Maar waar geen bliksem is en toch meerdere brandhaarden tegelijk ontstaan, ligt de oorzaak niet in het klimaat, maar in menselijk handelen.
18-7-2026
Klimaatverandering: Gelukkig is de brand bij Parijs aangestoken
Van een onzer correspondenten.
De krantenkoppen liegen niet: ‘Het bos bij Parijs brandt’, ‘Fontainebleau in vlammen’, ‘een kantelpunt voor het klimaat’. En toch verhullen zij meer dan zij onthullen. Wat zich in Fontainebleau heeft afgespeeld, is in de eerste plaats geen natuurverschijnsel, maar een menselijke daad – of preciezer: een opeenstapeling van menselijke fouten, nalatigheden en misdrijven. Het is geen bewijs dat de wereld vergaat door C02-uitstoot.
De Franse president Macron bracht bij een bezoek ter plekke het einde van de Tweede Wereldoorlog in herinnering: nog nooit zoveel brandhaarden als toen. En dat in vredestijd.
Een krant als NRC erkent weliswaar dat de branden zijn aangestoken, maar voegt daar onmiddellijk aan toe dat wij ‘niet moeten vergeten’ dat zij mogelijk werden gemaakt door extreme droogte als gevolg van klimaatverandering. Zo wordt een directe oorzaak ondergeschikt gemaakt aan een abstracte achtergrondfactor. De rekensom is verleidelijk eenvoudig: 1 plus 1 is 2. Maar de werkelijkheid is hiërarchisch, niet optelbaar.
Wie kent nog Brandpreventje met de drie O’s?
Wie de feiten ordent, ziet iets anders. In Fontainebleau werden meerdere brandhaarden binnen een beperkte straal ontdekt – een klassiek patroon van brandstichting. Verdachten zijn al geïdentificeerd: jongeren met benzine doordrenkte takken, een pyromaan in brandweeruniform, een achteloze roker. Dit is geen ‘klimaatvuur’, maar menselijk handelen in zijn meest banale en destructieve vorm.
Klimaatalarmisten zijn even terug naar af, hoezeer ze ook publicitair de wind in de rug hadden met de recente hittegolven.
Er komt een tweede verwarring bij. Hittegolven en droogte verhogen weliswaar de kans dat een brand zich snel uitbreidt, maar zij lopen niet parallel met het ontstaan van branden. Ook in relatief gematigde jaren worden branden meestal door mensen veroorzaakt, terwijl omgekeerd extreme hitteperioden niet automatisch leiden tot meer ontstekingen. De natuur kent wel degelijk een eigen ontstekingsmechanisme—bliksem. Maar waar geen bliksem is en toch meerdere brandhaarden tegelijk ontstaan, ligt de oorzaak niet in het klimaat, maar in menselijk handelen.
Opmerkelijk genoeg wordt in het publieke debat precies de omgekeerde beweging gemaakt. Waar hittegolven en droogte optreden, wordt de mens onmiddellijk als dader aangewezen—de uitstoter, de automobilist, de consument van fossiele energie. Maar waar het vuur daadwerkelijk ontstaat, in concrete handelingen met lucifers, peuken of benzine, verdwijnt diezelfde kwalijke dader naar de achtergrond ten gunste van een abstracte systeemoorzaak. Zo ontstaat een merkwaardige symmetrie: de mens is altijd schuldig, maar zelden op het juiste niveau. Tussen de CO₂-uitstoter en de pyromaan wordt een morele gelijkstelling gesuggereerd die analytisch de zaak vertroebelt.
Het is niet de mondiale (inmiddels weer dalende) temperatuur die de lucifer aansteekt. Dat doen mensen.
Een nuchtere analyse vereist daarom een ordening van oorzaken. Primair is er menselijk handelen: opzet, roekeloosheid, nalatigheid. Secundair is er het landschappelijk en bosbouwkundig ontwerp dat brand faciliteert: dichte aanplant, gebrek aan brandgangen, accumulatie van brandbaar materiaal. Pas op een derde niveau verschijnt de meteorologische context, waarin droogte en hitte het risico verhogen. Die ordening is niet academisch; zij bepaalt waar beleid effectief kan ingrijpen.
Neem het Franse plan om een miljard bomen te planten, gepresenteerd als klimaatmaatregel. In de praktijk betekent dit vaak economisch gedreven aanplant: naaldbomen, monoculturen, productiebossen. In een droger klimaat functioneren deze landschappen als brandversnellers. Men stapelt brandstof op, vaak in de nabijheid van steden en infrastructuur, en noemt dat vervolgens ‘vergroening’. Eén lucifer volstaat dan om een catastrofe te ontketenen.
Het is niet de mondiale temperatuur die die lucifer aansteekt. Dat doen mensen – en dat wordt mogelijk gemaakt door beleid. Natuurlijke klimaatverandering is een versterkende factor, maar zij is geen handelende actor op het niveau waarop branden ontstaan.
Parijs staat in brand omdat mensen vuur maken in een landschap dat daarop slecht is voorbereid – en omdat een politiek discours dat eenvoudige feit liever overschreeuwt dan onder ogen ziet.
Hier te lande heeft Nederland, in de vaart der volkeren, is het ooit zo bekende Brandpreventje ten grave gedragen. De bezorgde spuitgast met de drie O’s. Kent u ze nog?
***

0 reacties :
Een reactie posten