De verduurzaming van de Nederlandse industrie gaat langzamer dan het kabinet nodig vindt om de klimaatdoelen te halen.
8-11-2026
Van schoorsteen naar zeebodem: miljarden voor CO2-opslag, terwijl ondernemers wachten op zekerheid
Van een onzer correspondenten.
De verduurzaming van de Nederlandse industrie gaat langzamer dan het kabinet nodig vindt om de klimaatdoelen te halen. Om die doelen niet helemaal uit het zicht te laten verdwijnen, stopt het kabinet inmiddels extra geld in het afvangen en opslaan van broeikasgas.
Maar de miljarden die naar CO2-opslag gaan, roepen kritiek op. In de Tweede Kamer wordt betwist of de overheid terecht miljarden in een technologie stopt die vooral grote fossiele en energie-intensieve bedrijven ten goede komt — terwijl ondernemers zelf nog aarzelen om mee te doen.
Maar ook wetenschappers zetten grote vraagtekens bij de opwarmende rol van C02, zoals oud Phillips Natlab-directeur Dr. Ad Huijser. Zie hier https://clintel.nl/wp-content/uploads/2025/11/Essay-Ad-Huijser-De-Klimaatillusie.pdf Is C02-opvang om de planeet te redden een wetenschappelijke zeepbel?
Niettemin moet het eerste Nederlandse CO2-opslagproject, Porthos, volgend jaar van start gaan in Rotterdam. Aanvankelijk zou de eerste CO2 al eind 2026 onder de Noordzee verdwijnen, maar door technische complicaties en langere levertijden is de start uitgesteld naar de tweede helft van 2027.
Het nieuwste omdenken heeft toegeslagen in de Nederlandse economie: aardgas mag niet meer uit de bodem en CO2 moet er in.
Op het voormalige gasproductieplatform P18-A, zo’n twintig kilometer voor de kust van Rotterdam, wordt een injectieplatform gebouwd. CO2 van onder meer Shell, ExxonMobil, Air Products en Air Liquide wordt via een pijpleiding naar de Maasvlakte gebracht, onder hoge druk gepompt en uiteindelijk op zo’n 3,5 kilometer diepte opgeslagen in een grotendeels leeg gasveld.
Porthos kan jaarlijks 2,5 megaton CO2 opslaan. Dat is ongeveer tien procent van de uitstoot in de Rotterdamse haven. Voor Shell Pernis betekent het een verlaging van de eigen uitstoot met ongeveer twintig procent.
NOS: Dit wordt het eerste injectieplatform van Nederland
CCS wordt het genoemd: de Engelse afkorting van Carbon Capture and Storage, oftewel het afvangen en opslaan van CO2. Zelfs de milieubeweging zag de techniek lange tijd vooral als een dure overheidsmaatregel waarmee fossiele bedrijven echte verduurzaming konden uitstellen.

Tegelijkertijd noemen andere wetenschappers CO2-afvang noodzakelijk, zeker nu in hun ogen veel andere klimaatmaatregelen achterblijven en de temperatuur op aarde harder stijgt dan verwacht. Voor industrieën die CO2 niet eenvoudig kunnen voorkomen, zoals staal, cement en delen van de chemie, moet CCS volgens voorstanders een brug zijn naar lagere uitstoot.
Mix van groene hoop en groene kritiek maakt de discussie lastig.
Porthos is niet het enige CCS-project in Europa. Zo vangt kunstmestfabriek Yara in het Zeeuwse Sluiskil CO2 af, dat per schip naar Noorwegen gaat en daar onder de zeebodem wordt opgeslagen. Daarnaast zijn er verschillende kleinere commerciële CCS-initiatieven.
Maar juist die mix van groene hoop en groene kritiek maakt de discussie lastig. Voorstanders zien CCS als noodzakelijke aanvulling op wind, zon, elektrificatie en energiebesparing. Critici wijzen erop dat de techniek duur is, veel overheidsgeld vergt en het risico met zich meebrengt dat fossiele bedrijven hun bestaande model langer kunnen voortzetten.
