Alleen dat wat slecht gaat, telt mee
Waddenwetenschap, een ‘crime story’ – Deel 2

Zeehonden Waddenzee.
Door Rypke Zeilmaker.
Bewoners van de Waddeneilanden verzamelden vijftigduizend handtekeningen tegen een door Rijkswaterstaat voorgenomen groen hangslot op hun leef- en werkgebied. Zij staan daarbij tegenover een muur van staats-instituties, zoals de Waddenacademie. Die beweren in het rapport ‘De Staat van de Waddenzee’ dat hun leefgebied ondanks honderden miljoenen eerdere bestedingen – er opnieuw dramatisch voorstaat.
Die ‘staat’ zou daarom drastisch ingrijpen vragen. Het wetenschappelijk gesjoemel van de Waddenacademie en partner het CBS is eenvoudig te ontmaskeren door buitenstaanders met natuurwetenschappelijke training. Maar die houdt de overheid buitenspel: “Ze kunnen kritiek straffeloos negeren.”
Dit voorjaar kregen bewoners van het Waddengebied de rekening van een nieuwe ronde ‘natuurherstel’ gepresenteerd door Rijkswaterstaat. Op 4 november op Texel en 13 november op Terschelling volgen nieuwe informatie-avonden over voorgestelde beheerplannen. Volgens Rijkswaterstaat zouden die bijeenkomsten nu al ‘volgeboekt’ zijn.
Wie bij de ‘publieksbijeenkomsten’ wilde zijn moest zich eerst aanmelden en identificeren. De controverse maakt openbaar bestuurders blijkbaar angstig.
Grote delen van het Waddengebied stonden eind april al via zogenaamde “Maatregeltafels” in het roze gekleurd als voor menselijk gebruik te sluiten gebied. Ook wadlopen zou in grote delen niet meer zijn toegestaan. Organisatoren van Wadlooptochten, vissers, en de recreatiesector verenigden zich dan ook in een actiegroep ‘Wij zijn de Wadden.’
Zij verzamelden in korte tijd 50 duizend handtekeningen tegen deze plannen. Ministers van LVVN en Infrastructuur en Milieu zwakten in media vervolgens de voornemens af. Alleen in het broedseizoen zou wat gebied dichtgaan. Maar in het voorjaar berichte de regionale omroep nog dat “Europa” broedt op “drastische maatregelen.” Dat komt door de in 2024 ingestelde Europese ‘Natuurherstelwet’. [i]Wanneer op papier een natuurgebied in ‘slechte staat’ is gebracht, zou volgens die wet tot 30 procent van een Natura 2000-gebied afgesloten moeten worden voor 2030.
Wadvaarder Piet Sytema van Terschelling beklaagt zich als lid van ‘Wij zijn de Wadden’ aldus:
“Wat zit hier achter als de gewone man, wij, de bewoners en de bezoekers, de vissers, de boeren dus de gebruikers van dit gebied de toegang tot grote delen van ons gebied wordt ontzegd? Terwijl nog steeds op ruime schaal afvalwater wordt geloosd. Terwijl direct grenzend aan de Waddenzee een afvalverbrander aan het werk is. En terwijl een eiland als Schiermonnikoog rustig doorgraven kan worden om een stroomkabel te leggen.”
Het donkergroene vermoeden bestaat nu, dat plannen voor ‘natuurherstel’ dienen als wisselgeld voor de windenergie-lobby. Rijkswaterstaat werkt bij deze planvorming namelijk samen met de ecoloog van netbedrijf Tennet, en ecologen van ingenieursbureaus Royal Haskoning en Witteveen & Bos.
Dat zijn ook de partijen, die aan de grootschalige ontwikkeling werken van windenergie op zee voor de Rijksoverheid. Zij bereiden daarin de milieuprocedure voor (MER), zodat staatsbedrijf Tennet stroomkabels dwars door de Waddennatuur mag laten leggen naar windparken.
Windenergie op zee is door eerdere Klimaatministers tot ‘nationaal belang’ verheven. Tegen energieprojecten onder die bepaling in de Omgevingswet, kunnen natuurbeschermers alleen bezwaar aantekenen bij de bestuursrechter.
Die geeft in 9 van de 10 bezwaren de Minister gelijk. Terwijl tegen andere activiteiten in de Waddenzee -zoals visserij, pierensteken, Waddentochten – bezwaar mogelijk is bij de rechtbank, en vervolgens ook het Hof en de Raad van State.
