en de Ardennen. Die aparte gebieden verschillen sterk qua bodemgesteldheid. Neerslaghoeveelheid in slechts 1 meetpunt geven lijkt niet correct. In een land als België zou men zoveel mogelijk meetpunten moeten beschouwen verspreid over gans België. Het lijkt alvast beter om de temperatuur- en neerslagmetingen van de verschillende vlieghavens te gebruiken omdat die verspreid liggen over het grondgebied.

    In het verre verleden zijn er gigantische klimaatverschuivingen geweest waar de mens helemaal niets mee te maken had en er ook geen enkele invloed op kon hebben. Tijdens het steentijdperk veranderden bv. de klimaatomstandigheden op zo een wijze dat de toenmalige, waarschijnlijk grootste stad op de wereld, Liangzhu, gelegen in het Zuidoosten van China in de lagere Yangtze regio, verlaten is (Zhang et al., 2021).

    De Lianzhu-cultuur bestond reeds ± 5300 jaar geleden en was waarschijnlijk technologisch sterk geavanceerd. Door middel van dijken deden ze aan waterbeheersing nodig voor de rijstteelt en er bloeide ook een jade-industrie. De cultuur en stad verdwenen ± 4300 jaar geleden door grote klimaatveranderingen: extreme droogteperiodes werden gevolgd door buitensporige regenval en modderstromen en gigantische aardverschuivingen. Het zou aannemelijk kunnen zijn dat tijdens de droogteperiodes de dijken minder goed onderhouden werden, waardoor het water bij de stortbuien vrij spel kreeg. Die droogteperiodes en periodes van regenval kunnen worden beoordeeld door de studie van stalagmieten in 2 naburige grotten van Jiulong en Shennong. Van overmatige uitstoot van broeikasgassen was er toen zeker geen sprake.

    Platentektoniek beschrijft grote tektonische platen van de aardkorst die langzaam bewegen. Deze bewegingen, veroorzaakt door stromingen in de onderliggende asthenosfeer, veroorzaken geologische fenomenen zoals aardbevingen, vulkanisme en de vorming van gebergten. Indien groot genoeg, kunnen deze ook het klimaat beïnvloeden en/of tsunami ‘s veroorzaken.

    Ook inslag van zeer grote meteorieten kan aanleiding geven tot vorming van immense stofwolken rond de aarde hetgeen bv. leidde tot het uitsterven van de dinosauriërs (66 miljoen jaar geleden) alsook tot vulkaanuitbarstingen.

    We mogen ook niet vergeten dat tijdens de recente ijstijden Zweden tot ± 12000 jaar geleden nog bedekt was met een ijskap. Daartegenover staat dan dat 45 miljoen jaar geleden België en de ons omringende landen (tijdelijk) een klimaat hadden met zeer warme temperaturen. De CO2-concentraties waren toen ook zeer hoog (zie Figuur 3). De moderne mens bestond toen nog niet (ontstaan ± 200.000 jaar geleden).

    De woestijn van Judea bij de Dode Zee is een van de voorbeelden die meer inzicht geven in de klimaatgeschiedenis uit het verre verleden. Het water van het Lissan-meer (zogenaamde Oude Dode Zee) stond jaren geleden wel 100 à 120 m hoger dan het uitgedroogde niveau nu en het meer bevatte zoet water. Aan de hand van de afzettingen die nu bloot liggen kan men een idee krijgen van de klimaatgeschiedenis van de aarde. Warmer water betekende meer leven en meer afzettingen. Het meer bestond tot aan het einde van de laatste ijstijden (± 12000 jaar geleden).

    Invloed van vulkaanuitbarstingen op het klimaat.

    Relatief recente uitbarstingen van de laatste 4000 jaar zijn gedocumenteerd door diverse geschriften en kunnen ons meer leren over de veranderingen van het klimaat alook over gasuitstoot tijdens erupties. De uitbarstingen van de meeste kleinere vulkanen hebben enkel plaatselijk een matig klimaateffect, dus niet op wereldschaal. Gasuitwisselingen werden meestal niet gemeten.

