Tjeerd Roozendaal, bestuursvoorzitter van Vitens, vertelde afgelopen week aan het FD dat de drinkwatervoorziening vanaf 2035 bij droogte niet meer gegarandeerd is. ‘We moeten inzien dat het ons voorlopig niet gaat lukken om al het benodigde onderhoud uit te voeren.’

Dat is geen zorgelijke blik vooruit, maar een topman die toegeeft zijn kerntaak niet aan te kunnen. Een piloot die voor vertrek omroept dat het ‘voorlopig niet gaat lukken’ om veilig te landen, wordt niet geprezen om zijn eerlijkheid. Hij wordt uit de cockpit gehaald.

Georganiseerde onverantwoordelijkheid

Eén bestuurder, één bekentenis, één conclusie: opstappen. Niet omdat Roozendaal het watertekort persoonlijk heeft veroorzaakt, maar omdat hij zijn onvermogen om het op te lossen presenteert als bestuurlijke realiteit: ‘We zijn met z’n allen: ministeries, waterschappen, provincies en drinkwaterbedrijven, vergeten naar de lange termijn te kijken.’ Pardon? Je had maar één taak. Zodra falen aan vier bestuurslagen tegelijk wordt toegeschreven, is niemand meer aanspreekbaar en blijft de bestuurder zitten. Dat is georganiseerde onverantwoordelijkheid: iedereen heeft een bevoegdheid, niemand draagt de eindverantwoordelijkheid.

Vergelijk dat met het bedrijfsleven. Een ondernemer die niet vooruitkijkt, gaat failliet. De markt rekent af. Bij een taak die letterlijk inhoudt dat mensen niet zonder drinkwater mogen komen te zitten, gebeurt dat niet. Het drinkwaterbedrijf gaat niet failliet en de bestuurder vertrekt niet vanzelf.

Dit mechanisme heeft een naam: de risico-regelreflex. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid beschreef die al in 2011 in Evenwichtskunst: na een incident reageert bestuurlijk Nederland met meer regels en controle, ongeacht of die het probleem oplossen.

Internationaal wordt gesproken van blame avoidance: bestuurders richten zich vooral op het vermijden van blaam, niet op het bereiken van het beste resultaat. R. Kent Weaver beschreef dit mechanisme in 1986. Christopher Hood werkte het verder uit in The Blame Game (2011): rigide regels en verwaterde verantwoordelijkheid beschermen vooral de instituties zelf. Een vergunning afgeven die vervolgens verkeerd uitpakt, kan een bestuurder de kop kosten. Een vergunning jarenlang laten liggen kost niemand iets. De schade is verspreid, vertraagd en onzichtbaar. Zolang die asymmetrie bestaat, blijft stilzitten de veiligste keuze, ook als de samenleving daar uiteindelijk veel meer voor betaalt.

Andere belangen

Bij het stroomnet zien we het terug: scholen draaien op dieselaggregaten en bewoners mogen hun nieuwbouwhuis niet in omdat de stroomaansluiting ontbreekt. Niemand wordt persoonlijk afgerekend.

Bij drinkwater is het nog duidelijker. Vitens meldt al jaren aan Overijssel dat het drinkwaterbelang het aflegt tegen andere belangen, onder meer door de Natura 2000-wetgeving. Een nieuwe waterwinlocatie kost gemiddeld tien tot twintig jaar, niet omdat de techniek ingewikkeld is, maar omdat het afgeven van een vergunning een zichtbaar risico oplevert en uitstel niet.

Daarachter ligt een structureel probleem: meer dan 80 procent van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zit boven de kritische depositiewaarde, waardoor vergunningverlening, ook voor waterwinning, juridisch uiterst moeilijk wordt. Het kabinet wilde op 26 juni 2026 tonen dat het wél daadkrachtig kan optreden, met een stikstofpakket van 20 miljard euro. Maar dit is een omstreden pakket: BBB noemt het ‘een frontale aanval op de landbouw’, Farmers Defence Force stapt naar de rechter. Drinkwater is in dit hele debat gewoonweg vergeten.

Een alibi om niet te hoeven kiezen

Bij Defensie speelt hetzelfde. Fire Point, de grootste drone- en raketbouwer van Oekraïne, vergelijkt onze bureaucratie met ‘rennen met een loodzware rugzak’: anderhalf jaar wachten om te mogen bouwen, tegenover twee dagen in Oekraïne, aldus directeur Sjtilerman. Defensie-expert Hans Huigen noemt die kritiek te kort door de bocht, omdat Nederlandse regels ook zekerheid bieden.

Dat mag zo zijn. Niet elke regel is overbodig. Maar het patroon is bij drinkwater, het stroomnet en defensie hetzelfde: zorgvuldigheid wordt een alibi om niet te hoeven kiezen.

Voor wie nu denkt dat dit om budget draait: aan kapitaal ligt het niet. Pensioenfonds ABP zegt al jaren meer in Nederlandse infrastructuur te willen investeren, maar te weinig geschikte projecten te zien. Het geld gaat in plaats daarvan naar trams in Barcelona en tolwegen in Italië. Het probleem is dus niet een tekort aan geld, maar diezelfde asymmetrie: procedures en rendementseisen maken stilstand aantrekkelijker dan handelen.

