Het Klimaat- en energiefonds dreigt uit balans te raken, zo valt uit de belangenvertegenwoordiging van de groene energietransitie te vernemen.
22-9-2026
Jaloezie om het Klimaatfonds: kernenergie krijgt miljarden, de groene energietransitie miljoenen

Van een onzer correspondenten.
Het Klimaat- en energiefonds dreigt uit balans te raken, zo valt uit de belangenvertegenwoordiging van de groene energietransitie te vernemen. Van de 13,2 miljard euro die nog niet aan een specifieke maatregel is toegewezen, valt ongeveer 13 miljard euro onder het onderdeel kernenergie. Voor alle andere onderdelen samen resteert slechts een fractie daarvan. Het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt dat daardoor belangrijke onderdelen van de energietransitie in de knel kunnen komen.
‘Kernenergie pakt nagenoeg heel het Klimaatfonds en laat energietransitie met kruimels achter.’
(Solar & Storagemagazine.nl)
De cijfers roepen onvermijdelijk jaloezie op. Niet omdat kernenergie geen plaats zou mogen hebben in een klimaatneutrale energievoorziening, maar omdat vrijwel alle resterende financiële speelruimte naar één technologie lijkt te verschuiven. Voor energie-infrastructuur, innovatie, waterstof, verduurzaming van de industrie en andere onderdelen van de transitie blijft nauwelijks nog ruimte over.
De verhouding is opvallend. In het definitieve Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds 2027 staat dat er in totaal nog 13,2 miljard euro niet voor een specifieke maatregel is bestemd. Daarvan valt 13,04 miljard euro binnen het perceel kernenergie. Voor alle overige percelen gezamenlijk resteert volgens het kabinet nog ongeveer 165,6 miljoen euro aan vrije ruimte. Het PBL presenteerde in zijn quickscan een vergelijkbaar beeld. Voor de jaren vanaf 2027 resteerde volgens het planbureau 13,7 miljard euro vrije ruimte, waarvan het grootste deel bij kernenergie stond. De andere percelen — waaronder energie-infrastructuur en vroege fase-opschaling — beschikten samen over minder dan een kwart miljard euro, terwijl de ingediende claims aanzienlijk hoger lagen.
Dat verschil is niet slechts een boekhoudkundige curiositeit. Het bepaalt welke onderdelen van de energietransitie daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd, welke projecten moeten wachten en welke technologieën politieke prioriteit krijgen.
Voor energie-infrastructuur lagen de claims volgens de PBL-quickscan tussen 3,5 en 6,5 miljard euro. Voor vroege fase-opschaling — bedoeld voor technieken als elektrolyse, waterstof en andere innovatieve energiedragers — bedroeg de gezamenlijke claim ongeveer 4,2 miljard euro. De beschikbare ruimte in dat onderdeel was op dat moment slechts 228 miljoen euro. De verdeling dreigt daardoor ‘minder evenwichtig’ te worden.
Kernenergie krijgt een uitzonderingspositie.
De voorkeur voor kernenergie is het gevolg van een politieke keuze. In het hoofdlijnenakkoord is het budget voor kernenergie met 9,5 miljard euro verhoogd. In totaal is voor het perceel ongeveer 14 miljard euro gereserveerd. De regering wil daarmee de weg vrijmaken voor de bouw van nieuwe kerncentrales en zet daarnaast in op kennisontwikkeling, nucleaire industrie en mogelijk kleine modulaire reactoren.
De huidige verdeling loopt daar enigszins op vooruit. Zij reserveert miljarden voor een toekomstige productieoptie, terwijl infrastructuur die verschillende productieopties mogelijk moet maken met veel minder geld moet rondkomen.
In de stukken wordt expliciet vermeld dat de aansluiting van nieuwe zonneparken door netcongestie vertraging ondervindt. Daarmee wordt een probleem bevestigd dat de zonne-energiesector al langere tijd signaleert: projecten kunnen technisch en financieel gereed zijn, maar alsnog niet worden gerealiseerd omdat de netbeheerder geen transportcapaciteit kan bieden.
De tegenstelling is duidelijk. Nederland wil meer elektriciteit produceren zonder fossiele brandstoffen, maar laat een deel van de infrastructuur die daarvoor nodig is financieel achterlopen. Een zonnepark dat niet kan worden aangesloten, levert geen kilowattuur. Een windpark zonder tijdige netaansluiting evenmin.
De politieke betekenis van een reservering is groot. Geld dat op papier beschikbaar is, maar feitelijk aan kernenergie is gekoppeld, is voor andere sectoren niet werkelijk vrij. Een energiecoöperatie, netbeheerder, waterstofproducent of wind-industrie kan er geen beroep op doen zolang het kabinet de reservering handhaaft: het is gewoon verstandig beleid.
***
Bron o.a. hier.
***

0 reacties :
Een reactie posten