    Recente vulkaanuitbarstingen van de Cumbre Vieja in september 2021 in La Palma (Canarische eilanden) duurden bijna 3 maanden en vertoonden naast magma ook een uitstoot van zeer hoge hoeveelheden gassen, nl. 19.4 Megaton (Mt) CO2, 1.8 Mt SO2, 0.123 Mt CO, 0.05 Mt HCl en 0.013 Mt HF (Taquet et al., 2025). Tijdens de CO2-uitstoot was de concentratie ervan wel 50 000 ppm, dodelijk voor mens en dier.

    Belangrijk bij deze uitbarsting was dat men zeer nauwkeurig de gasuitstoot tijdens de uitbarsting heeft kunnen registreren. Die gassen zullen waarschijnlijk bij andere vulkaanuitbarstingen ook worden uitgestoten, maar de meetgegevens ervan zijn uiterst zelden.

    De uitbarsting van de Pinatubo-vulkaan op het Filippijnse eiland Luzon in 1991 was wel van die aard om wereldwijd de temperatuur met 0.6°C te doen zakken en dit gedurende 15 maanden (Newhall, 1996; Donovan 2013; Koonin, 2024). Grote hoeveelheden fijn stof werden de stratosfeer in geslingerd. De uitbarsting veroorzaakte gedurende de daaropvolgende maanden ook een wereldwijde stijging in het zwavelzuur-gehalte als gevolg van de uitstoot van 17 miljoen ton SO2 en de afbraak van ozon versnelde aanzienlijk.

    De Minoïsche vulkaanuitbarsting op Thera (het huidige Santorini) gebeurde rond 1628 voor Christus (Manning et al., 2014). Het was een van de grootste vulkaanuitbarstingen in de menselijke geschiedenis met een vulkanische explosiviteitsindex van 7 (dense-rock equivalent = 34.5 ± 6.8 Km³). De hoeveelheid uitgespuwde lava was zo gigantisch groot dat de oude stad Akrotiri onder 50 m puimsteen verdween.

    De vulkaan, die het centrale deel van het eiland vormde, zakte in zee en vormde een caldeira (komvormige krater), waaruit het huidige eiland bestaat. De uitbarsting veroorzaakte een tsunami van ongeveer 28 meter hoog die een enorme verwoesting op Kreta veroorzaakte.

    Studie van bomen geeft aan dat er in het jaar rond 1628 voor Christus iets bijzonders is gebeurd, waardoor bomen in hun groei werden gestoord. Dat gold voor dennen uit Californië, maar ook voor eiken uit Ierland, Engeland en Duitsland en ook andere boomsoorten in Zweden.

    Op Groenland liggen ijslagen, gevormd uit de jaarlijks vallende sneeuw, waarin in de 17e eeuw voor Christus een zure laag gevonden is. Een dergelijke laag kan verklaard worden door de aanwezigheid van een grote hoeveelheid zwavel in de atmosfeer, zoals veroorzaakt wordt door een grote vulkaanuitbarsting. Over de uitstoot van andere gassen zijn er uiteraard geen gegevens. Net als bij de dendrochronologie is het onmogelijk om 100 % zeker te zijn dat de effecten een gevolg zijn van de vulkaanuitbarsting. Hoe dan ook zijn er grootschalige gebeurtenissen die het klimaat mogelijk beïnvloeden waar de mens geen vat op heeft.

    Meer recent had er een gelijkaardige grote uitbarsting plaats van de Tambora-vulkaan op het eiland Soembawa in de Indische Archipel (Raible et al., 2016). Op de avond van 10 april 1815 trok de zee weg van de kust en schepen kwamen op het droge te liggen. Daarna volgde een tsunami: de zee kwam met een nooit geziene kracht terug en overstroomde de straten van het eiland. De uitbarsting van de Tamboravulkaan begon om 19:00 u en bereikte haar hoogtepunt om 23:00 u. De vulkanische explosiviteitsindex was 7, op een schaal van 1 tot 8 (ter vergelijking: Vesuvius scoorde 5, de Krakatau 6).Na twee maanden bereikte de vulkanische as Londen en vanaf 28 juni rapporteerden ooggetuigen er bloedrode zonsondergangen. Een “chemisch schild” hing gedurende drie jaar boven Europa. De resten van het eiland Soembawa liggen nu onder de assen, op sommige plaatsen zelfs 10 m dik.