Wat nodig is, is een omslag. Geen zetbazen meer op posten waar daadkracht vereist is, maar ondernemende bestuurders die risico durven nemen en resultaten afdwingen.

Het gaat niet alleen om karakter. De beloningsstructuur moet veranderen. Wie niets doet, wordt zelden afgerekend. Wie handelt en een fout maakt, wel. Zolang die asymmetrie blijft bestaan, produceert het systeem steeds hetzelfde type bestuurder, hoeveel personen je ook vervangt.

Bestuurlijke stilstand

De top moet besluitvaardigheid belonen en aanvaarden dat handelen soms verkeerd uitpakt. Dat is geen pleidooi voor roekeloosheid of slechte kwaliteit, maar voor bestuurders die knopen doorhakken, verantwoordelijkheid afdwingen en blokkades doorbreken.

De overheid wordt geacht ieder risico uit te sluiten, terwijl de samenleving nauwelijks nog accepteert dat iets kan misgaan. Nederland is zo aangeharkt dat vrijwel niets meer mag worden geprobeerd voordat honderd scenario’s zijn afgedekt. Het resultaat is bestuurlijke stilstand.

Het vastlopen heeft concrete oorzaken 

Sinds het interview verscheen, gebeurde het merkwaardigste: niets. Geen crisisberaad, geen ultimatum, geen aftreden. Alleen het interview zelf. In bestuurlijk Nederland geldt het tijdig aankondigen van het eigen dreigende falen kennelijk al als leiderschap.

Roozendaal moet per direct vertrekken. Een bestuurder die publiekelijk toegeeft zijn kerntaak niet te kunnen uitvoeren, hoort te worden vervangen door iemand die het wel probeert. Weigert de raad van commissarissen in te grijpen, dan is die raad onderdeel van het probleem.

Maar alleen zijn vertrek is onvoldoende. Zolang vergunningen structureel vastlopen, produceert het systeem vanzelf een opvolger die over een paar jaar hetzelfde interview geeft. Het vastlopen heeft concrete oorzaken en vereist dus een concrete agenda.

Geef drinkwater een wettelijke voorrangspositie

Ten eerste: naar Brussel, en niet om vrijblijvend te overleggen. Als de Habitatrichtlijn zwaarder weegt dan drinkwater voor zes miljoen mensen, is de rangorde ontspoord. Nederland moet de Europese Commissie duidelijk maken dat dit stopt. Zo niet, dan moet Nederland dwarsliggen op dossiers waarop het wel stemrecht of vetomacht heeft, zoals de begroting, uitbreiding en sancties. Niet eindeloos polderen, maar een deadline en een geloofwaardig dreigement.

Ten tweede: geef drinkwater een wettelijk verankerde voorrangspositie. Het kabinet sprak in 2023 uit dat het drinkwaterbelang ‘waar nodig en onder strikte voorwaarden’ prioriteit moet krijgen. Dat is vaag genoeg om nooit doorslaggevend te zijn. Maak er een harde regel van, zonder vrijblijvende ontsnappingsclausules.

Ten derde: wijs vastgelopen drinkwaterwinningen van nationaal belang aan voor een rijksprojectprocedure onder de Omgevingswet. Laat het Rijk de verkenning, het projectbesluit en de noodzakelijke vergunningprocedures coördineren, met één verantwoordelijke bewindspersoon en vooraf vastgelegde beslismomenten. Deze projectprocedure wordt al gebruikt voor energie-infrastructuur van nationaal belang. Een procedure van zes jaar, zoals in Overijssel, past niet bij een levensnoodzakelijke voorziening.

Ten vierde: dwing uitvoering af. Het kabinet heeft sinds 2023 een Actieplan Leveringszekerheid Drinkwater, bedoeld om regionale knelpunten in de beschikbaarheid van bronnen en productiecapaciteit vóór 2030 op te lossen. Daarnaast stelde de Algemene Rekenkamer in mei 2025 in Drinkwater onder druk vast dat ook het beleid voor drinkwaterbesparing traag op gang komt. Voor die besparingsdoelen ontbreken tussendoelen, waardoor de minister niet tijdig kan vaststellen of het beleid op schema ligt. De Rekenkamer constateerde bovendien dat de minister onvoldoende zicht heeft op de maatschappelijke gevolgen van regionale drinkwatertekorten.

Voer daarom een publieke, halfjaarlijkse voortgangsrapportage in, gekoppeld aan harde consequenties. Anders volgt over drie jaar opnieuw een interview over 2035.

Wachten mag niet langer de veiligste keuze zijn

Ten vijfde: verander de beoordelingscriteria. Zolang alleen een mislukte beslissing wordt bestraft en vertraging geen gevolgen heeft, blijft stilzitten rationeel. Weeg doorlooptijd en besluitvaardigheid daarom even zwaar als fouten bij de uitvoering. Geef bestuurders die tijdig, gemotiveerd en binnen hun mandaat beslissen bescherming tegen persoonlijke afrekening.

Geen vrijbrief voor roekeloosheid, maar herstel van een balans die nu uitsluitend voorzichtigheid beloont.

Dat is de werkelijke schoonmaak: niet alleen een ander gezicht bij Vitens, maar een systeem waarin wachten niet langer de veiligste keuze is. Begin bij Roozendaal. Vervang daarna iedere bestuurder die problemen blijft administreren in plaats van ze op te lossen.

John Knieriem


Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!