Foto: Shutterstock.











Auteur: Björn Peters (Duitsland)

Ik kreeg steeds opnieuw de vraag waarom ik beweer dat de ‘Energiewende‘ in Duitsland is mislukt. Hier zal ik dat toelichten.

De energietransitie werd in 1998 gestart met zeer specifieke doelen. Het zou energievoorziening schoner en milieuvriendelijker moeten maken, ze democratiseren, de koolstofvoetafdruk verminderen, de importafhankelijkheid van energiegrondstoffen verminderen; stoppen met het verbruik van kernenergie en de kosten van de productie van zonnepanelen en windturbines verminderen.

Duitsland heeft eigenlijk ongeveer de helft van de leercurve van de wereld betaald voor zonnecellen, dat klopt. Het zal vergelijkbaar zijn in het geval van wind, maar daar durf ik geen kwantitatieve uitspraak over te doen. Het enige doel dat de ‘Energiewende’ heeft bereikt is een forse verlaging van de investeringskosten voor wind- en zonne-energie. Alle andere doelstellingen zijn niet gehaald. En ik ben van mening dat dit betekent dat de ‘Energiewende’ is mislukt en dat deze aan de volgende systeemfouten laboreert:

• De CO2-uitstoot in de elektriciteitsproductie is nauwelijks afgenomen, terwijl in andere sectoren geen energietransitie heeft plaats gevonden. Het resultaat is aanzienlijk hogere CO2-emissies per hoofd dan bijvoorbeeld in Frankrijk dat een echte energietransitie heeft gekend. Dat is ook geen wonder. Sinds 1990 is het aandeel CO2-vrije elektriciteit min of meer constant gebleven. Zelfs na 20 jaar ‘Energiewende’ en een bijna complete uitfasering van kernenergie, levert kernenergie nog steeds meer energie aan het elektriciteitsnet dan alle zonnepanelen samen. Met de volledige sluiting van nucleaire installaties, in iets minder dan twee jaar, zullen we jaarlijks 50 m ton CO2 meer uitstoten.

• Het sprookje dat ‘hernieuwbare’ energie op zich milieuvriendelijk en duurzaam is, houdt bij nader onderzoek geen stand. Wie afhankelijk is van miljoenen inefficiënte kleine elektriciteitscentrales in plaats van enkele grote elektriciteitscentrales legt een groter beslag op schaarse middelen, landoppervlakte en landschap. Hier is niets ‘eco’ of ‘groen’ aan. Alleen al de productie voor de extra hoeveelheden staal, lithium, zeldzame aardmetalen etc. vernietigt hele gebieden, maar niet hier in Duitsland. De situatie hier is vergelijkbaar door duizenden vierkante kilometers te beplanten met chemisch–intensieve monoculturen van raapzaad en maïs om er energie uit te halen. Dit is schadelijk voor de biodiversiteit, waar we snel een einde aan moeten maken. De slachting onder vogels door windturbines helpt ook al niet. Offshore worden de funderingen van windturbines verankerd met duizenden 200dB luide heimachines, die het gehoor van de beschermde bruinvissen vernielen en velen van hen dan van de honger doen omkomen, evenals het feit dat het oriëntatiegevoel van vissen wordt verstoord door de onderzeese stroomkabels. Maar dat wordt nog nauwelijks opgemerkt in dit land.

• De importafhankelijkheid van energiegrondstoffen is onveranderd hoog, en volgens de energietransitiestudies van alle instituten zullen we meer dan 80 % van onze energie blijven importeren in de vorm van elektriciteit en waterstof. We zullen alleen maar importeren uit andere landen, maar deze hebben vergelijkbare politieke stabiliteitswaarden als de producerende landen van grondstoffen voor fossiele energie.