Kortom: de windenergielobby krijgt vrij spel. Terwijl het juridisch prijsschieten blijft voor milieuclubs die tegen de vergunningen van bijvoorbeeld vissers procederen. Zeker wanneer op papier ‘de staat’ van de Waddenzee dramatisch zou zijn.
Klimaatfonds als nieuwe ‘groene’ geldbron
Dus welke rol spelen wetenschappelijke instituten hier, die op de payroll van ‘De Staat’ staan? Zoals we al in deel 1 beschreven van dit tweeluik: ‘Waddenwetenschap, een Crime Story…’[ii] werd het Waddenfonds (2008-2028) aangegrepen om tientallen miljoenen euro’s onderzoeksgeld te mobiliseren voor het Texelse NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee), Rijks Universiteit Groningen (RUG) en Wageningen University & Research Center. Financier was toen de Waddengaswinning door Shell. (NAM)
In totaal vloeiden honderden miljoenen euro’s fossiele subsidies (via het Waddenfonds) naar eerder ’natuurherstel.’ Dat gebeurde vanuit het narratief dat de vogelstand zou worden bedreigd door kokkelvisserij.
Ditmaal is niet enkel het Waddenfonds meer een geldbron voor ‘natuurherstel’, maar ook compensatiegeld vanuit de ‘duurzame’ energielobby. Baggermultinational Jan de Nul bouwde namelijk al voor ruim 2 miljard euro (van Tennet ontvangen) meerdere ‘Wadtrenchers’, de Sunfish en de ‘Waadrinner’, wat ‘Wadloper’ betekent in het Fries. Dat zijn mariene graafmachines van 160 ton die dwars door de Waddenzeebodem metersdiepe en brede kabelsleuven graven.
Door deze sleuven legt men stroomkabels naar nieuw te vergunnen windparken op de Noordzee. Via het door toenmalig Klimaat- en Energieminister Rob Jetten (2022) ingestelde Klimaatfonds, krijgen regio’s die kampen met overlast van deze werkzaamheden – De Waddenregio en Noord Holland – 500 miljoen euro compensatiegeld. Dat heet dan “gebiedsinvesteringen die de leefkwaliteit in de omgeving van aanlandlocaties versterken.”
Daarvan zou dan 124 miljoen euro naar het Waddengebied gaan. Mochten er – naast kabels dwars door Schiermonnikoog – onder Ameland door ook nog waterstof-transportbuizen komen, dan kan een gemeente als het Groninger Westerkwartier op liefst 49 miljoen euro compensatiegeld rekenen.[iii]
De vrees bestaat nu – terecht – dat de gebiedssluitingen voor bijvoorbeeld vissers, wisselgeld zijn voor grootschalige energieprojecten in het Waddengebied en de Noordzee. Het veelvuldig gebruik van de term ‘cumulatieve druk verminderen’ duidt hierop. Wanneer er windmolens of defensie-activiteiten bij komen moet er iets anders weg.
“Gezondheidstoets”
De academische rechtvaardiging bij een groen hangslot op de Waddenzee, werd neergelegd in de “Staat van de Waddenzee.” (2025) Dat rapport werd gemaakt door de Waddenacademie en het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS), met gegevens en rapportages van een beperkt aantal instituten als het NIOZ.
Het CBS noemde het rapport de “eerste alomvattende gezondheidstoets” van het natuurgebied. De financiers ervan waren twee ministeries: LVVN en Infrastructuur en Milieu. De Waddenacademie – geleid door NIOZ-ecoloog Katja Philippart – meldde via een persbericht welke enorme noodtoestand er zou bestaan: [iv]
“De uitkomsten van de Staat geven aan dat voor de Waddenzee als geheel de huidige waarden van 92 van de 238 (38%) indicatoren ‘slechter’ zijn dan de referentiewaarden, waarvan 37 van de 238 (16%) in de afgelopen 12 jaar een verdere ‘verslechtering’ lieten zien. Voor 66 van de 238 (28%) van de indicatoren van de Staat van de Waddenzee zijn de huidige waarden bovendien ‘onzeker’ t.o.v. de referentiewaarden. Omdat voor die indicatoren niet uitgesloten kan worden dat de huidige waarden ‘slechter’ zijn dan de referentiewaarden, vragen ook deze aandacht vanuit beleid en beheer.” [v]
Een politieke beleidswens is hier vader van de rapport-uitkomsten. D66-politicus Tjeerd de Groot – de huidige directeur van de Waddenvereniging – had namelijk met Harry Bevers (VVD) in een Kamermotie in 2022 een nieuw papieren hangslot voorgesteld rond het Waddengebied: het ‘Beleidskader Natuur Waddenzee.’ Daarvoor stelde het LVVN-ministerie een eigen projectleider aan, genaamd Rutger Bults. Voor 2032 reserveerde zijn ministerie daartoe 100 miljoen euro voor ‘natuurherstel’. [vi] “De staat” van de Waddenacademie en CBS was voor Tjeerd’s ‘beleidskader’ ontwikkeld, om die middelen te kunnen besteden.
