Van een onzer correspondenten.

De afgelopen drie jaar, na het succes vanDe Stikstoffuik, ben ik dermate geradicaliseerd op dit onderwerp dat ik eigenlijk geen fatsoenlijke column over stikstof meer kan schrijven. ‘Fatsoenlijk’ als in: met voldoende respect voor het heersende narratief om een redelijk gesprek te kunnen voeren met mensen die in dit narratief geloven. En dat betreft onder anderen alle politici van de huidige regeringspartijen en alle rechters die stikstofzaken op hun bureau hebben gehad.In de afgelopen drie jaar heeft met name de Raad van State niets nagelaten om de Europese Habitatrichtlijn en de Nederlandse stikstofwetgeving te interpreteren op een manier die boeren en de economie maximaal dwars zit en een maximaal zware collectieve straf oplegt aan de hele maatschappij. En dat louter omdat de Raad van State vindt dat Nederland nog niet genoeg stikstof gereduceerd heeft (circa min 70 procent in de afgelopen dertig jaar, en de landbouw nogmaals min 19 procent sinds 2019).

 

 


Het ridicule, onwetenschappelijke ‘vogelpoepje’ (grens voor vergunningsverlening van 0,005 mol); hun irrationele afwijzing van de Bouw- en Sloopvrijstelling; de groteske eis van ‘additionaliteit’ waardoor zelfs projecten die de stikstofuitstoot structureel verminderen geen vergunning krijgen – de gekken hebben het gekkenhuis overgenomen, en de politiek staat erbij en kijkt ernaar. Lees zijn artikel in Wynia’s Week, hier.

***

Zie ook hier.

***