De zondagse beschouwing van Jan van Friesland.
21-9-2026
Raad van State: Hoog tijd voor de bezem van Buma

‘De tijd is beperkt en in feite hebben we al heel veel tijd verspild om stappen te zetten.’ Met die woorden opende staatsraad Marijke Vos (GroenLinks, nu PRO) de klimaatbeschouwing van de Raad van State vorige week.
Het was geen terloopse opmerking, maar de toonzetting van een instituut dat zich steeds nadrukkelijker opwerpt als hoeder van de klimaatorthodoxie. Wie de samenstelling en de publieke posities van de Raad bekijkt, ziet een patroon: een overwicht aan progressieve en klimaat-georiënteerde profielen en een adviescultuur die steeds vaker de grens overschrijdt tussen zorgvuldig overheidsadvies en politiek geëngageerd klimaatalarmisme.
De Raad van State hoort geen megafoon te zijn van klimaatalarmisme.
De discussie over de politieke kleur van de Raad van State laaide op toen Caroline van der Plas (BBB) sprak over ‘te veel D66’ers’ en Henk Vermeer (BBB) waarschuwde voor ‘politieke motivatie op de loer’. De cijfers liegen niet. Van de leden met een bekende partijachtergrond komen er zeven uit progressieve hoek: vier van D66 (onder wie voormalig vicepresident Thom de Graaf, Onno van Veldhuizen, Han Polman en Paul Comenencia), twee oorspronkelijk van GroenLinks (Kathalijne Buitenweg en Marijke Vos) en één oorspronkelijk van de PvdA (Eric Helder). Aan de rechterkant staat één uitgesproken naam: Kees van der Staaij (SGP).
Daarnaast zijn er leden zonder formeel partijverleden, maar met sterke banden met klimaat, dierenbescherming en mensenrechten. Denk aan Rosa Uylenburg, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak, met een achtergrond bij het Amsterdam Centre for Environmental Law and Sustainability, en Hanna Sevenster, voormalig hoogleraar Europees milieurecht. Hun academische werk sluit naadloos aan bij de groene agenda van de progressieve partijen. Binnen de staatsraden is de milieufocus een duidelijke rode draad.
Het meest extreme voorbeeld van hoe klimaatalarmisme de Raad binnendringt, is de rol van prof. dr. Reyer Gerlagh.
Marijke Vos is natuurlijk ook geen onbekende in dit rijtje. Als oud-Tweede Kamerlid, wethouder in Amsterdam en senator voor GroenLinks heeft zij duurzaamheid en energiebezuiniging altijd hoog op de agenda gehad. Haar uitspraak bij de presentatie van de klimaatbeschouwing past in een bredere lijn: de Raad van State roept niet langer alleen op tot zorgvuldige beleidsvorming, maar tot een vorm van klimaatnoodtoestand die uitstel uitsluit.
Ook Thom de Graaf, oud-vicepresident en oud-fractievoorzitter van D66, heeft zich herhaaldelijk uitgelaten over klimaat en internationale samenwerking. In 2021 waarschuwde hij dat de Nederlandse klimaatdoelen uit zicht raakten en pleitte hij voor een minister van Klimaat en een verscherpte Klimaatwet. ‘Grensoverschrijdende problemen – zoals cybercriminaliteit, pandemieën, klimaatverandering en grote vluchtelingenstromen – kunnen alleen in internationaal verband effectief worden aangepakt,’ aldus De Graaf. Zijn uitspraken tonen een duidelijke voorkeur voor een internationaal en milieugericht beleid, thema’s die doorgaans geassocieerd worden met progressieve politiek.
