Geen schending van fundamentele rechten
9-4-2026
Hof wijst hoger beroep over horen Covid-deskundigen af om procedurele redenen
Het Gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van een groep appellanten in een zaak rond Covid-19-injecties niet-ontvankelijk verklaard.
De appellanten hadden hoger beroep ingesteld tegen een eerdere beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, die een verzoek had afgewezen om een aantal door hen aangedragen deskundigen te horen in een voorlopig getuigenverhoor, te weten Mike Yeadon, Sasha Latypova, Catherine Austin Fitts, Katherine Watt en Joseph Sansone. Onder deze deskundigen bevinden zich internationaal bekende critici van het Covid-19-beleid.
Verbod op hoger beroep doorslaggevend
Centraal in de uitspraak staat artikel 200 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit artikel bepaalt dat tegen beslissingen over voorlopige bewijsverrichtingen – zoals het horen van deskundigen – in principe geen hoger beroep mogelijk is, tenzij de rechtbank daar expliciet toestemming voor geeft.
Volgens het hof hebben de appellanten die toestemming niet gevraagd, noch gekregen. Daarmee is het uitgangspunt dat hoger beroep niet openstaat.
Een uitzondering op dit zogeheten rechtsmiddelenverbod is alleen mogelijk bij een zogenoemde “doorbrekingsgrond”, bijvoorbeeld als sprake is van een fundamentele schending van het recht op een eerlijk proces. Het hof oordeelde echter dat daarvan in deze zaak geen sprake is.
Geen schending van fundamentele rechten
De appellanten voerden onder meer aan dat de zitting bij de rechtbank niet openbaar zou zijn geweest en dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden. Het hof verwierp deze argumenten.
Volgens de rechters heeft de zitting wel degelijk in het openbaar plaatsgevonden. Dat niet iedereen fysiek aanwezig kon zijn vanwege beperkte capaciteit van de zaal, doet daar volgens het hof niet aan af. Ook het beperken van opnames tot geaccrediteerde pers is volgens het hof in lijn met de geldende richtlijnen en vormt geen inbreuk op het recht op een eerlijk proces.
Daarnaast oordeelde het hof dat beslissingen over de orde tijdens een zitting – zoals het al dan niet toestaan van opnames – buiten het bereik vallen van het beginsel van hoor en wederhoor.
Inhoudelijke beoordeling blijft uit
Doordat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard, heeft het hof zich niet uitgesproken over de inhoudelijke kern van de zaak. Dat betekent dat er geen oordeel is gegeven over de rol van de voorgestelde deskundigen of over de stellingen van appellanten met betrekking tot de aard en veiligheid van Covid-19-injecties, namelijk dat het biologische wapens zijn.
Ook benadrukte het hof dat het belang of de maatschappelijke impact van een zaak geen reden vormt om het wettelijke verbod op hoger beroep te doorbreken.
Vervolg: bodemprocedure later dit jaar
De uitspraak heeft geen directe gevolgen voor de lopende bodemprocedure bij de rechtbank Noord-Nederland, waarin dezelfde partijen tegenover elkaar staan. In die procedure zal de zaak inhoudelijk worden behandeld.
Volgens een eerder aangekondigde planning staat de mondelinge behandeling gepland op 22 oktober en zal deze naar verwachting vijf uur duren.
Persbericht
In een persbericht naar aanleiding van de uitspraak stelt advocaat Peter Stassen dat de zaak een “juridisch markeringspunt” vormt en dat in de bodemprocedure verder bewijs zal worden ingebracht. Ook herhaalt hij standpunten van zijn cliĆ«nten over de aard van de Covid-19-injecties.
Het hof heeft zich over deze inhoudelijke kwesties niet uitgelaten. De uitspraak beperkt zich uitsluitend tot de vraag of het hoger beroep procedureel toelaatbaar was.
“De rechtbank in Leeuwarden draagt een grote historische verantwoordelijkheid om hier op de juiste wijze mee om te gaan in de context van de geplande zitting in de bodemprocedure,” schrijft Stassen.

Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem
hier op Substack voor exclusieve content.


0 reacties :
Een reactie posten