Volgens VVD-Kamerlid Müller is CCS juist nodig om te voorkomen dat bedrijven Nederland verlaten.
De echte test komt met Aramis, de grote opvolger van Porthos. Afvalverbrandingsinstallaties, Tata Steel, cementfabrieken en chemische bedrijven zouden daar hun CO2 kunnen afvangen en via pijpleidingen of schepen naar Rotterdam brengen. Aramis moet uiteindelijk tot 22 megaton CO2 per jaar kunnen transporteren naar opslaglocaties onder de Noordzee.
Bedrijven vooralsnog weinig haast. De reden is begrijpelijk: CCS vraagt om enorme investeringen, terwijl de businesscase fragiel is. Een bedrijf dat CO2 afvangt, moet betalen voor installaties, transport en opslag. Als de CO2-prijs in het Europese emissiehandelssysteem ETS laag blijft, kan uitstoten goedkoper zijn dan afvangen.
Daardoor wachten ondernemers af. Niet omdat ze klimaatbeleid principieel afwijzen, maar omdat ze geen garantie hebben dat hun investering zich later terugverdient. Ze willen zekerheid over tarieven, volumes, subsidies en de vraag of de politiek de regels niet halverwege de rit weer verandert.
Ook binnen het kabinet is de onzekerheid voelbaar. Verschillende bedrijven hebben SDE-beschikkingen ingeleverd omdat de markt onzeker is en er te weinig vraag naar CO2-afvang lijkt om een definitieve investeringsbeslissing te rechtvaardigen.
Zelfs met overheidssteun is het verdienmodel nog lang niet rond.
Juist die onzekerheid wordt groter door de wisselende stemming in de politiek. Klimaatbeleid is in Den Haag geen vast gegeven, maar een voortdurend onderwerp van discussie: over de hoogte van subsidies, de rol van de industrie, de prijs van CO2 en de vraag of CCS wel of niet als noodzakelijke brugtechnologie moet worden gezien.
De VVD verdedigt CCS nadrukkelijk als randvoorwaarde voor industrieën die niet kunnen elektrificeren. Volgens VVD-Kamerlid Müller is CCS juist nodig om te voorkomen dat die bedrijven Nederland verlaten.
Maar tegelijkertijd hekelen partijen als PvdD en Pro de CCS-miljarden als fossiele subsidie. Zij vinden het onverantwoord dat belastinggeld naar CO2-opslag gaat terwijl andere klimaatmaatregelen, zoals verduurzaming van de industrie en het terugdringen van fossiele subsidies, achterblijven.
Ook binnen het kabinet is de koers niet onomstreden. De regering zegt dat CCS nodig is om de industriële klimaatdoelen te halen, maar tegelijkertijd wordt de CO2-heffing voor de industrie bekritiseerd als te zwak. Critici wijzen erop dat het kabinet enerzijds miljarden in CO2-opslag stopt, maar anderzijds de prikkel om minder uit te stoten niet voldoende aanzet.
Ondernemers willen weten of de overheid er morgen nog achter staat.
Om Aramis toch van de grond te krijgen, reserveert het kabinet 1,3 miljard euro extra. Dat geld moet het financiële risico beperken wanneer de aanvoer van CO2 in de eerste jaren achterblijft bij de verwachte volumes.
Maar de subsidie is geen wondermiddel. Zelfs met overheidssteun is het verdienmodel nog lang niet rond. Er moeten voldoende grote klanten instappen die niet alleen meebetalen aan Aramis, maar ook zelf CO2 afvangen en naar Rotterdam vervoeren. Zonder die klanten blijft de keten te duur en te onzeker.
De verwachting is dat een definitieve investeringsbeslissing pas in het vierde kwartaal van 2027 mogelijk is, mits onder meer de omgevingsvergunning en Europese staatssteun goedkeuring rond zijn.
Ondernemers willen weten of de overheid er morgen nog achter staat. Ze willen weten of CO2-prijzen stijgen, of tarieven voorspelbaar blijven en of subsidies niet plotseling worden afgeschaald.
***
Lees ook het artikel van de NOS hier.
***

0 reacties :
Een reactie posten