Alleen dat wat slecht gaat, telt mee
De in 2022 politiek ingestelde Ecologische Autoriteit[vii], sloot zich aan bij het koor van Wadden-alarmisten. Deze autoriteit doet zelf geen veldonderzoek, maar kijkt – net als het CBS – in door instituties als het NIOZ aangeboden gegevens wat deze over ‘de’ natuur zeggen. Zij versterkten het narratief dat “de Waddenzeenatuur al jarenlang verslechtert en het lukt niet om het tij te keren.” [viii]En dus zou “snel handelen nodig” zijn, om “verplicht de problemen in de Waddenzee op te lossen.”
Wageningen UR versterkte in december 2025 het voorgenomen beleidsnarratief, de “Waddenbescherming moet nog stukken beter.” [ix] Ecoloog Martin Baptist stelde toen:
“Er zijn soorten trekvissen, broedvogels en trekvogels waarvan de aantallen al tientallen jaren hard achteruit gaan. ‘En andere soorten waarmee het juist goed gaat, zijn uit warmere streken naar de Waddenzee gekomen. Maar is dat positief? Eigenlijk niet, want die opwarming is te danken aan menselijke invloed.”
Het instituut deed haar eigen duit in het zakje, met een indrukwekkend klinkende ‘cumulatieve impact assessment’, waarin de conclusies van Waddenacademie / CBS nog verder werden aangedikt. [x]
Nadat de ‘verslechtering’ goed in de media was ‘gecommuniceerd’, publiceerde Philippart met jurist Kees Bastmeijer (tevens verbonden aan Waddenacademie) in april dit voorjaar een juridisch advies in opdracht van LVVN-ambtenarij. [xi]
’De wet’ (Habitatrichtlijn) zou tot drastisch ingrijpen dwingen dankzij de “38% verslechtering.” Wat goed gaat is hierbij niet van belang, zo stellen zij. Alleen wat slecht zou gaan telt, sinds het Natura 2000 aanwijzingsjaar 2004/2009 – tot zelfs lokale trends van elders algemene vogels zoals de slechtvalk:
“Dit is niet omdat de doelen die wél worden gehaald minder belangrijk zijn”, schrijft het duo. Hun positie verklaren ze “uit het feit dat uiteindelijk álle gestelde doelen op groen moeten staan om te voldoen aan de juridische regimes.”
Ofwel: alleen wat slecht gaat telt volgens hen mee bij vertaling naar beleid. Zoals we dadelijk zien, introduceerde de Waddenacademie zo een onhaalbaar natuurdoel dat in de realiteit nooit gehaald kán worden.
Eén duidelijk gewenst verhaal
De enige recente studie met een ‘trendoverzicht’ die in echte (peer reviewed) wetenschappelijke literatuur verscheen, komt van Annika Happe et al in Global Change Biology. (2025)[xii] Die constateren dat de Waddenzee sterk veranderde op verschillende niveaus.
Daarbij constateren ze een gemiddelde achteruitgang bij vispopulaties en vaatplantensoorten. Maar “vogels vertoonden een algemene positieve trend in populatiegrootte.” Zij gooiden geen klimaattrends op één hoop met biologische trends, zoals het CBS deed. Ze keken per soortgroep bij schelpdieren, fytoplankton, vogels en zoogdieren wat de algemene trend was. Verandering dus, maar geen uniforme verslechtering.
