Zoals trouwe lezers weten, staat Climategate.nl sceptisch tegenover waterstof als energiedrager (NB: waterstof is geen energiebron) vanwege de hoge kosten en vele andere nadelen die daaraan kleven, zoals wordt bevestigd door de vele waterstofprojecten die de laatste tijd zijn afgeblazen. Ing. Henri Ossevoort ziet daarentegen wèl mogelijkheden, zoals hij hieronder uitlegt.

Een discussiebijdrage.

***

Door Henri Ossevoort.

Waterstof is de meest voorkomende chemische stof in het heelal. De oneindige energiedrager. Wij noemen dit een kans. Je moet de kans wel zien, anders komt er weinig van terecht. Verheugend is te zien hoe ongelooflijk veel initiatieven er ontplooid worden op waterstofgebied. Dat geeft wel aan hoeveel mensen al lange tijd overtuigd zijn van de ultieme energiemogelijkheid van H2 waterstof voor nu en in de verre toekomst.

De schoonheid en de veiligheid van H2 waterstof gaat ver boven welk ander energiedrager dan ook uit. De schoonste onder alle energiedragers. Op dit moment Verbruikt de mensheid op grote schaal grondstoffen. Wij Verbruiken in plaats van Gebruiken en gooien de rest eenvoudig van ons af! Recyclen komt langzaam op gang.

Verbruiken is eindig tot de grondstofvoorraden uitgeput zijn, maar gebruiken is oneindig, wat we gebruiken geven wij terug aan de natuur, de bron waar wij het vandaan halen. Dat is het basismateriaal water en verkeren daarmee in de eeuwige kringloop van alle water op onze planeet (72 % wateroppervlak) ( 1.499.000.000 km³ = 1 miljard, 499 miljoen km³.

Zo mag het ook 1.479.000.000.000.000.000 ton water)!

Bovenaan prijken:

  • H2 Waterstof als schoonste zonder afval, Thorium reactor, Verrijkt uranium reactor.
  • Aardgas, Aardolie, Steenkool, Bruinkool, Hout, Turf

5 Jaar geleden heb ik het waterstof dictee geschreven.

Alle initiatieven ten spijt we halen op geen stukken na de hoeveelheid per jaar die we nodig hebben. Om ons land te voor zien van voldoende voor wonen werken, industrie en transport. Er zijn andere maatregelen nodig.

Zo heb ik een idee gelanceerd met enig rekenwerk produceren wij 60 tot 80 Miljard m3/h2/a Dat begint er op te lijken. Wat men van ver haalt mag dan lekker zijn maar is ook duur. Mijn idee ligt dichter bij huis voor de kust, dus lekker dichtbij en hoogstwaarschijnlijk minder kostbaar.

De probleemanalyse

Om een complete waterstof economie te realiseren, eerst een analyse.

De 5 onderdelen van deze analyse zijn:

  • Overgang van aardgas naar waterstof.

  • Opwekking en grootschalige productie van waterstofgas op zee en elders.

  • Opwekking op lokaal niveau waar mogelijk op industrieterreinen en beschikbare en geschikte daken.

  • Distributie via het bestaande (infrastructuur) gasnet.

  • Gebruikers voorzien van aanpassingen tot aan de voordeur zowel voor gas als elektriciteit
  • Om over te gaan van aardgas naar waterstofgas is het belangrijk in welke mate we gebruik kunnen maken van het bestaande aardgas net. Wij in Nederland hebben het meest fijnmazige aardgas distributie netwerk van de hele wereld. Onderzoek heeft uitgewezen dat grosso modo ons aardgas net heel geschikt is om waterstof te transporteren.
  • Naast allerlei initiatieven van ondernemingen tot particulieren die oplossingen bedenken in de toepassing van waterstof blijft de hoofdvraag min of meer onbeantwoord.

Waar halen wij de enorme hoeveelheid waterstof vandaan om Nederland te bedienen zoals we gewend zijn?

Dat kan alleen op hele grote schaal. Via zon en wind op land daarvoor is het oppervlak van Nederland bij lange na niet toereikend. De Noordzee biedt een veel betere mogelijkheden.

