Europa gaat de zomer in met halflege gasopslagen.
28-3-2026
Groningen: jongleren met een gasveld dat achter een rollator loopt
Door Gerard d’Olivat.
Altijd weer, als de energieprijzen oplopen en de voorraden dalen, gaat het over betaalbaarheid van energie en halen we Groningen uit het energiebejaardenhuis. We maken een rondje buiten, kloppen hem op de schouder en proberen hem — tegen beter weten in — nog één keer te laten jongleren. Het is kansloos. En eerlijk gezegd ook een beetje een zielig gezicht.
Tijdens de energiecrisis van 2022 ging het nog over prijs. Energie was extreem duur, en dat werd in de EU tijdelijk opgevangen door de subsidiekraan wijd open te zetten. In een half jaar werd er voor honderden miljarden bijgedrukt om het economische systeem, gebaseerd op betaalbare energie, overeind te houden. Er was nog een idee van normaliteit. Markten bewogen, prijzen stegen — en ooit zou het weer zakken.
In 2026 is dat beeld gekanteld
We hebben het niet meer over prijs, maar over betaalbaarheid. En dat is iets totaal anders.
‘Betaalbaarheid’ is geen eigenschap van energie. Het is een eigenschap van het systeem eromheen: inkomens, subsidies, schulden en politieke keuzes. Zolang dat systeem overeind blijft, lijkt energie betaalbaar. Maar zodra de fysieke stroom onder druk komt te staan, valt die illusie weg.
En dat is precies wat er nu gebeurt. Europa gaat de zomer in met halflege gasopslagen. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar LNG in Azië door hitte en elektriciteitsgebruik. De beschikbare volumes gaan niet naar wie ze nodig heeft, maar naar wie het meest betaalt.
Dat is geen storing. Dat is het systeem. Wat in de zomer niet wordt opgeslagen, ontbreekt in de winter. En als die winter koud wordt, verschuift de vraag van “wat kost het?” naar “wie krijgt het nog?” Daarmee verdwijnt het laatste restje van het oude marktdenken.
Want er bestaat geen evenwicht tussen drie dingen die tegelijk waar moeten zijn:
energie moet beschikbaar zijn, betaalbaar blijven en winstgevend geproduceerd worden.Dat was altijd al zo. Alleen wordt het nu zichtbaar.Wat volgt is geen prijsschok, maar een verdelingsvraagstuk.
De mythe van de draaiknop – Groningen als fantoomoplossing
In tijden van oplopende energieprijzen duikt hij altijd weer op: Groningen.
Alsof er ergens in Noord-Nederland een grote kraan zit die je simpelweg weer open kunt draaien. Even de druk erop, en het probleem is opgelost. Maar Groningen is geen draaiknop meer. Het is een leeglopend systeem in zijn eindfase.
Gasvelden zijn geen opslagplaatsen, maar druksystemen. Naarmate de druk afneemt, wordt winning complexer, trager en duurder. De infrastructuur is deels ontmanteld. Dat zet je niet “even” terug. Zelfs als je morgen besluit om Groningen te heropenen, krijg je te maken met: beperkte opstartcapaciteit, technische risico’s , juridische procedures en een veld dat simpelweg niet meer levert wat het ooit deed
En belangrijker: het verandert niets aan het onderliggende probleem
Groningen was ooit een buffer. Nu is Europa structureel afhankelijk van import: LNG, pijpleidingen en wereldmarkten. Die afhankelijkheid draai je niet terug met één veld in zijn nadagen.De discussie over Groningen is daarom geen oplossing, maar een symptoom. Het is de reflex van een systeem dat gewend is aan overvloed en bij schaarste teruggrijpt op zekerheden die er niet meer zijn.
De rekensom die niemand wil maken
Stel dat je het toch doet. Nederland verbruikt ongeveer 30 miljard m³ gas per jaar. Een herstart van Groningen op 10 miljard m³ per jaar — een ambitieus scenario — dekt dan grofweg een derde van het nationale verbruik.
Dat klinkt groot, maar het verandert niets aan de Europese markt. Voor de winteropslag is ongeveer 11 miljard m³ nodig. In een half jaar produceert Groningen in dit scenario zo’n 5 miljard m³.
Met andere woorden: je vult nog niet eens één winterbuffer. Op Europese schaal is het effect marginaal. De prijs blijft hoog. En de gedachte dat je het “voor jezelf en goedkoop kunt houden” is een illusie. Energieprijzen worden niet nationaal bepaald, maar in een gekoppelde markt.
De verborgen rekening
De rekensommen gaan altijd over opbrengst. Maar in de eindfase verschuift alles naar kosten.
Lagere druk betekent hogere kosten per eenheid. Wat ooit goedkoop gas was, wordt duur gas. En dan is er de schade. Aardbevingen zijn geen bijverschijnsel, maar een direct gevolg van drukverlaging. In de eindfase worden ze grilliger en minder voorspelbaar. Dat betekent: structurele versterking van woningen, jarenlange juridische trajecten , waardeverlies van vastgoed en een Groningse bevolking die angstig in slaap valt en het vertrouwen kwijt is,
De reflex is: “dat compenseren we wel uit de gasbaten.” Maar dat is de denkfout. Compensatie is geen bonus. Het is een kostenpost en bovendien ‘angst’ laat zich niet ‘compenseren’. Zodra je die meerekent en dat zul je wel moeten, verandert Groningen van een ‘goudmijn’ in een verlieslatend systeem met oplopende kosten en risico’s voor de bevolking. Wat overblijft is onbetaalbaar gas, die het ‘economisch systeem eerder ondermijnt dan het zal steunen’.
Groningen heeft inmiddels al miljarden gekost aan schade en versterking, en de totale rekening loopt richting de 10 miljard euro en verder — niet als uitzondering, maar als structureel onderdeel van het systeem dat men opnieuw wil aanzetten. Tel uit je winst, dat ‘verdien je nooit terug ! En dat zal oplopen tenzij je ‘de bevolking’ weer om de tuin wilt leiden onder het motto ‘kan ons het schelen. Ze moeten niet zo overdrijven’. Wellicht dat u zich nog herinnert hoe u te hoop liep tegen het ‘droeve lot’ van de inwoners van Moerdijk. Meten met twee maten is nooit verstandig.
Jongleren in het atrium
En zo komen we terug bij de kwadratuur van de cirkel Je probeert schaarste op te lossen met een systeem dat zelf in zijn eindfase zit. Ja, je kunt tijdelijk iets extra’s produceren. Misschien een paar jaar. Misschien, in een gunstig scenario, een decennium. Genoeg om de illusie van leveringszekerheid nog één keer op te tuigen, maar die stuk loopt op de prijs en de fysische grenzen van de geologie met alle gevolgen van dien. De kosten lopen op — technisch, economisch en maatschappelijk — en verdwijnen niet. Ze verschuiven: van de producent naar de prijs, van de prijs naar de belastingbetaler, en binnen de kortste naar een economie die het niet meer kan dragen.
En dus sta je daar. In het atrium van het energiebejaardenhuis. Met een veld dat achter een rollator loopt. En jij probeert te jongleren met steeds meer ballen: beschikbaarheid, betaalbaarheid en schade. Maar die drie blijven niet tegelijk in de lucht.
En vroeg of laat valt er één.
En daarna de rest.
***
Door Gerard d’Olivat

0 reacties :
Een reactie posten