Het CPB zwijgt over de industrie
4-4-2026 Eduard Bomhoff
Het Centraal Planbureau moet zich aan de wet houden en de belemmeringen voor een bloeiende economie wegnemen
Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen was de eerste directeur van het Centraal Planbureau (CPB). Hij hield zich aan de wet. Die dicteert als eerste taak van het CPB: rapporteren over ‘de “toekomstige grootte van de voortbrenging in den ruimste zin”’. De moderne term voor ‘voortbrenging’ is ‘aanbodzijde’, dat wil zeggen prognoses en analyses voor de industrie, de bouw, de detailhandel, de dienstverlening, kortom het hele bedrijfsleven en dan ook wat wordt ‘voortgebracht’ in de overheidssector, het onderwijs en de zorg.
Een generatie terug hield het CPB zich nog aan de wet. Ik vond het Centraal Economisch Plan (CEP) voor 1998. Ruim twintig pagina’s geven prognoses voor de industrie, de bouw en de commerciële dienstverlening, met een speciale analyse van risico’s voor de winstgevendheid in het bedrijfsleven. De aanbodzijde dus, waar het allemaal verdiend moet worden.
Het CPB zwijgt over de industrie
Vergelijk dat met het laatste CEP voor 2026 dat vorige maand uitkwam. Het CPB schrijft wel aan het begin terecht ‘Op middellange termijn wordt de raming van de economische groei bepaald door de aanbodzijde van de economie’, maar doet die aanbodzijde dan af met één enkele zin: ‘Vooral de lagere groei van het arbeidsaanbod, door vergrijzing, zorgt voor een daling van de bbp-groei.’ Wat doen het geforceerde beleid in de richting van ‘netto nul’, de duurste benzine van Europa en de klem op landbouw en visserij voor de groei? Geen woord.
Het woord ‘industrie’ komt één keer voor in de 57 pagina’s tekst, en slechts in een verwijzing naar een paper van vorig jaar; de woorden ‘chemie’ en ‘winstgevendheid’ ontbreken geheel in het CEP van 2026. Ter vergelijking: In 1998 waren er 253 vermeldingen voor ‘industrie’, 27 voor ‘chemie’ en 18 voor ‘winstgevendheid’. De chemie krimpt nergens in Europa zo hard als in Nederland, maar dit CEP wijdt daar geen woord aan. Fabrieken worden afgebroken en weer opgebouwd in Azië. Maar ons CPB zwijgt over de toekomst van de Nederlandse industrie en van de rendementen in het bedrijfsleven, en heeft al helemaal geen ideeën over wat het bedrijfsleven zou kunnen helpen.
Wel schrijft het CPB over de investeringen maar zonder duidelijk onderscheid tussen wat de overheid betaalt of subsidieert en wat bedrijven uit eigen middelen kunnen investeren. Veel van de grote investeringen worden gedaan met belastinggeld voor de ‘transitie’ naar ‘netto nul’. Daarvoor verwijst de tekst van het Planbureau naar de buren in hetzelfde gebouw: het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dat is intussen al twee keer zo groot als het CPB.
Maar dat PBL geeft niet thuis voor alle bedrijven die zich maar moeten redden met dure energie, met te weinig aansluiting op het net, met verwoestende CO2- en stikstofregels, en met de idiotie van individuele vleermuisbescherming en de roekeloze groei van het aantal wolven.
‘Koopkrachtplaatjes’
Wat wel steeds meer aandacht krijgt bij het CPB zijn de ‘koopkrachtplaatjes’. Natuurlijk is het voor gezinnen met een laag inkomen heel belangrijk of zij mogen hopen op een verbetering of dat hogere belastingen, duurdere zorg en duurdere stookkosten inhouden dat ze nog weer dieper in de armoede zakken. Maar door al die focus op inkomens en armoede gaat de politiek oplossingen zoeken door te schuiven met de AOW-leeftijd, met een hogere belasting op erfenissen, belastingen op vermogen of met hogere boetes in het verkeer.
Veel van zulke recent geopperde verschuivingen tellen niet mee in de berekende kosten van het levensonderhoud en dat maakt ze aantrekkelijk voor de politici vanwege nul ongunstig effect op de ‘koopkrachtplaatjes’. Maar mensen worden intussen wel armer, en politici ontlopen zo hun verantwoordelijkheid om vooral ook aan de aanbodzijde te werken.
Liever Havana dan Buenos Aires
In Amsterdam verklaart de leider van de grootste partij, Zita Pels (GL), over de armoede en de woningnood: ‘het kapitalisme heeft niet lekker uitgepakt’, en haar recept is ‘eet de rijken’. Voor een of twee jaar is dat gunstig voor de ‘koopkrachtplaatjes’ want we kunnen de rijkdom verdelen onder de armen, en tegelijkertijd zijn nog veel meer ondernemers geëmigreerd en komen hun woningen mooi vrij voor bewoning door asielvragers. Zo gaat Amsterdam meer lijken op Havana waar ook de rijken en de ondernemers zijn vertrokken en hun woningen hebben vrijgemaakt, maar Zita zal dat liever zien dan dat Amsterdam gaat lijken op Buenos Aires.
Argentinië onder president Javier Milei is de tegenpool van Cuba. Milei spreekt steeds over de aanbodkant: ‘Waar ondernemers mee bezig zijn is niet zozeer gericht op korte termijn efficiëntie, maar op het verhogen van de kwaliteit van goederen en diensten, wat op zijn beurt leidt tot een hogere levensstandaard. Het is echt belangrijk om productiemogelijkheden zo veel mogelijk uit te breiden. Dynamische efficiëntie is het vermogen van een economie om ondernemerscreativiteit en coördinatie te bevorderen’. In zijn drie jaar als president is de armoede in Argentinië gehalveerd. Nog een keer Milei: ‘Laat me het op een directe manier zeggen. Het meest verantwoordelijke wat politici kunnen doen, is stoppen met het lastigvallen van degenen die een betere wereld creëren.’
Meelopen met GL-D66-mode
Bij ons is het alleen ‘klein rechts’, JA21, FvD en BBB, dat zulke ideeën naar voren brengt. Het CPB heeft bijna honderd mensen in dienst die daarbij zouden kunnen helpen. Dat was de intentie van oprichter Jan Tinbergen toen hij als eerste taak de analyse van de aanbodzijde noemde. Directeur Pieter Hasekamp en zijn staf bij het CPB zijn gaan meelopen met de heersende GL-D66-mode om alles in te zetten op ‘netto nul’ , en verzuimen daarmee hun belangrijkste wettelijke taak.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!
2 reacties :
De Regering heeft weer miljarden gevonden voor nog een windpark op de Noordzee. Voorstanders van zo'n windpark moeten zich de vraag stellen of het zinvol is om van het Nederlandse deel van de Noordzee 1 groot industriegebied te maken terwijl alles wat leeft verdwijnt of gedood wordt uit dat deel van de Noordzee. De subsidies, betaald aan Energie maatschappijen zullen de stroomprijzen weer doen stijgen terwijl de stroomvoorziening nog onzekerder wordt. Je zou haast denken dat het boze opzet van deze Regering is om de Nederlanders te verarmen en de dieren te doden.
Zoals al eerder als commentaar gegeven, is alles wat de laatste jaren als Overheid wordt bestempeld onbetrouwbaar en tegen het Nederlandse volk
Het is een trieste constatering maar als het rationeel wordt bekeken is het ook zo.
Een reactie posten