    Voor de explosie was de hoogte van de Tambora 4.300 meter, erna nog slechts 2.851 meter. De energie die bij deze eruptie vrijkwam is gelijk aan de explosie van 34.000 megaton TNT of ruim twee miljoen keer de atoombom die op Hiroshima viel. Het eiland kwam op verschillende plaatsen meters uit de zee omhoog en 150 Km3 puin en vulkanische as kwamen in de atmosfeer terecht, dwars door de ozonlaag, tot 43 kilometer hoog.

    Als gevolg van de uitbarsting was er een jaar na de uitbarsting een zeer sterke temperatuurverlaging in Europa in de zomer van 1816. In vele landen werden de gewassen vernield door neergevallen stof alsook door tsunami’s. Dit alles leidde tot een grote hongersnood in 1816-1817. Het jaar 1816 is de geschiedenis ingegaan als een jaar zonder zomer. Schattingen van het dodental liggen tussen 10.000 mensen tot honderdduizenden. Het klimaat werd wereldwijd beïnvloed (afkoeling) niet alleen in Indonesië, maar ook in India, China, Europa, Groenland en de USA. In Gresik bij Soerabaja staken mensen kaarsen aan tijdens het ontbijt omdat de aswolk zo dicht was. In India en China veroorzaakte de klimaatverstoring een extreme zomermoesson, die in de Jangtsekiang en Ganges overstromingen teweegbracht. In China mislukte de oogst en kwamen grote aantallen vee om van de kou. Tot in de Zuid-Chinese provincies Jiangxi, Anhui en Taiwan werden sneeuw en vorst gerapporteerd.

    In Europa bleef het koud en nat, met zware regen- en onweersbuien. In Zwitserland sneeuwde het op 800 meter hoogte en een paar keer in de diepere dalen. Ook hier mislukte de oogst, met als gevolg hongersnood, wanorde en het uitroepen van de noodtoestand. In Wales trokken families van dorp naar dorp, smekend om eten. Ierland werd naast de regenval en het voedselgebrek ook geteisterd door een tyfusepidemie. In Duitsland en Oostenrijk deden zich honger-oproeren en plunderingen voor. Vanaf augustus trad de nachtvorst in. Op de zomer volgde een extreem koude winter. In New York daalde de temperatuur begin 1817 tot -32°C, waardoor rivieren en zeearmen dichtvroren. De koude winter werd opnieuw gevolgd door een koele zomer in 1817. Dit veroorzaakte bij de Giétrogletsjer in Zwitserland een ijsdam, die in de zomer van 1818 catastrofaal doorbroken werd.

    Deze processen maken duidelijk dat de mens geen enkele invloed had op de hoger vermelde gigantische klimaatwijzigingen. Wel is het waarschijnlijk dat naast magma ook grote hoeveelheden gassen werden uitgestoten waaronder mogelijk CO2.

    Wat vertelt de wetenschap ons?

    Momenteel worden wereldwijd temperaturen geregistreerd door duizenden satellieten wat de nauwkeurigheid van de metingen verbetert. Om de wijzigingen van het klimaat van nu te bepalen worden wijzigingen in de temperatuur vergeleken met een periode van 30 jaar van voor de industriële revolutie. Men gaat dan de oppervlakte-temperatuurverschillen (“anomalieën” genoemd) op elke plaats op de aarde vergelijken met de temperaturen van de referentieperiode op dezelfde plaats (in °C).