De gebruikte methodiek door het CBS blijkt dan ook niet voor wetenschappelijk onderzoek ontwikkeld, maar voor PR campagnes van natuurorganisaties. Patrick Boogaart van het CBS formuleerde zijn opdracht vanuit de ministeries dan ook zo: “ons werk was om al die losse gegevens samen te brengen tot één duidelijk verhaal.”[xiii] Daartoe gebruiken ze methodiek die vergelijkbaar is met de Living Planet Index, die is ontwikkeld voor wervingscampagnes van het Wereld Natuur Fonds. In die LPI worden populatie-trends verpakt tot een indexgetal van 0-1.
“Dan krijg je een hele lijst met rapportcijfers”, stelt Boogaart van het CBS. “Neem ze bij elkaar en je kunt een eindrapport opstellen: de Staat van de Waddenzee. Een integrale beoordeling van de staat van de Waddenzee als geheel.” In het academisch tijdschrift Nature werd de door CBS gebruikte LPI-systematiek recent nog afgebrand bij het schetsen van ‘trends’ in zoogdiersoorten op aarde. [xiv] Met een handvol extremen kun je met zo’n LPI namelijk al snel suggereren, dat het over de gehele linie slecht gaat. Maar haal je de 1% ergste dalers uit je LPI-sample en 0,4% meest extreme stijgers? Dan was er bij de overgrote meerderheid- 98,6%- geen trend te zien.
Vegetarische zeehonden
Op basis van die LPI stelde het Wereld Natuur Fonds in 2024 dat ‘het leven op aarde’ een rapportcijfer 2,5 krijgt. Driekwart van gewervelde dieren zou zijn verdwenen. Dat betekent dus niet dat driekwart van alle dieren verdween. Maar dat bij een aantal diergroepen een extreme daling plaatsvond, die het ‘rapport-gemiddelde’ naar 2,5 drukken. De LPI is dus geschikt om een ‘verhaal’ te vertellen, waarmee je een uniforme oorzaak suggereert. Maar je krijgt er geen representatief beeld van biologische trends en oorzaken van.
Het CBS gebruikt dus een zogenaamd ‘aggregaat’, een optelsom van trends van appels, peren en de rest van alle fruitmanden. Volgens het handboek voor studenten milieuwetenschap – “But is it True” van Aaron Wildawsky[xv] – is zo’n aggregaat één van de hoofdkenmerken van zwakke wetenschap.
Het gemiddelde ‘rapportcijfer’ wekt de suggestie van een uniforme oorzaak. Terwijl de dalende trend van de ene soort niets met de ander te maken hoeft te hebben. Neem bijvoorbeeld het gedaalde aantal velduilen op Ameland, en de tegelijk gestegen ‘zeespiegel’, die volgens het CBS bij ‘de’ staat zou meetellen. Een correlatie – de ooievaar landt op je dak en je vrouw blijkt later zwanger – is nog geen relatie. Daarnaast: De dalende trend bij de ene soortgroep kan verder ook veroorzaakt zijn door toename van de ander, volgens het principe “de één zijn brood…”
Neem hierbij de tellingen van Wageningen UR aan de populatie van de gewone zeehond in de Nederlandse Waddenzee. Die gaven in 1985 rond de duizend dieren in de rui-periode. In 2025 waren dat al meer dan zevenduizend, dus zesduizend meer.
Vanuit Schotland kwam zijn grote neef aangezwommen: de Grijze Zeehond (kegelrob). Die wierp in 1985 zijn eerste pups op de Richel bij Vlieland. In 2025 telde Wageningen UR liefst 8.638 van deze kegelrobben in hun vliegtuig-survey.
De visconsumptie per ‘gewone’ zeehond ligt op 4-5 kilo per dag, en bij grijze zeehonden 5-10 kilo. De ‘Staat van de Waddenzee’ zwijgt hier echter in alle talen over, alsof die dieren vegetarisch zouden zijn en dus geen enkele invloed op de visstand hebben.
Visstand in het rood
Dat weglaten van predatie- of roofdierdruk op de visstand is opmerkelijk. Want de focus ligt volgens Waddenacademie-directrice Katja Philippart juist daar. Voor de regionale media stelde zij dat “de visstand in het rood” zou staan.
