Plan voor grote kerncentrales wankelt: 6 kleine reactoren zijn mogelijk alternatief voor CO2-arme elektriciteit

 Het kabinet loopt vast op de plannen voor twee nieuwe grote kerncentrales.




30-6-2026 Wilke Wittebrood


Plan voor grote kerncentrales wankelt: 6 kleine reactoren zijn mogelijk alternatief voor CO2-arme elektriciteit


Het kabinet loopt vast op de plannen voor twee nieuwe grote kerncentrales. Die kunnen eigenlijk alleen in de Eemshaven komen, zeer tegen de zin van de Groningers. Netbeheerder TenneT komt met een alternatief scenario: zes kleine reactoren verspreid over het land, in plaats van twee grote.

Kernenergie heeft zo zijn eigen uitdagingen, maar geldt wel als een CO2-arme optie bij de productie van elektriciteit. Schoner dan kolen of gas. Nederland wil twee grote kerncentrales bouwen. Maar waar moeten die komen?

Een verkenning van de landelijke netbeheerder TenneT in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat liep vorige week uit op een deceptie voor het kabinet-Jetten. Waar ze het willen (Zeeland), kan het eigenlijk niet. En waar het kan (Groningen), willen ze het absoluut niet, vatte de Volkskrant het scherp samen. Dit heeft vooral te maken met het balanceren van aanbod en vraag van stroom op het net en de daarvoor benodigde infrastructuur.

In het rapport is ook iets anders te lezen: ‘kleintjes’ kunnen wel. Als alternatief voor de twee gewenste centrales, samen goed voor een vermogen van 3,2 gigawatt (3.200 megawatt), rekende TenneT, overigens zonder dat EZ daarom gevraagd had, ook een scenario door met zes zogeheten small modular reactors (SMR’s) van elk 533 megawatt, verspreid door Nederland. Samen leveren die hetzelfde vermogen.

De naam is wat misleidend, want klein zijn de SMR’s bepaald niet; de reactoren in het voorstel van TenneT zouden groter worden dan de bestaande kerncentrale in het Zeeuwse Borssele, die een vermogen heeft van 485 megawatt (MW). Dé SMR bestaat bovendien niet; het is een verzamelterm voor een nieuwe generatie kernreactoren die zich op een aantal punten onderscheidt van traditionele centrales zoals in Borssele.

Kleine modulaire kernreactoren

Toch zijn SMR’s in de regel wel kleiner. Dat bescheiden formaat biedt voordelen. Ze kunnen sneller en goedkoper gebouwd worden, dankzij onderdelen die straks in een fabriek van de lopende band moeten rollen – modulair, dus.

En dankzij hun omvang kan de locatie beter afgestemd worden op de vraag, simpelweg omdat ze dichter bij industriële afnemers kunnen worden geplaatst. TenneT wijst daarbij op zes potentiële locaties: Bleiswijk, Dodewaard, Europoort, A9 Zuid, Maasbracht en Lelystad.

Stroom hoeft dus over minder grote afstanden vervoerd te worden. Precies waar het in Zeeland spaak loopt, de plek waar de overheid die twee grote kerncentrales het liefst had willen neerzetten. Met de aanwezigheid van de centrale in Borssele zijn de kennis en infrastructuur er al. En, heel belangrijk, de inwoners en gemeenten zijn aan boord. Zij het onder voorwaarden.

Alleen heeft Zeeland die stroom zelf niet nodig, en te weinig hoogspanningskabels om al dat extra vermogen de provincie uit te krijgen. Ook omdat er vanaf zee al een enorme hoeveelheid windenergie het land opkomt. Daarbij is er geen ruimte; om de centrales in te passen, zou er volgens TenneT een dijk moeten worden verlegd. Borssele en de andere voorkeurslocatie op de lijst, de Paulinapolder bij Terneuzen, zijn daardoor eigenlijk allebei ongeschikt.

Ongevraagd advies: Eemshaven wel geschikt

De Groningse Eemshaven werd ‘voor de vorm’ ook op de lijst gezet. En laat dat technisch gezien nu juist de beste plek zijn, concludeert TenneT. Het extra aanbod kan wel lokaal landen zonder dat dat tot knelpunten of buitensporig hoge uitbreidingskosten voor het net leidt – met de kanttekening dat er dan richting 2040 wel een ‘sterke toename’ van de elektriciteitsvraag nodig is.