Toch zijn er wel degelijk mogelijkheden op het land. Omdat we uitgaan van het produceren van waterstof via zon en wind hebben we al een klein potentieel op het land gerealiseerd. Daar is 1 ding voor nodig. Alle geproduceerde elektriciteit dient ter plaatse omgezet te worden naar Waterstof via elektrolyse, groot of klein. Op die manier hebben we waterstof tot voor de deur. Voor industrie, utiliteit, en woningen. Met waterstof voor de deur kunnen we twee dingen doen. Direct verstoken in de verwarming en kookapparatuur en daarnaast via brandstofcellen de eigen elektriciteit op te wekken.

Nu vastgesteld is dat waterstof via ons fijnmazige gasnet getransporteerd kan worden ligt de weg open voor verder ontwikkeling. Zoals bij alle nieuwe aansluitingen zal nog het een ander aangepast moeten worden.

Bijvoorbeeld industrieterreinen. Doorgaans beschikken die over een uitgebreid hoog capacitief net. Als de daken van veel industriehallen vol gelegd worden met zonepanelen en centraal op het industrieterrein een grote windturbine geplaatst wordt, kan de gezamenlijke elektriciteit opwekking centraal worden omgezet naar waterstof, die vervolgens in het bestaande gasnet wordt gepompt zodat ieder bedrijf naar eigen behoefte warmte en elektriciteit kan maken.

Toch zijn dit maar deelproblemen. Het hoofdprobleem is:

Hoe komen we aan de gigantische hoeveelheid waterstofgas per jaar om Nederland te bedienen? Ca 80.000.000.000 m3/a

  • Hoe produceren we deze hoeveelheden waterstofgas?
  • Waar produceren we dit?
  • Hoe distribueren we die hoeveelheden?

De wat grotere elektrolysers, Bijvoorbeeld de Siemens Silyzer 200 PEM produceert 225 Nm3/h bij een vermogen input van 1.25MW of 1.250 kW.

1250 kW vermogen levert 225 Nm³/h, watergebruik 1,5 liter/Nm³/h

1250 x 1000 /a draaiuren =

1.250.000 kWh x 225 = 281.250.000 Nm3/a

Deze gegevens worden gebruikt voor de nog volgende berekeningen.

Op dit moment zijn er al veel grotere capaciteiten in elektrolysers. Later daarover meer.

Transport

Gas laat zich relatief eenvoudig transporteren. Althans in Nederland is daar heel veel ervaring mee.

Na de productie van waterstofgas via de elektrolysers dient het getransporteerd te worden naar een eerste opslag. Dat kan op drie manieren, lage druk, ca 30 bar, midden druk, ca 100 bar, hoge druk van 300 tot 1000 bar.

De eenvoudigste is de 30 bar in de onmiddellijke nabijheid van de elektrolysers. De reden is eenvoudig het gaat hier om grote hoeveelheden en dus om de hoogste veiligheid.

Bij de relatief lage druk 30 bar kan gebruik gemaakt worden van kunststof leidingen. Voor transport over grotere afstanden worden veelal stalen leidingen toegepast. Het hogedruk aardgas net werkt met een druk van 60 bar. Veel ervaring is opgedaan met grote netwerken in deze vorm.

Voor leidingen die direct van de offshore installaties komen zijn speciale maatregelen nodig voor het leggen en beschermen tegen de zoute omgeving.

Welke materialen kiest men voor gasleidingen?. Een lijstje:

Gasleidingen kunnen van verschillende materialen worden gemaakt. De keuze van het materiaal voor een gasleiding is afhankelijk van een aantal factoren:

