Droogte is mooi. Ze legt aders bloot, laat rivierbeddingen zuchten, maakt de aarde hard en broos. Ze dwingt tot bezinning, tot soberheid, tot stilte.
20-8-2026
De natuur als wezen: een pleidooi voor droogte
Van een onzer correspondenten.
Sommigen zien de natuur als een wezen. Geen blinde kracht, geen passief slachtoffer, maar een levend, handelend subject met eigen verlangens, ritmes en bedoelingen. Vanuit die veronderstelling klinkt het alarmisme over droogte plotseling als een merkwaardige vorm van arrogantie: alsof wij, mensen, beter weten wat de natuur ‘wil’ dan de natuur zelf. Want als de natuur een wezen is, waarom zou ze dan iets toelaten wat ze niet zou willen? Waarom zou ze droogte laten ontstaan als ze daar niet van hield?
Sommigen, zoals Diederik Samsom (Pro) gaan nog een stap verder en denken dat het wezen ons op de schouder tikt.
Alarmisten spreken over de natuur alsof het een hulpeloze bejaarde is die constant in gevaar verkeert. ‘Het gaat niet goed met de natuur,’ roepen ze, terwijl ze wijzen op droogte, hitte, bosbranden en uitdrogende veengebieden. Maar als de natuur een wezen is, dan is deze retorische houding niet alleen paternalistisch, ze is ook logisch onhoudbaar. Een wezen dat voortdurend tegen zijn eigen belangen in handelt, is geen wezen — het is een contradictie.
De natuur laat droogte ontstaan. Niet per ongeluk, niet als fout, maar als uitdrukking van haar eigen dynamiek. Droogte is geen storing in het systeem; het ís het systeem. En als de natuur een wezen is, dan is droogte geen ziekte, maar een stemming. Soms is ze uitgelaten en nat, soms somber en dor. Wie dat niet accepteert, projecteert zijn eigen sentimenten op een entiteit die daar niets mee te maken heeft.
In de ecologische literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen ‘seasonal drought’ — een zich herhalend, voorspelbaar proces — en ‘supra-seasonal drought’, een meer extreme, onregelmatige vorm die het ecosysteem sterk verstoort. Maar zelfs die extreme vorm is geen ‘aanval’ op de natuur; het is een uitdrukking van haar vermogen tot transformatie. Droogte selecteert, zuivert, herschikt. Ze doodt hier, laat daar bloeien. Ze is geen morele actor, maar eerder een esthetische: ze creëert landschappen van schaarste en overvloed, van dorheid en woekerend groen.
Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer spreken over ‘schade aan de natuur’ door droogte, over verdroging, afname van biodiversiteit, uitdrogende vennen en beken. Maar vanuit het perspectief van de natuur als wezen is dit taalgebruik misplaatst. Het impliceert dat er een ‘gezonde’ staat van de natuur bestaat waarnaar teruggekeerd moet worden — alsof de natuur een auto is met een lekke band.
Maar een wezen heeft geen ideale staat. Het heeft toestanden. En droogte is er een van. Het probleem is niet de droogte. Het probleem is de mens die droogte moreel beoordeelt. Wij projecteren onze – terechte – angst voor schaarste, onze hang naar controle, onze drang naar continuïteit op een entiteit die daar immuun voor is. De vuurspuwende vulkaan kent geen scheiding tussen goed en kwaad, weet niet eens zijn eigen naam. En neem Midas Dekkers:
‘Door een perfide speling van de natuur zorgen dezelfde hormonen die een jongen naar een meisje doen verlangen voor de puisten die haar afstoten.’
De natuur gaat niet tegen de natuur in — dat zou nonsens zijn. Ze is haar eigen wet, haar eigen wil, haar eigen willekeur. Wij hebben ons maar aan te passen als wij de kans krijgen: landbouw, veeteelt, het redden van bijzondere soorten. De natuur: een kluwen van biologie & chemie & fysica. In het landschap en onder onze huid.
Wanneer alarmisten roepen dat ‘de natuur het zwaar heeft,’ spreken ze niet over de natuur, maar over hun eigen ongemak met een wereld die zich niet laat temmen. Droogte is niet het probleem; droogte is de spiegel. Ze toont ons onze eigen kwetsbaarheid, onze afhankelijkheid van een systeem dat we niet beheersen, en onze frustratie dat de natuur zich niet gedraagt als een zorgzame moeder die ons constant van water en zekerheid voorziet. Sommigen, zoals Diederik Samsom (Pro) gaan nog een stap verder en denken dat het wezen ons op de schouder tikt. Samson:
‘Ten einde raad probeert Moeder Aarde ons met zoveel mogelijk bosbranden tot klimaatactie aan te zetten.’
Als de natuur dan een wezen moet zijn, dan verdient ze respect — niet als slachtoffer, maar als soeverein. En respect betekent: haar toestanden aanvaarden, ook als die ons ongemakkelijk stemmen. Droogte is geen ramp; het is een fase. Wij hebben het maar te overleven. Soms is de natuur dor, soms drassig. Soms brandt ze, soms groeit ze. Wie dat niet aankan, moet niet de natuur redden, maar zijn eigen verwachtingen bijstellen. En natuurlijk: een pyromaan hoort achter tralies.
Droogte is mooi. Ze legt aders bloot, laat rivierbeddingen zuchten, maakt de aarde hard en broos. Ze dwingt tot bezinning, tot soberheid, tot stilte. In droogte spreekt de natuur niet met een fluisterend klaterende beek, maar met een schor krakende bodem. Wie dat hoort, hoort haar echt.
***

0 reacties :
Een reactie posten