“Wat je vooral ziet, is bijvoorbeeld dat het niet goed gaat met de vissen in de Waddenzee. Dat springt er echt uit en staat op rood.” [xvi]
Dit rapport is de eerste bouwsteen van een nieuw beleid voor de Waddenzee. Philippart:
“De volgende stap is dat je wilt weten, hoe komt dit dan? Hoe komt het dat het met sommigen goed gaat en met sommigen slecht? Dat is stap twee. Daarbinnen wordt dan gekeken hoe we het tij kunnen keren.”
Een studie van Wageningen UR in 2019 in ‘Ecosphere’ stelde wel op basis van een modelschatting vast dat de zeehonden in staat zouden zijn om 43% van de aanwezige vis weg te vangen en 60% in de kustzone van de Noordzee. Ze rustten daartoe zeehonden uit met satellietzenders, om hun ruimtegebruik in kaart te brengen. Maar de onderzoekers presenteerden die ‘topdown pressure’ als “een belangrijke bijdrage bij het functioneren van het ecosysteem.” [xvii] De biomassa-onttrekking door zeehonden die dus ‘de visstand’ beïnvloedt wordt niet als ‘slecht’ gezien.
Zoals een bierviltje-berekening al toont, dat die selectiviteit onterecht moet zijn. De Nederlandse kottervisserij haalde uit de totale Noordzee 38 miljoen kilo levend gewicht, van garnalen (12 miljoen kg) en platvis (12 miljoen kg) tot inktvis. [xviii] [xix] Met aftrek van garnalenvangst (12 miljoen kilo) kom je uit 26 miljoen visgewicht. De extra (platvis)vraat van zeehonden in Waddenzee en Noordzeekustzone – vergeleken met referentiejaar 1985- moet liggen tussen de 20-30 miljoen kilo. Dat ligt in de ordegrootte van de totale Nederlandse visserij-onttrekking voor de volledige Noordzee, en is in biomassa tweemaal de platvis-vangst door de resterende boomkorvloot.
Zeehonden tot zonne-uren
Volgens de Waddenacacemie en CBS zouden veranderingen in 34 weer-indicatoren van zeewatertemperatuur tot luchtdruk, ook ‘de’ staat van de Waddenzee bepalen. Wanneer schrijvers van dit soort rapporten die verandering aan mensen toeschrijven, werd die als indicator in het rood gezet, als een negatieve invloed op het functioneren van het ecosysteem.
Ook de hoogte van de zeespiegel werd als indicator meegewogen en in het rood gezet. Alsof de 17 centimeter zeespiegel extra tijdens de laatste eeuw aan mensen was toe te schrijven, en dus per definitie ‘slecht’ zou zijn.
Verandering wordt zo dus per definitie gelijk aan ‘schade’…
Nergens werd in die rapporten onderbouwd wáárom een jaar met minder regen, een zeespiegeltrend, meer wind of zonne-uren nu van belang zouden zijn voor zo’n nietszeggend ‘rapportcijfer’ dat het CBS geeft, zoals. fysicus, wetenschapsjournalist en auteur van bestseller ‘De Stikstoffuik Arnout Jaspers stelt. [xx] [xxi]
Die ruim tweehonderd indicatoren lopen uiteen van het aantal zonuren tot het aantal zeehonden, maar van allemaal wordt een historische trend berekend over een zo lang mogelijke periode waarover data beschikbaar zijn. Maar dan komt de logische hamvraag bij elke indicator: wat is de referentiewaarde? In welk jaar was het aantal zonuren of zeehonden ‘goed’? In verreweg de meeste gevallen zijn hier geen objectieve normen voor. Al die indicatoren fluctueren ook enorm van jaar tot jaar.”
Wanneer je het ijkpunt voor ‘normaal’ wat jaartjes opschuift en je krijgt een andere trend, dan klopt je trend ook niet. Meet je bijvoorbeeld vanaf de top van een helling, dan krijg je altijd een dramatische daling. Zoals Jaspers vaststelt:
“voor vissoorten kiezen ze als referentiewaarde het maximum van de afgelopen veertig jaar. Het gaat dus pas goed met de vis in de Waddenzee, als in 2025 al die vissoorten minstens zo talrijk geweest waren als het record per soort sinds 1985. Iedereen die iets van natuurlijke variatie begrijpt, snapt dat dit een onmogelijke eis is voor een complex ecosysteem.”