Maar de Groningers zijn fel tegen. De inwoners worstelen nog steeds met de gevolgen van de gaswinning. Moet de provincie nu opnieuw opdraaien voor de energiebehoefte van de rest van Nederland? Het wordt hoog tijd dat Den Haag zijn ‘ereschuld’ aan de regio inlost, vinden de provinciebestuurders en ook de Tweede Kamer. ‘Wij zijn heel duidelijk geweest’, zei gedeputeerde Pascal Roemers daarover tegen de Volkskrant. ‘Die kerncentrales komen hier niet.’

Dat TenneT op eigen initiatief met een alternatief scenario voor de bouw van twee grote kerncentrales komt, is veelzeggend. Zet dat plan overboord en zet in plaats daarvan in op SMR’s, zo is tussen de regels door te lezen. Dat komt niet helemaal uit de lucht vallen: kleine kernreactoren staan in Den Haag al langer op de radar.

Onder de twee voorgaande kabinetten kwamen er al een SMR Programma-aanpak, bedoeld om de ontwikkelingen in Nederland te versnellen, en een Nationale SMR-strategie, een beleidskader waarmee de overheid wil voorsorteren op de komst van de SMR’s.

Nu alleen in China en Rusland

Het kabinet-Jetten trekt nu 20 miljoen euro uit om bedrijven te ondersteunen en op korte termijn vergunningen voor de technieken af te geven. Ze zijn er namelijk nog niet; Rusland en China zijn de enige landen ter wereld waar SMR’s al operationeel zijn. In Nederland bevindt de technologie zich nog in de onderzoeks- of ontwikkelingsfase.

In heel Europa overigens. Daarom werd twee jaar geleden de European Industrial Alliance on SMRs opgericht, met als doel de technologie het komende decennium in de hele EU uit te rollen.

De kleine kernreactoren hebben namelijk nóg een voordeel: veel varianten zijn ook inherent veiliger dan de huidige kerncentrales. Dat is te danken aan de constructie of de manier waarop ze worden gekoeld. De Frans-Nederlandse scaleup Thorizon werkt bijvoorbeeld aan een reactor op basis van gesmolten zout, dat als brandstof en koelmiddel tegelijk fungeert.

Zodoende is er geen extern noodkoelsysteem nodig, dat dus ook niet oververhit kan raken: de klassieke meltdown.

Snelheid is geboden

Thorizon, dat is ontstaan als spin-off van de Nuclear Research & Consultancy Group (NRG), is in ons land een van de meest prominente spelers. Het bedrijf sloot in april van dit jaar een overeenkomst met EPZ, de uitbater van de kerncentrale in Borssele, en NRG Pallas, het bedrijf achter het reactorcentrum in Petten, voor de bouw van een commerciële centrale. Die moet in 2034 klaar zijn en komt in Zeeland, waarmee de provincie de primeur van de eerste gesmoltenzoutreactor in Europa kan krijgen.

Ook interessant is de intentieverklaring die Eneco en ULC-Energy eind mei tekenden om te verkennen of toekomstige afname van stroom ‘commercieel en operationeel haalbaar’ is. Dit bedrijf ontwikkelt een drukwaterreactor met een vermogen van 470 MW, op basis van technologie van Rolls-Royce.

Dat een grote energieleverancier als Eneco die optie serieus verkent, zegt ceo Dirk Rabelink, is een ‘belangrijk signaal voor de bredere haalbaarheid van SMR’s in Nederland’.

Volgens Thorizon-ceo Kiki Lauwers is de race inmiddels begonnen. Haar bedrijf is niet de enige partij met de ambitie om de eerste gesmoltenzoutreactor neer te zetten. Het Franse Stellaria werkt aan een reactor die volgens hetzelfde principe werkt, maar dan in Frankrijk. Die moet in 2035 worden opgeleverd.

Snelheid is nu geboden, zei ze eerder tegen Change Inc. ‘Als je niet continu op zoek bent naar de snelste manier om dit voor elkaar te krijgen, ga je marktaandeel verliezen. Als wij onze installatie pas in 2050 opleveren, heeft de energietransitie zich al grotendeels voltrokken. Dan zijn we te laat.’

Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout.

Change Inc Logo

0 reacties :

Een reactie posten