Pieter Lukkes.








Een bijdrage van Pieter Lukkes.
Geschiedenis ? Dat is toch de tijd na 2010?
Pak eens een boek of tijdschrift over actuele vraagstukken en bekijk de bronverwijzingen achterin. Tien tegen één dat die worden gedomineerd door publicaties die nog geen 5 jaar oud zijn. Ook tien tegen één dat bronnen van 10 jaar of ouder geheel of vrijwel geheel ontbreken.
Dat is zot. Want de oorsprong van het beleid bijvoorbeeld inzake milieu, landschapsverbruik, klimaat, werkgelegenheid en energie ligt in alle gevallen ver voor 2010. Wat het verleden betreft moeten wij het meestal doen met voorgekauwde en gekleurde informatie uit de tweede, derde of zoveelste hand. Juist dat nodigt uit om eens een kijkje te nemen in de periode vóór 2010 .
Wortels
In 1972 publiceerde de Club van Rome het rapport “Grenzen aan de groei” over zaken als degeneratie van het milieu en het opraken van grondstoffen en energiebronnen. Dat rapport heeft heel wat teweeg gebracht. Ook het hedendaagse klimaatbeleid is er door beïnvloed.
Gelijktijdig en daarna kiezen tal van natuur- en milieuorganisaties dezelfde golflente. Veel van deze organisaties zijn ontstaan tussen 1960 en 1980 – de hoogtij van het geloof in de maakbaarheid van de maatschappij. Een geloof dat ze nadien niet meer zullen afzweren. De betreffende organisaties kunnen niet om de overheid heen. Want die staat met geld (broodnodige subsidies) én wet én regelgeving midden op het pad dat naar hun einddoelen leidt. Dit verklaart waarom de partijen graag op de stoel van de overheid willen zitten. De pogingen daartoe blijven niet vruchteloos.
Buitenparlementaire spelers: Hansen en Gore.
De buitenparlementaire invloed op het klimaatbeleid krijgt op 23 juni 1988 een impuls door een getuigenis van James Hansen, (verbonden aan het New Yorkse NASA Goddard Institute for Space Studies) voor een US- Senaatscommissie. Hij spreekt zijn verontrusting uit over de opwarming van de aardse atmosfeer en de bijdrage die de broeikasgassen – zeer in het bijzonder CO2 – daaraan leveren. Zijn betoog maakt diepe indruk en wordt een keerpunt in het denken over de opwarming van de aarde genoemd.
Hij is activistisch en wordt daarvoor in 2009 en 2011 zelfs opgepakt bij betogingen. Natuurlijk ondervindt hij ook inhoudelijke kritiek maar niet van Al Gore die van 1993 tot 2001 vice-president van de USA is. Beide heren spreken elkaars taal en volgen dezelfde strategie. In die strategie is de vraag “wie gelooft mij” wel zo belangrijk als de vraag “is het wel helemaal juist wat ik zeg”?
Zij weten dat hun boodschap beter aankomt naarmate die wordt geloofd door machtige partijen zoals de media, belangrijke politici , milieuorganisaties en captains of industry. Het wordt pas echt goed als deze partijen ook nog bereid zijn die boodschap uit te dragen.
Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2006 toen de Rabobank mij bijna aan de haren naar de voorstelling van de film “An inconvenient truth” van Al Gore sleepte.
Beide heren boeken successen. Voor Hansen is de eretitel “the father of global warming” weggelegd en het lukt Gore om de problematiek rond het klimaat succesvol tot een verdienmodel te maken. Bovendien verwerft hij in 2007 de prestigieuze en commercieel belangrijke Nobelprijs voor de vrede.
De invloed van deze heren, de activistische wetenschapper en de financieel opportunist, op het mondiale klimaatbeleid is buitengewoon groot.
IPCC, dominantie non-gouvernementelen
Gelijk met de 1988- getuigenis van Hansen richt de UN het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) op. De bedoeling is om er een mondiale kennisbank over klimaatverandering van te maken. Daarmee is de problematiek rond milieu, klimaat en energie een zaak van (internationale) politiek geworden. Liefst 194 landen doen aan dit Panel mee. Van groot belang is ook dat er zo’n 160 “waarnemende leden” zijn.
Oneerbiedig uitgedrukt behoren daartoe veel lobbyisten zoals milieubewegingen, universiteiten en economische belangenbehartigers. Dit zijn actieve spelers die vanaf nu politieke invloed krijgen en daar volop gebruik van maken. Zij willen hun boodschap breed uitdragen en richten zich daarom zo direct mogelijk tot het volk. Voor dat doel blijken congressen en zogenaamde meetings een probaat middel te zijn. Naar schatting zijn er daarvan sinds de oprichting van de het IPCC zo’n 1000 geweest! Het totaal aantal deelnemers aan die evenementen kan worden begroot op een half tot één miljoen. Slechts een fractie daarvan heeft verstand van zaken. De rest komt er “passagieren” of om er te lobbyen voor eigen doelen. Vaak zijn dat financieel-economische doelen.