In het eerder vermelde handboek ‘But is it True’ wordt gesjoemel met referentiewaarden[xxii] als hét eerste hoofdkenmerk van pseudo-wetenschap benoemd. Als iets dat een jongerejaars student direct moet herkennen. Waddenacademie-directrice Katja Phillippart vindt zulke fouten wonderlijk genoeg niet relevant. Zij stelt desgevraagd per email dat het uitgaan van historische maxima gebruikelijk is bij beleidsadvies, zoals bij de Europese Kaderrichtlijn Water.
“Wat betreft het gebruik van de maxima voor de vissen als referentiewaarden verwijs ik naar een toelichting die we daarna hebben geschreven en gepubliceerd.[xxiii] Belangrijkste argument hiervoor is dat we (waar dat mogelijk was) zijn uitgegaan van wettelijk vastgestelde referentiewaarden.”
Op de vraag of statistisch geknoei met referentiewaarden wetenschappelijk door de beugel kan, wil Phillippart vervolgens ook na herhaald verzoek niet ingaan.
Het gedrag van de Waddenacademie-directrice komt overeen met Jaspers’ eigen ervaring. Nadat hij schreef over de statistische beginnersfouten in het rapport, bleef het oorverdovend stil uit academische hoek.
“Achteraf heeft geen van de betrokkenen gereageerd”, stelt hij via email. “De praktijk is helaas, dat men denkt: Oh, ik schreef dat voor Wynia’s Week, dat kunnen we straffeloos negeren want dat leest onze peer-group toch niet.”
Iedereen met enige natuurwetenschappelijke training ziet dus, dat ‘de’ staat van de Waddenzee leunt op wetenschappelijk gesjoemel, en het vaststellen van onmogelijk haalbare natuurdoelen. Maar die staat bepaalt vervolgens wel de beheerplannen waarmee Rijkswaterstaat de bevolking het natuurgebruik ontzegt. Die mogen via ‘participatierondes’ nog een komma verplaatsen.
En zo – door ‘argument by authority – kunnen ook mensen die een half leven op de Waddenzee de natuur volgden, worden weggezet als ondeskundigen. En dat dankzij het werk van rapport-producerende academici die daar zelden komen, mensen die bewust fouten maken die een jongerejaars student milieuwetenschap er uit kan vissen.
“De mensen die de natuur dagelijks beleven met eigen ogen zien dat het helemaal niet slecht gaat”, aldus Wadvaarder Sytema van ‘Wij zijn de Wadden’ op hun sociale mediapagina. “In tegenstelling wat een groep achter bureaus aan de hand van statistieken en spreadsheets willen beweren. Lieden die misschien nog nooit in het gebied zijn geweest….. zeehonden, bruinvissen, lepelaars, aalscholvers zijn massaal aanwezig. Het maakt me keer op keer weer boos en verdrietig als ik de uitvluchten en smoesjes van die ambtenaren hoor…”
De bewoners van de Wadden staan alleen in hun oppositie. Natuurmonumenten gaf dit voorjaar aan dat zij “vóór windenergie op zee zijn” en zij “steunen de energietransitie. Die is hard nodig om klimaatverandering tegen te gaan.” [xxiv] Zij dienden een ‘zienswijze’ in tegen het doorboren van Schiermonnikoog om kabels aan te leggen in opdracht van de Rijksoverheid.[xxv] Maar de kans dat de bestuursrechter het reeds genomen ‘tracébesluit’ – dwars door die mooie duinen – van de Minister van Klimaat weerspreekt, lijkt verwaarloosbaar.
Unesco Werelderfgoed Waddenzee maakt het nog bonter dan de natuurorganisaties. Die club vierde op 28 april ‘World Renewable Energy Day’. Op de datum dat de kerncentrale van Tsjernobyl ontplofte, vierde de mondiale lobby voor windenergie dus haar eigen feestje met de club die zich op papier zorgen maakt over de Werelderfgoed-status. Daarbij toonden ze een ‘graphic’ van wadvogels op een zandplaat, die ijverig voedsel zoeken terwijl kabelschepen vrolijk hun habitat doorgraven. Met windturbines op de achtergrond.
Geen academicus van enig instituut zal ze bij staan bij hun – zoals blijkt terechte – kritiek op de Waddenacademie. Tot het pensioen in zicht is en ze vrij kunnen spreken. Omdat de wetenschap opnieuw pas voortschrijdt met ieder emeritaat.
***
Bron: De Groene Rekenkamer hier.
***

0 reacties :
Een reactie posten