RWE trekt zich terug uit drie grote offshore windprojecten voor de Amerikaanse kust en geeft de bijbehorende concessies terug.
10-8-2026
Duitse energieconcern RWE niet meer zo duurzaam: liever gas

Van een onzer correspondenten.
RWE trekt zich terug uit drie grote offshore windprojecten voor de Amerikaanse kust en geeft de bijbehorende concessies terug. In ruil daarvoor ontvangt het bedrijf 1,22 miljard dollar van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Het geld wordt vervolgens ingezet voor gasprojecten, waaronder een LNG-terminal in Louisiana en een reeks gasgestookte elektriciteitscentrales.
Op het eerste gezicht lijkt dit een zakelijke transactie. In werkelijkheid is het een politiek-economische ommekeer van formaat: de Amerikaanse overheid betaalt een energiebedrijf om een energiebron niet te ontwikkelen en stimuleert vervolgens investeringen in fossiele infrastructuur. Weg klimaatdoel.
RWE-topman Markus Krebber: ‘voor de voorzienbare toekomst is er geen weg vooruit.’
De drie windprojecten bevonden zich voor een belangrijk deel nog in de ontwikkelingsfase. Het ging dus niet om operationele windparken die plotseling van het net werden gehaald, maar om projecten waarvoor RWE al aanzienlijke bedragen had uitgegeven en die in de jaren dertig van deze eeuw elektriciteit hadden moeten gaan leveren.
Energieprojecten worden ontwikkeld over een periode van tientallen jaren, terwijl regeringen kunnen wisselen en beleidsprioriteiten radicaal kunnen omslaan. Wat onder president Biden nog als strategische investering in Amerikaanse energie-onafhankelijkheid en industriële vernieuwing werd aangemoedigd, geldt onder president Trump als ongewenste of zelfs bedreigende infrastructuur. Klimaatrealisme regeert.
Voor groene investeerders is dat een nachtmerriescenario. Een offshore windpark vergt jaren van onderzoek, vergunningverlening, financiële planning, aanbesteding en aanleg. Wanneer een nieuwe regering een eenmaal verleende concessie vervolgens politiek onwenselijk acht, verdampt het rendementsperspectief. Dat is de wrede natuur van de economie.
Beleggers reageerden aanvankelijk duidelijk positief op de miljardenschikking. Op de beurs van Frankfurt steeg het aandeel RWE op 6 augustus 2026 met ongeveer 2,17 procent tot 56,48 euro; het aandeel trok aan nadat de overeenkomst met Washington bekend werd.
De Amerikaanse deal met RWE staat niet op zich.
RWE gebruikt het vrijgekomen kapitaal onder meer voor een belang van 16 procent in het Louisiana LNG-project, waarvoor het 900 miljoen dollar uittrekt. Daarnaast reserveert het bedrijf 300 miljoen dollar voor gasturbines en werkt het aan een portefeuille van vijftien gasgestookte piekcentrales in de Verenigde Staten.
Daarvoor bestaat een concrete economische aanleiding. De Amerikaanse elektriciteitsvraag stijgt snel, mede door de expansie van datacenters, kunstmatige intelligentie en digitale infrastructuur. Gascentrales kunnen relatief snel worden gebouwd en flexibel worden op- en afgeschakeld. Zij leveren precies het soort regelbaar vermogen waar elektriciteitsnetten met veel variabele wind- en zonne-energie behoefte aan hebben.
Daarin schuilt de sterkste redenering vóór gas. Een elektriciteitsnet moet niet alleen beschikken over voldoende productiecapaciteit, maar ook over vermogen op het moment dat de vraag piekt en wind en zon onvoldoende leveren. Gascentrales kunnen die rol voorlopig vervullen. Wie uitsluitend kijkt naar de betrouwbaarheid van de stroomvoorziening, begrijpt waarom een energiebedrijf in de huidige Amerikaanse markt liever investeert in gas.
De Amerikaanse deal met RWE staat niet op zich. De regering-Trump sloot vergelijkbare overeenkomsten met onder meer TotalEnergies, Duke Energy en Invenergy. Voor dergelijke schikkingen trok zij 3,9 miljard dollar uit. TotalEnergies investeert nu ongeveer 1 miljard dollar in Amerikaanse gasprojecten, schrijft De Telegraaf.
RWE is in Nederland op zee actief met OranjeWind, het offshorewindpark dat het samen met TotalEnergies ontwikkelt in de Noordzee, 53 kilometer voor de kust van IJmuiden. Daarnaast beheert het onder meer de gascentrales in Eemshaven, Moerdijk, Maasbracht (Claus) en Geertruidenberg (Amer).
Grote ondernemingen handelen niet op basis van klimaatdoelen, maar op basis van risico en rendement. Zolang overheden investeringen in duurzame energie ondersteunen, kunnen bedrijven zich als groene transitiepartners presenteren. Wanneer die steun verdwijnt en fossiele projecten opnieuw aantrekkelijk worden gemaakt, verschuift het kapitaal zonder veel ideologische aarzeling.
***

0 reacties :
Een reactie posten