    Figuur 1 laat de metingen zien uitgevoerd door 4 onafhankelijke onderzoeksinstellingen die een zeer gelijklopende evolutie waarnamen en een toename van ± 1.1 °C in de periode van 1850 tot 2019. Noteer hierbij ook dat tussen 1850 en 1920 de temperatuur ongeveer 0.3 °C kouder was. In 1940-1945 was er een duidelijk warmere periode. Vooral vanaf 1980 neemt de temperatuur geleidelijk toe

    Figuur 1: Oppervlakte-temperatuur anomalieën (in °C) in de periode van 1850 tot 2019; uit Koonin (2024).

    Uit figuur 2 blijkt dat de temperatuur 500 miljoen jaar geleden (= 500 MJ) ongeveer 13 °C warmer was dan nu. Na schommelingen tot ongeveer 50 MJ, is de temperatuur begonnen te zakken tot ± 1 MJ.

     

    Figuur 2: Globale oppervlakte temperatuur-anomalieën gedurende de laatste 500 miljoen jaar ten opzichte van de periode 1960-1990.

    (Figuuruit:https://en.wikipedia.org/wiki/File:All_palaeotemps.ping).

    Er waren zeer koude periodes afgewisseld met hogere temperaturen. Ook rond 300 MJ was er een duidelijke koude periode die ± 40 miljoen jaar duurde terwijl het CO2-niveau rond 400-800 ppm was. Rond 20.000 jaar geleden hadden we nog ijstijden en de temperaturen zijn dan geleidelijk warmer geworden tot ± 11.000 jaar geleden. De temperatuur schommelde daarna rond de huidige temperaturen.

    Zoals hoger vermeld is er een kleine opwarming (±1.1 °C) vanaf ± 1980 tot het heden. De Cenozoïsche ijstijden (of kwartaire ijstijd genoemd) Deze ijstijden omvatten de periode van 2,6 MJ tot heden. Er zijn meerdere koude periodes (ijstijden of glacialen) en warmere periodes (interglacialen). Het klimaat koelde meerdere malen sterk af, met ijzige periodes waarin ijskappen Europa en Noord-Amerika bedekten, en dit terwijl de CO2-concentraties gelijk waren aan of iets hoger waren dan nu.

    Terwijl Antarctica permanent bedekt is met ijs, kwamen grote ijskappen periodiek voor in de rest van de wereld. In feite leven we nu nog op het einde van de zgn. kwartaire ijstijd omdat er zich ijskappen vormen zowel op Antarctica als op Groenland. De gemiddelde jaartemperatuur daalde met 5 tot 10 °C. Tussenin waren er warmere periodes met temperaturen hoger dan nu. De laatste ijstijd (Weichselien) eindigde ± 11700 jaar geleden en de zeespiegel stond tijdens de ijstijd ± 120 m lager dan nu, met kilometersdikke ijskappen op Noord-Amerika en Noord-Europa. Het is duidelijk dat de mens geen enkele invloed had op de gigantische klimaatverschuivingen die sinds 550 MJ zijn opgetreden. Wetenschappers zoeken nog steeds naar mogelijke verklaringen.

    Kan platentektoniek het klimaat beïnvloeden?

    Platentektoniek kan mogelijk de oorzaak zijn van verschuivingen van warme zeestromingen waardoor de Noord- en Zuidpool sterk afkoelden en ijskappen vormden. Vanaf ± 30 MJ werd de zuidelijke oceaan rond Antarctica open genoeg voor de Westwinddrift waardoor het continent werd afgesneden van atmosferische en oceaanstromingen die vroeger zonne-energie, opgeslagen in het water van lagere breedtegraden, transporteerden (Waters, 2008). Daardoor kon vergletsjering op het zuidelijk halfrond beginnen. Rond 20 tot 5 MJ sloten extra-platentektonische veranderingen de verbindingen op lage breedtegraden tussen de Stille Oceaan en de Caraïben en zo ontstond de landengte van Panama in het Noordelijk halfrond.

    Vulkaanuitbarstingen in de Stille Oceaan waren hierbij ook belangrijk en leverden bijkomend materiaal om die landengte te laten ontstaan. De landengte is soms verdwenen waardoor bv. de Nederlandse Antillen zelfs van de Stille Oceaan naar de Atlantische Oceaan zijn gedreven. Daarna schoof Zuid-Amerika terug naar Noord-Amerika en werd de doorgang weer gesloten.

