Door Quinten Pluymaekers (De Nieuwe Denktank).

Deze week werd bekend dat in de regio Utrecht er voorlopig geen nieuwe stroomaansluitingen komen. Dat raakt 800.000 mensen en kan jaren gaan duren. En zoals het er nu uitziet, krijgt dit navolging in de rest van het land.

Het overvolle stroomnet is niet het gevolg van een hoger elektriciteitsverbruik – dat is al bijna 20 jaar stabiel – maar van de energietransitie. Onregelmatige opwekking door windmolens en zonneparken aan de ene kant en onregelmatig piekverbruik aan de andere kant door warmtepompen en elektrische auto’s vragen om een ander, veel zwaarder stroomnet.

Ingenieurs zagen het aankomen en waarschuwden er al jaren voor. Maar ingenieurs maken hier niet de dienst uit – dat doen bestuurskundigen en juristen. Dus de investeringen gingen niet naar het stroomnet, maar naar windmolens en zonneparken. Die zorgen immers voor stroom!

‘De toekomst van onze kinderen is in het geding’, zeiden de vocaal vaardige bestuurskundigen en juristen. De ingenieurs spraken over terawatturen, ketenrendementen, termijnsturing en netstabiliteit. De retorica won het van de werkelijkheid en de gevolgen daarvan zagen we deze week in Utrecht.

Ik wilde hier daarom een oude oproep van Johan Schaberg herhalen voor meer ingenieurs in het landsbestuur: ‘Voor een derde van de prijs van een bestuurskundige of jurist heb je iemand die weet dat stekkers alleen werken als de stopcontacten ook kloppen’, zo vat hij het mooi samen.

Maar toen las ik dat in ons ‘geïnternationaliseerde’ onderwijs er maar weinig Nederlandse ingenieurs worden opgeleid. De TU Eindhoven hanteert een numerus fixus, waardoor veel Nederlandse jongeren buiten de boot vallen. In plaats daarvan leiden we – in het Engels – buitenlandse studenten op, waarvan driekwart kort na de studie weer vertrekt.

Utrecht zal dus nog wel lang zonder stroomaansluitingen zitten.

***

Bron hier.

***