Nederland kent zichzelf graag als waterland. We denken aan dijken, gemalen, polders, vaarten en de eeuwenoude strijd tegen overstromingen.
26-8-2026
Waterschappen slaan alarm: ‘We kunnen de droogte niet meer aan’
Van een onzer correspondenten.
Nederland kent zichzelf graag als waterland. We denken aan dijken, gemalen, polders, vaarten en de eeuwenoude strijd tegen overstromingen. Maar achter dat beeld schuilt inmiddels een ongemakkelijke waarheid: het Nederlandse waterbeheer is historisch vooral georganiseerd rond het afvoeren van water. Zodra er te veel water is, moet het verdwijnen. Zodra er te weinig water is, blijken de mogelijkheden om het terug te brengen beperkt.
Zijn het niet eerder ‘droogteschappen’ geworden: organisaties die vooral de gevolgen bestrijden van water dat te lang is verwaarloosd?
Het artikel in AD met bovenstaande kop maakt die tegenstelling zichtbaar. Het AD-artikel waarschuwt dat de waterschappen de extreme droogte niet langer het hoofd kunnen bieden: ondanks miljarden aan maatregelen lopen ze tegen de grenzen van het systeem aan en nu roept dijkgraaf Hein Pieper op tot een Europees actieplan, anders wordt het alleen maar erger. De ‘gereedschapskist’ is vrijwel leeg…
De instellingen die verantwoordelijk zijn voor het regionale waterbeheer beschikken niet over een systeem dat structurele watertekorten kan opvangen.
Natuurlijk zorgen hogere temperaturen, toenemende verdamping en veranderende neerslagpatronen voor grotere droogterisico’s. Maar droogte wordt pas een maatschappelijk drama wanneer het landschap en het waterbeheer onvoldoende water kunnen vasthouden.
Een dergelijk systeem lijkt op een huishouden dat in natte maanden de koelkast leeg kiepert en vervolgens in droge maanden klaagt dat er geen fris is.
Nederland heeft zijn watersysteem eeuwenlang ingericht op veiligheid tegen overstromingen en op optimale landbouwproductie. Sloten werden gegraven, beken rechtgetrokken, grondwaterstanden verlaagd en overtollig water zo snel mogelijk afgevoerd. Dat beleid was begrijpelijk in een tijd waarin natte gronden economisch weinig opleverden en waarin wateroverlast de grootste bedreiging vormde. Maar dezelfde ingrepen die vroeger welvaart en veiligheid brachten, vergroten nu de kwetsbaarheid voor droogte.
Waterschappen mogen geen noodorganisaties voor droogte worden
De NOS beschreef eerder hoe waterschappen na perioden van overvloedige regen vooral bezig waren met afvoeren: gemalen draaiden op maximale capaciteit en waterbergingsgebieden werden na gebruik weer leeggemaakt. Daarmee ontstaat een merkwaardige seizoenslogica. In de winter wordt water als probleem behandeld; in de zomer wordt het als schaarse hulpbron gezocht. Een dergelijk systeem lijkt op een huishouden dat in natte maanden de koelkast leeg kiepert en vervolgens in droge maanden klaagt dat er geen fris is.
Wanneer dijkgraven roepen dat zij de droogte niet meer aankunnen, moet dat niet uitsluitend worden gelezen als een oproep om meer geld of nieuwe technische middelen. Het is ook een noodkreet over een bestuursmodel dat te lang heeft gedacht dat water steeds technisch beschikbaar en bestuurlijk beheersbaar zou blijven.
Droogte-expert Marjolein Mens van Deltares waarschuwt dat er veel gebeurt, maar niet genoeg om de vermeende ‘klimaatverandering’ bij te houden. Veel maatregelen verbeteren volgens haar vooral het bestaande systeem; zij veranderen niet fundamenteel de inrichting van Nederland. Dat onderscheid is essentieel. Een rechtgetrokken beek iets minder snel laten stromen is nuttig. Maar wanneer landbouw, woningbouw, industrie en natuur nog steeds aanspraak maken op een onbeperkte watervoorraad, blijft de onderliggende tegenstelling bestaan. Men kan stuwen verhogen, peilen wijzigen en beregeningsverboden afkondigen, maar men kan niet eindeloos water onttrekken aan een systeem dat minder wordt aangevuld dan er wordt gebruikt.
Waterschappen mogen geen noodorganisaties voor droogte worden die ieder jaar opnieuw verboden en beperkingen afkondigen. Zij moeten volwaardige beheerders worden van een levende watervoorraad: de bodem, het grondwater, de beken en de regionale zoetwatersystemen. Dat vereist niet alleen technische innovatie, maar vooral politieke moed om functies, gewassen, bouwlocaties en economische activiteiten aan te passen aan wat het landschap werkelijk kan dragen.
***
Voor het artikel in het AD (achter betaalmuur), zie hier.
***

1 reacties :
In het verleden waren er ook lange periodes van droogte alleen telde ons land toen geen 18 a 19 miljoen inwoners maar 15 a 16 miljoen en toen waren er geen grote problemen. Hooguit dat de mensen hun tuintje niet meer mochten besproeien. Als je een miljoen of 3, 4 a5 mensen importeert die allemaal zich willen wassen, drinken enz. dan is het niet verwonderlijk dat er een tekort is, tel daarbij op de stroom en water verslindende Data Centers en het plaatje is compleet . Het is niet anders als met de woningbouw, gezondheidszorg, enz. Huidige politici ontbreekt het aan ook maar het geringste beetje visie of het moet een vooropgezet plan zijn om Nederland te ontregelen en dat is nog veel verontrustender.
Een reactie posten