    De Middellandse Zee werd afgesloten door platentektoniek tussen de Atlantische Oceaan en de Tethys-Indische Oceaan. Effecten in de Noord-Atlantische Oceaan duwden het Noordelijk halfrond in een vergletsjering aanzienlijk later dan het Zuidelijk halfrond. Die ijskappen op beide polen reflecteren meer zonlicht waardoor de afkoeling versneld werd.

    De belangrijkste factor bij de afkoeling van de aarde is mogelijk de botsing tussen de Indische en Euraziatische platen waardoor de Himalaya-keten ontstond. Hierbij werd extreem veel silicaat-gesteente blootgelegd. Het mechanisme van silicaat-erosie is hier belangrijk. Als onderdeel van de reactie die chemische erosie van silicaten veroorzaakt, wordt opgelost CO2 in regenwater omgevormd tot bicarbonaat, dat vervolgens naar de oceaan stroomt, waardoor atmosferische koolstof kan worden vastgelegd in de oceaan. Hierdoor ontstond mogelijk verdere afkoeling.

    Prof. J. de Jager (2012) geeft een mooi overzicht van de geschiedenis van het supercontinent Gondwana (alle continenten tezamen) 600 MJ op de Zuidpool. Ongeveer 540 MJ viel Gondwana in verschillende grotere en kleinere continentale platen uiteen. De Benelux (België, Nederland en Luxemburg) maakte deel uit van een klein fragment (Avalonia) dat vanop de Zuidpool snel naar het Noorden begon te migreren. Het versmolt dan met een grotere continentale plaat Baltica (= huidige N-Europa) rond 430 MJ.

    Tijdens het Siluur (324 MJ) versmolten Avalonia-Baltica met Laurentia (huidige N-Amerika en Groenland) tot het grote Laurussia continent en zo werd terug 1 supercontinent gevormd (Pangea). De botsing leidde ook tot het opstuwen van het Caledonische gebergte dat kaal was. Er waren toen nl. nog geen planten of bomen. Praktisch alle leven speelde zich af in de zee. Het kale gebergte erodeerde snel en de zand en klei werden afgezet in de dalende bekkens aan de voet van het gebergte, met als voorbeeld de roodgekleurde zandsteenpakketten in Engeland.

    De Benelux bevond zich toen al in de tropische zone (20° Zuiderbreedte) aan de Zuidkant van Laurussia. Het zeeniveau was hoog en Nederland en Vlaanderen lagen onder water. In de Ardennen komen gesteenten aan het oppervlak die in het Devoon zijn afgezet (kalksteen vol met koraalriffen). Die koraalriffen hebben zich eerder gevormd aan de zuidkant van Laurussia en die riffen zijn in 1997 ook teruggevonden onder het Groningse gasveld.

    Tijdens het Devoon en Carboon bewogen de overgebleven delen van Gondwana in de richting van Laurussia en werd de oceaan steeds smaller totdat de 2 continenten botsten en de Paleo-Tethys Oceaan zich sloot. De Benelux lag dan, ver van de oceaan, op de evenaar met een tropisch klimaat en ten Noorden van het Hercynische gebergte dat van N.-Frankrijk over de Belgische Ardennen naar Duitsland liep. Nederland en Vlaanderen lagen in een gebied waar erosieproducten van het gebergte werden afgezet (zand en klei).

    Door het gewicht van die kilometersdikke afzettingen ging de bodem sterk dalen. Het land was intussen gekoloniseerd door tropische planten en bomen en er ontstonden tropische moerassen met een weelderige vegetatie die later aanleiding zou geven tot steenkool in beide Limburgen.

    De Pangea bewoog zich als geheel verder naar het Noorden en de Benelux kwam rond 250 MJ tussen 15 en 20 graden Noorderbreedte te liggen, een zone van zeer droog woestijnklimaat met uitgestrekte zandvlakten met duinen en de zandvlakte was wel 200 m dik. Naar het Noorden ging het duinlandschap over in een groot zoutmeer. Vanaf die periode breekt Pangea stilaan in de continenten die we nu kennen.