Volgens Ottmar Edenhofer , een belangrijke speler uit de omgeving van Angela Merkel, wordt er op klimaatconferenties onderhandeld over de herverdeling van de welvaart over de wereld.
In dit licht moet ook de agenda van het World Economic Forum (WEF) in Davos worden gezien. Op deze bijeenkomst van de machtigen der aarde stond in 2019 de klimaatverandering prominent op de agenda. Niet omdat de deelnemers verstand van het klimaat hadden. Als dat verstand er wel was geweest dan had men niet een Zweeds tienermeisje als spreekster uitgenodigd om zich vervolgens door haar de les te laten lezen. Meer dan een bijzaak is dat echter niet.
Waar het echt om gaat zijn de grenzeloos vele miljarden die in het kader van de klimaatpolitiek door de gewone burgers moeten worden opgebracht. Interessant wordt het pas als het om de verdeling van die rijke buit gaat.
Kantelpunt gepasseerd
De hoofdrolspelers op het klimaattoneel zetten de politiek onder druk omdat die het bereiken van hun doelen moet faciliteren. Hoe gaat dat? Welnu, de politiek is overal en altijd overgevoelig voor publiciteit. Dus is het zaak om de politiek via de media in het gareel te krijgen.
Media hebben echter hun eigen wetten. Eén daarvan is dat goed nieuws geen nieuws is. De Zweedse professor Hans Rosling schrijft in zijn alom geprezen boek “Feitenkennis” dat zelfs de nieuwsmedia van de hoogste kwaliteit nooit een neutraal beeld van de wereld over zullen brengen. Er moet altijd drama aan te pas komen, anders is het simpelweg te saai voor de nieuwsconsumenten.
De consequenties hiervan zijn enorm. Want de afhankelijkheid van berichtgeving in de media betekent voor de klimaatsector dat men dwangmatig met steeds extremer en dramatischer rapportages moet komen. De druk moet op de ketel worden houden. Ofwel: de bevolking moet worden ingeprent dat, wat het klimaat betreft, er permanent code rood heerst. Aldus kan het In de berichtgeving met de ontwikkeling van het klimaat slechts één kant op gaan: de verkeerde!
Een weg terug is er niet. Er is met andere woorden een kantelpunt gepasseerd. Ironisch genoeg is dat juist het punt waarvoor men in bezorgde (IPCC-) klimaatkringen de wereld alsmaar waarschuwt. Nu is men zelf in die fuik gezwommen.
Colporteurs zwijgen
Bij code rood is er geen plaats voor geruststellende informatie en/of voortschrijdend inzicht. Dat bleek wel in 2000. In dat jaar plaatsten James Hansen en vier collega’s in de Proceedings of the National Academny of Science (PNAS) een artikel waarin ze stellen dat CO2 de afgelopen eeuw slechts een ondergeschikte aanjager van de klimaatverandering is geweest.
Goed beschouwd is dit een bom onder het klimaatbeleid .Ook onder het huidige beleid van bijvoorbeeld de EG, die zojuist (september 2020) heeft bepaald dat de CO2-uitstoot per 2030 met 55% moet zijn gereduceerd. Hoezo CO2-reductie als dat gas nauwelijks van belang is voor het klimaat ? Waarom heeft de politiek zich niks aangetrokken van de publicatie van Hansen c.s?
Bij de o zo invloedrijke film “An Inconvenient Truth” van Al Gore zien we iets soortgelijks gebeuren. In 2007 bepaalt het Britse hooggerechtshof dat die film alleen op scholen mag worden vertoond als politieke indoctrinatie wordt voorkomen en er op fouten wordt gewezen. Voor de film is dit een vernietigend oordeel. De Rabobank heeft zich echt niet bij mij verontschuldigd voor het opdringen van een gemankeerde film.
Ook de vele colporteurs die de film overal in het land aan het kind hebben gebracht, hebben zich muisstil gehouden. Ergo: het ontbreekt bij de voorlichting over klimaatzaken aan zelfreinigend vermogen.
Epiloog
Erg veel signalen wijzen er op dat het klimaatvraagstuk, zo als dat via de media tot ons komt, geheel of gedeeltelijk een man-made fenomeen is. Man-made wil zeggen: subjectief, suggestief, behept met fouten en van tijdelijke aard. Dit is een volstrekt onvoldoende basis om de bevolking van dit land en van Europa de grootste lasten ooit op te leggen. Daarom is het urgent en absoluut noodzakelijk om een grondig onderzoek in te stellen naar de deugdelijkheid van de fundamenten onder dit beleid. Over die deugdelijkheid bestaan gerede twijfels.
De politieke partij die dit onderzoek niet nadrukkelijk in haar verkiezingsprogramma opneemt geeft daarmee aan lak te hebben aan de belangen van het volk!