  • Het soort gas dat getransporteerd kan worden. Hierbij wordt extra aandacht besteed aan de risico’s op ontploffing, brand en ander schadelijke gevolgen zoals vergiftiging en verstikking die kunnen ontstaan wanneer gas uit de gasleiding ontsnapt.
  • De capaciteitseisen die worden gesteld aan het transport door de gasleiding. Kortom hoeveel gas moet worden getransporteerd op een bepaald moment. Dit bepaald mede de diameter van de leiding.
  • De druk waarmee gassen worden getransporteerd. De druk van gas heeft te maken met de capaciteitseisen. Als gassen snel getransporteerd moeten worden zal er veel druk op de gasleiding staan en moet de gasleiding van extra stevig materiaal worden gemaakt. Daarnaast worden ook extra hoge eisen gesteld aan de verbindingen waaruit het gasleidingtraject bestaat.
  • De invloeden van buitenaf die druk uitoefenen op de gasleiding. Hierbij kan gedacht worden aan bewegingen en trillingen die afkomstig zijn van gebouwen en machines waarin de gasleidingen zijn geplaatst.
  • Weersinvloeden zoals wind, sneeuw, hagel en regen kunnen ook invloed hebben op gasleidingen die buiten zijn geplaatst.
  • Temperatuur heeft eveneens een invloed op de gasleiding. Hierbij kan gedacht worden aan de omgevingstemperatuur waar de gasleiding is geplaatst en aan de temperatuur van de gassen die worden getransporteerd.
  • Corrosievastheid is belangrijk wanneer een leiding geplaatst is in de buitenlucht en met name in een omgeving met zouten zoals een zeeklimaat.
  • De prijs is ook van invloed bij het bepalen van het materiaal van een gasleiding, maar zeker niet het belangrijkste.

Comprimeren

Te beginnen met de einddruk die behoort bij het optimale gebruik van waterstof. Waar het hogedruk aardgas systeem werkt met 60 bar dient deze druk gereduceerd te worden tot 500mbar= 0,5 bar in de straat tot in de gebouwen en apparaten. Sommige huishoudelijk apparaten werken met 200 mbar(0,2 bar) die hebben een speciaal reduceer ventiel.

Het reduceren van het hogedruk net naar de gebouwde omgeving werkdruk vind plaats bij Gasreduceer stations die verspreid georganiseerd zijn in en rondom dorpen, stadjes en steden. Het grote gasnetwerk en de reduceerstations is het meest fijnmazige gas infrastructuurnet in Europa.

Om deze situatie te bereiken is het nodig dat het waterstofgas gecomprimeerd wordt. Waterstof heeft enkele hele dunne molecuul, in vergelijk met andere gassen dient 2x zoveel gas verwerkt en gecomprimeerd te worden.

Het geproduceerde gas na de elektrolysers wordt gecomprimeerd met zuigercompressoren. Comprimeren kost energie tot wel 6 % van de gaswaarde. Bij hogere drukken wordt gebruik gemaakt van Ionische compressoren. Dat zijn compressoren waarvan de cilinder is gevuld met Ionische vloeistof die de waterstof tot 450 bar onder druk zet in waterstoftankstations.

Het Rekenwerk

Via elektrolyse maken we van H2O waterstof. Om H2O te splitsen hebben we elektriciteit nodig. Om 1 m3 waterstof te produceren via elektrolyse is 48,7Kw nodig.

Uitgaand van 1 eiland zoals in het ontwerp ter sprake komt de volgende
uitkomsten:
16 turbines van 15 MW =  240 MW
32 turbines van 8 MW =   256 MW
60 Turbowinds 2 MW =    120 MW
——————————————————

Som:                                    616 MW

Aantal draaiuren = 3000 x 616 = 1.848.000 MW
1.848.000.000 kW : 48,7 = 36.960.000 m3/a per eiland
X 60 Eilanden = 2.217.600.000 m3/H2/a
Er staan 304 turbines in de Noordzee betekent 11.235.840.000 m3/a

16 turbines van 12 miljoen = 195 miljoen euro
32 turbines van 10 miljoen = 320 miljoen euro
60 Turbowinds 0,3 miljoen = 18 miljoen euro
————————
Per eiland een investering aan turbines € 533.000.000
Per eiland een investering aan offshore installaties € 50.000.000 euro
Totaal per eiland € 583.000.000 euro

Het ontwerp

Al deze ingrediënten maken nog geen werkend geheel. Om een werkend geheel te maken is een ontwerp nodig. Ontwerpen is een geestelijk proces. Niks computer, die leidt in de beginfase van het ontwerpproces alleen maar af. De inspiratie broodnodig voor het ontwerp zit in ons hoofd. Honderden beelden, gedachten gaan door ons hoofd. Daar kan een computer nooit tegen op.

Uit al die beelden en gedachten visualiseren we een richting waar we naar toe zouden willen. Van droom naar werkelijkheid.