Het meest extreme voorbeeld van hoe klimaatalarmisme de Raad binnendringt, is de rol van prof. dr. Reyer Gerlagh, hoogleraar economie aan Tilburg University. Volgens zijn profiel adviseert hij van mei 2025 tot mei 2028 de Raad van State over klimaatbeleid binnen de ‘expertisekring klimaat’. Gerlagh is geen terughoudende academicus. In mei 2023 nam hij deel aan een blokkade van de A12, georganiseerd met Extinction Rebellion, en verscheen hij in een witte jas van Scientist Rebellion. Tegenover de NOS verklaarde hij:
‘Ik héb die informatie, en die mensen van Extinction Rebellion, die hebben gewoon gelijk.’ En: ‘De maat is vol.’
Zijn publieke statements lezen als een manifest van klimaatactivisme. Over fossiele subsidies:
‘We moeten stoppen met subsidies op fossiele brandstoffen. Fossiele subsidies kosten veel geld en maken de wereld kapot.’
Over economische groei:
‘Economische groei zónder klimaatbeleid leidt tot grote klimaatveranderingen.’
Over de rol van de overheid:
‘De overheid kan dan zeggen dat alle huizen vanaf nu zonnecellen moeten hebben. Daar hebben we geen verantwoordelijke burgers voor nodig.’
En over kernenergie:
‘Stop met alle hoop vestigen op kernenergie als dé oplossing.’
De hoop is uitgesproken dat Buma, in zijn rol als nieuwe vicepresident, zal zorgen voor meer klimaatrealisme in de Raad van State.
Gerlagh mag demonstreren, blokkeren en de PVV bekritiseren tijdens lezingen. Maar zodra zijn naam wordt verbonden aan de Raad van State, mag het publiek vragen welke pet hij op heeft. Niet om hem het zwijgen op te leggen, maar om te voorkomen dat activisme zich vermomt als institutionele neutraliteit.
De optelsom is duidelijk. Een vicepresident met een D66-verleden die pleitte voor verscherpte klimaatdoelen. Een staatsraad met een GroenLinks-verleden die de toon zet met een urgentieverklaring. Een expertisekring waarin een klimaatactivist als Gerlagh adviseert. En een academische top met sterke banden met milieu- en klimaatnetwerken. De Raad van State is formeel onafhankelijk, maar de inhoudelijke lijn is steeds vaker die van een instituut dat de klimaatnoodklok luidt en uitstel gelijkstelt aan nalatigheid.
Dat heeft gevolgen. Adviezen klinken minder als afwegingen tussen belangen en meer als morele oproepen. Beleidsalternatieven – zoals een grotere rol voor kernenergie, een meer geleidelijke transitie, of een bredere afweging van kosten en baten – worden niet serieus meegewogen, maar weggezet als vertragingstactieken. De Raad van State, bedoeld als onafhankelijke toetser van bestuurlijke kwaliteit, dreigt zo zelf onderdeel te worden van een politiek project.
Tegen deze achtergrond is de benoeming van Sybrand Buma als vicepresident van de Raad van State veelzeggend. Buma staat bekend als een bestuurder met oog voor juridische zorgvuldigheid en institutionele balans. In zijn eerste beschouwingen toonde hij zich kritisch over ‘uitstel en afstel’ bij het kabinet, maar zonder de apocalyptische toon die elders in de Raad klinkt.
De hoop is uitgesproken dat Buma, in zijn rol als nieuwe vicepresident, zal zorgen voor meer klimaatrealisme in de Raad van State. Door de adviesfunctie terug te brengen naar haar kern: een onafhankelijke, evenwichtige toetsing van beleid, waarin ruimte is voor verschillende scenario’s, technologieën en afwegingen.
De Raad van State hoort geen megafoon te zijn van klimaatalarmisme, maar een instituut dat de overheid helpt om verstandig, haalbaar en draagvlakrijk beleid te voeren. Als CDA-leider in 2025 riep Buma ‘klimaatgelovers’ op links en ‘sceptici’ op rechts op om samen te komen tot een klimaatakkoord dat ‘haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar is voor iedereen.’ Hij waarschuwde dat te veel sturing op modellen en papieren doelen leidt tot onrust bij burgers.
***

0 reacties :
Een reactie posten