    Hierbij ontstond de huidige wereld met zijn verschillende continenten (continentendrift). Het begin van de breuken was zichtbaar in het Trias (± 250 MJ) tussen Scandinavië en Groenland, terwijl de Benelux verder naar het Noorden verschoof bij 30 °Noorderbreedte. Het was zeer droog en warm. Het land was een kale vlakte met migrerende duinenvelden en de zandlaag was enkele meters dik. Heftige regenbuien vulden droge rivierbeddingen en het water stroomde naar laagst gelegen gebieden waar zich meren vormden die door de hitte snel uitdroogden waardoor dunne zoutlagen ontstonden.

    Tijdens het Jura (± 200 MJ) migreerde de Benelux verder naar het Noorden tussen 49 en 53° Noorderbreedte waar momenteel een gematigd klimaat heerst. Nederland en Vlaanderen werden bedekt door een continentale zee van enkele honderden meters diep. Er was een afzetting van klei wel 1.5 Km dik en tegen het einde van de Jura werd er veel organisch materiaal afgezet wat leidde tot de Posidonia Schalie (35 m dik) en dat werd het oliemoedergesteente in Nederland.

    In de late Jura (137 MJ) begint Amerika van Afrika weg te drijven. In het Krijt (145-66 MJ) krijgt de krijtzee de grootste uitbreiding met een groot deel van Europa onder water. Het was een zeer warm klimaat met veel plankton dat naar de zeebodem zonk waar kleine ronde kalkplaatjes uit het plankton (coccolieten) zich opstapelden tot een kalksteenpakket van wel 1 Km dik (nu zichtbaar als de krijtrotsen van Dover en de mergel afgezet in beide Limburgen).

    Bij het einde van het Krijt botst de plaat van Afrika en Italië tegen het Europees continent waarbij de Alpen zich vormden (66 MJ). Prof. de Jager geeft ook aan dat Nederland nog steeds aan het zakken is en dat het dijken- en dammenplan om Nederland te beschermen de natuurlijke evolutie niet zal kunnen bijhouden. Grote delen van Nederland en Vlaanderen zullen in de verre toekomst (enkele tientallen miljoen jaren) wellicht onder de zee verdwijnen door natuurfenomenen waar we geen vat op hebben net zoals in het verleden.

    Waarschijnlijk is er geen enkele geoloog die zal willen bevestigen dat er geen verdere continentendrift meer zal optreden of geen andere gigantische vulkaanuitbarstingen. We moeten begrijpen dat geologen een ander type uurwerk hebben: wat voor ons een jaar is, is bij hen misschien maar een seconde!

    Milanković-cycli

    Grootschalige veranderingen in het klimaat van de aarde die niet kunnen worden toegeschreven aan iets als continentendrift, vulkanische activiteit, meteoriet-inslagen of bepaalde biologische activiteiten, kunnen ook gerelateerd zijn aan Milanković-cycli die om de ± 41,000 jaar plaatsvinden. Milanković-cycli hebben onder andere betrekking op de kanteling van de aarde, of obliquiteit. De obliquiteit van de aarde varieert tussen 21 en 24,5 graden, waardoor de hoeveelheid zonlicht die de aarde ontvangt wordt geregeld, wat op zijn beurt een grote impact heeft op ons klimaat. De orbitale excentriciteit (elliptische baan versus cirkelvormige baan) lijkt slechts een kleine invloed te hebben op het klimaat in vergelijking met de axiale kanteling. Zelfs met alle andere hogergenoemde factoren in het spel, zullen Milanković-cycli nog steeds een aanzienlijke impact hebben op het klimaat. Milanković-cycli zijn vaak de boosdoener achter de klimaatverandering van de aarde tussen ijstijden (waar we ons momenteel nog in bevinden) en interglacialen (waar weinig of geen continentaal ijs bestaat).

    ***

    Deel II volgt morgen. De reactie van de diensten van de Europese Commissie volgt overmorgen.

    ***



    0 reacties :

    Een reactie posten