• Het opbouwen van een energie-industrie ging fout. Bij Siemens gingen vele arbeidsplaatsen verloren, ook in industrietakken waar het bedrijf wereldleider was, en ook veel andere bedrijven moesten personeel ontslaan. De zonnecellen-industrie is door eigen fouten ten onder gegaan, vooral omdat zij alleen maar de productiecapaciteit verdubbelde, maar er niet voor zorgde dat het de beste cellen ter wereld ontwikkelde qua efficiëntie en onderhoud (Total Lifetime Cost).

• De democratisering van de energiesector heeft nauwelijks vooruitgang geboekt, behalve bij pv-systemen op de daken, die weinig bijdragen aan de energievoorziening. Er zijn individuele ‘burgerwindparken’, maar veel van deze zijn in handen van grote bedrijven, met een paar alibi– investeringen van particuliere investeerders. Dit kan ook niet lukken. Geen enkel energiesysteem vereist zoveel gecentraliseerde planning als één dat is gebaseerd op weersafhankelijke ‘hernieuwbare’ energie. Deze vereisen dat iedereen heel goed na moet denken over in welke regio’s welk type energie verstandig kan worden geproduceerd en hoe de infrastructuur zodanig kan worden gestructureerd dat de energie naar behoefte bij consumenten aankomt.

• De energietransitie moet leiden tot een vroegtijdige verlaging van de nationale energiekosten na initiële hoge investeringen. Dat is er niet van gekomen. Als je afhankelijk bent van het weer, kun je niet tegelijkertijd volledig aanbod verwachten. Om dit te verwezenlijken, vergt het enorme investeringen in andere infrastructuur, die altijd de kosten van een thermische energiecentrale-opwekkingssysteem zullen verdubbelen.

• De gele hesjesprotesten in Frankrijk, naar aanleiding van een verhoging van de energiekosten, zijn een teken dat een strategie van systematische verhoging van de energiekosten op sociale grenzen stuit. De 300.000 stroomafsluitingen in Duitsland elk jaar zijn ook een zorgwekkend teken in deze richting. De sociale balans van de ′energietransitie is dus vernietigend.

• De energietransitie heeft zelfs een gigantische herverdelingscarousel van onder naar boven gestart. Tegelijkertijd was ze zo slim geconstrueerd dat ze niet voor het Federaal Constitutioneel Hof kan worden aangevochten. Sinds het feodale tijdperk heeft er niet meer zo’n grootschalige plundering van de sociaal zwakkeren door de bovenklasse plaatsgevonden. Energiebeleid in zijn geheel kost burgers meer dan 100 miljard euro per jaar aan heffingen en belastingen, die in alle producten worden doorberekend. Een derde van de Duitse bevolking heeft een huishoudsinkomen van minder dan 30.000 euro bruto. Duizend euro per inwoner speelt een belangrijke rol in de energiekosten.

• De energietransitie was ooit alleen ontworpen als elektriciteitstransitie. Een verschuiving in mobiliteit en het overstappen van industriële procesenergie naar lage-emissiemethoden is als politieke doelstelling erkend, maar wordt niet echt aangepakt. Weersafhankelijke ‘hernieuwbare’ energiebronnen met hun veel te lage energiedichtheid en volatiliteit zullen de hoeveelheden energie die voor een moderne industriële samenleving nodig zijn, noch in kwantiteit, noch in overeenstemming met de eisen kunnen leveren.

Dit zijn de redenen waarom ik persoonlijk denk dat de energietransitie mislukt is. Bijna alle doelstellingen die oorspronkelijk waren geformuleerd, konden niet worden waar gemaakt, en sommige noodzakelijke doelstellingen werden zelfs genegeerd. De energietransitie is dus mislukt, afgemeten aan haar eigen doelstellingen en criteria, en niet vanwege de kritiek van haar tegenstanders. Daarom is het terecht de term ‘Energiewende‘ tussen aanhalingstekens te plaatsen, omdat deze geen wezenlijke verandering heeft gebracht, maar wel veel schade heeft veroorzaakt.