Middellandse Zee was 2 graden warmer in Romeinse tijd temperatuur klimaatomstandigheden veranderden naar meer droge
a) Bathymetrische kaart van de centraal-westelijke Middellandse Zee. Rode driehoek: locatie van SW104-ND11 kern; rode cirkels: maritieme records die voor vergelijking worden gebruikt;
b) Bathymetrische kaart van het Kanaal van Sicilië met de oceanografische circulatie en boorkernlocaties. Zwarte lijnen geven de watercirculatie aan aan het oppervlak. [Credit: Margaritelli et al. 2020]

Bron: Archaeology News Network (zie hier).
Vertaling: Henry Pool.
De bloeitijd van het Romeinse Rijk viel samen met de warmste periode van de laatste 2.000 jaar rond de Middellandse Zee, volgens een studie gepubliceerd in het tijdschrift Scientific Reports.
Deze warmere klimaatomstandigheden veranderden geleidelijk aan naar meer droge – en meer recent – ook koudere weersomstandigheden – samenvallend met de val van het Romeinse Rijk, volgens deze nieuwe studie, onder leiding van de onderzoekers Isabel Cacho, Giulia Margaritelli en Albert Català, van de Faculteit van Aarde wetenschap en de Geconsolideerde Research Groep van Marine wetenschap van de Universiteit van Barcelona. Daarnaast namen ook deskundigen deel van het Research Institute for Geo-hydrological Protection van de National Research Council (CNR-IRPI), het National Institute of Marine Sciences (CNR-ISMAR), de Universiteit van Campania Luigi Vanvitelli en de Universiteit van Perugia in Italië.
Eerdere studies hadden de val van het Romeinse Rijk reeds in verband gebracht met een aantal natuurlijke factoren (klimaatsverandering, vulkaanuitbarstingen, enz.). Met een grootschalige lokale klimaatreconstructies biedt de huidige studie hoge resolutie metingen en precisiegegevens over hoe temperaturen zijn veranderd in de afgelopen 2.000 jaar in het Middellandse-Zee gebied. “Voor het eerst kunnen we stellen dat de Romeinse periode de warmste periode van de afgelopen 2000 jaar was, en deze omstandigheden duurden 500 jaar”, merkt Isabel Cacho op, hoogleraar aan het departement Aarde- en Oceaandynamica van de Universiteit van Barcelona
De Middellandse Zee is een ingesloten zee met een strategische ligging – uiterst kwetsbaar voor moderne en klimaatsveranderingen uit het verleden. Het is en was de thuisbasis van vele beschavingen door de jaren heen voor een keur van vele historische en archeologische studies. Mare Nostrum zelf is dus een model om de periodes van klimaatvariatie en de invloed van het klimaat in beschavingen te bestuderen.
In het bijzonder is de periode van het Romeinse Rijk moeilijk te bestuderen, “omdat het samenviel met belangrijke culturele veranderingen die plaatsvonden rond de Middellandse Zee. De studie van het klimaat van het verleden is nu het enige instrument om de dynamiek van het klimaatsysteem van de aarde te analyseren, onder andere omstandigheden dan de huidige, en het is essentieel om de correctheid van de voorspellingsmodellen te testen voor de middellange en lange termijn “, merken de deskundigen Giulia Margaritelli (ook lid van de CNR-IRPI) en Fabrizio Lirer (CNR-ISMAR) op.
De studie stelt voor het eerst een opwarmingsfase vast die anders is in het Middellandse Zee gebied tijdens de Romeinse periode. Het gaat om de reconstructie van de temperatuur van het wateroppervlak (SST) in de afgelopen 5.000 jaar. Deze nieuwe gegevens werden met gegevens uit andere gebieden van de Middellandse Zee vergeleken (Alboran Zee, Menorca bekken en de Egeïsche Zee) om een regionaal signaal van het MZ bekken aan te tonen om de Romeinse periode (1-500 na Christus) te markeren als de warmste periode van de laatste 2.000 jaar, en wel 2ºC warmer dan het gemiddelde aan het eind van de eeuw.
De deskundigen bespreken ook de impact van het neerslagpatroon in deze periode die gekenmerkt wordt door een grote regionale variatie van de meest natte en droge fasen in de evolutie van het Romeinse Rijk.
Middellandse Zee was 2 graden warmer in Romeinse tijd temperatuur klimaatomstandigheden veranderden naar meer droge
Vergelijking van de Sea Surface Temperature (SST) records van Sicilië Channel (dikke donkerblauwe lijn), Alboran Sea (dikke lichtblauwe lijn), Minorca Basin (dikke rode lijn) en Egeïsche Zee (dikke donkere en lichtgroene lijnen) als afwijking van de SST ten opzichte van de referentieperiode van 750 v.Chr. tot 1250 CE (de enige overeenkomstige periode in alle records) om de grootte van de veranderingen in de Middellandse Zee beter te vergelijken Bron : Margaritelli et al. 2020]
Volgens de auteurs valt deze fase samen met het begin van de uitbreiding van het Romeinse Rijk, wat een mogelijke verband veronderstelt tussen gunstige klimaatomstandigheden en de uitbreiding van het grote rijk dat Octavius Augustus in 27 v.Chr. heeft gesticht. Volgens de hypotheses van de auteurs zou de klimaatovergang van natte naar dorre/droge omstandigheden ook kunnen hebben geleid tot de ondergang van het rijk.
De wetenschappers analyseerden de verhouding van Mg en Ca (magnesium en calcium) in sedimenten op de zeebodem van de planktonische foraminifer ‘Globigerinoides ruber’, een indicator van zeewater temperaturen uit het verleden. Deze eencellige organismen, uit het de mariene zooplankton, hebben een specifieke habitat die beperkt is tot de oppervlaktelagen van het water. “Daarom stelt de chemische analyse van het kalkskelet ons in staat om de evolutie van de temperatuur van het oppervlakte water te reconstrueren in de loop der tijd”, merkt Isabel Cacho op.
De gepubliceerde resultaten van de studie zorgen voor nieuwe uitgangspunten voor vervolgstudies over de veerkracht van de Romeinse bevolking voor variaties in het klimaat door gebruik te maken van de analyse van sociale en culturele transformaties door de eeuwen heen.
“Onze studie benadrukt de relevantie van het Romeinse Rijk om het verloop van het mediterrane klimaat – met name de hydrologische cyclus – beter te begrijpen in warme weersomstandigheden ten opzichte van de huidige klimaatverandering. Dit deel van het onderzoek is dus essentieel om ons beter te kunnen aanpassen bij de op handen zijnde veranderingen [in het klimaat]”, besluit professor Isabel Cacho.