Dit ontwerp kwam tot stand door heel veel informatie van buitenaf over energie en de wereld. Ervaring en inzicht in bepaalde zaken maken dat er in het brein verbanden worden gelegd combinaties onderzocht die uiteindelijk uitmonden in schetsen. Een stuk papier en een potlood zijn voldoende om gedachten kronkels op papier te krabbelen. Meer is het niet. Het is een proces tussen hersens en hand dat moet groeien van krabbels en nog eens andere krabbels naar een keuze die dicht bij onze hersenspinsels (dromen ) komen. Uit al die krabbels wordt een keuze gemaakt en die wordt verder uitgewerkt. Krabbels worden maatgevoerde schetsen om te zien hoe de verhoudingen liggen. Past het nog steeds met de beelden in ons brein? Dan gaan we verder.

In dit ontwerp zijn een aantal ingrediënten bij elkaar gebracht en stuk voor stuk nagegaan wat hun mogelijkheden zijn. Het gestelde doel is energie in de schoonste vorm, milieuvriendelijk recyclebaar, duurzaam etc.

Heel de wereld is enthousiast over de mogelijkheden die de zon de wind en het water te bieden hebben. Van de warmwater zonnepanelen, de mechanische molen naar de elektriciteitsleverende turbine, van de waterlopen naar de stuwmeren en het gebruik van de valenergie. Van mechaniek naar elektrisch. Zijn daarmee de mogelijkheden uitgeput? Zeker niet Een regering die plannen maakt vastgelegd in een akkoord blijft hangen in het wondermiddel All Electric. Verder gaat voor hen de wereld niet. Elektriciteit is wederom een middel geen doel op zich. De regering verheft elektriciteit als doel.

Verder, alsmaar verder, wat is nog meer mogelijk met elektriciteit.

Men kan het omzetten in warmte, men kan motoren aandrijven, apparaten laten werken, etc. Daarmee is niet gezegd dat we de schoonste energievorm hebben.

Alle opgewekte energie op een klein percentage na wordt gemaakt door het verbranden van fossiele- en bio-materialen. Schoon?, de schoonste? Nee!

De vastgelopen denkers willen ons doen geloven, alles via zon, wind en water omgezet naar elektriciteit, dat daarmee de ideale toestand wordt bereikt. Op dit moment zeker niet.

De teleurstelling is dan ook groot als blijkt dat, hoe groot de energiepotentie van deze middelen ook mag zijn, ze hoogst onbetrouwbaar blijken. De zon schijnt niet altijd en de wind waait niet altijd. Wie heeft dat ook alweer verzonnen.

Ook blijkt zonneklaar dat de gevraagde elektrische energiehoeveelheid voor een groot dorp en voor een stad niet langdurig kan worden opgeslagen. Deze vaststelling moet onherroepelijk leiden naar het zoeken naar andere mogelijkheden. Het denken had niet op mogen houden bij het opwekken van alleen elektrische energie.

Een aantal ontwikkelingen gaat inderdaad een stap of twee verder. Elektriciteit opslaan op grote schaal lukt niet. Gas opslaan op grote tot zeer grote schaal lukt wel. Simpelweg het feit dat gas samendrukbaar is en het zich redelijk eenvoudig laat opslaan. Door comprimeren en opslaan ontstaat een grote buffercapaciteit die de zonloze en windloze perioden moeiteloos overbruggen kan.

Ja, dan komt de volgende vraag. Hoe produceert men dat gas? Hoe transporteert men dat Gas. Waar slaat men dat gas op?

Dat zijnde volgende stappen na de opwekking door zon wind en water.

Een ontwerp van deze omvang kan alleen maar tot stand komen via de geïntegreerde ontwerpmethode.

Ontwerp nr. 1: Met gebruik van bestaande middelen

Kunstmatige eilanden Offshore Installaties Geïntegreerd Ontwerp door een Consortium

Deze eilanden worden opgebouwd uit niet meer functionerende offshore installaties. Deze gemodificeerde installaties worden opgesteld in een achthoek waarvan elke zijde een lengte heeft van ca 400 meter. De zo ontstane binnenzee heeft een oppervlak van ca. 400 ha. Diameter 2300 m2. Tussen de op de zeebodem verankerde offshore platforms zijn lege supertankers gemonteerd die met de getijden op en neer kunnen bewegen.

Zo ontstaat veel plaats voor windmolens, elektrolyse apparatuur en de eerste opslag in de supertankers. Maar ook voldoende leefruimte voor de mensen die er moeten werken. In de zo ontstane binnenzee kunnen wierplantages worden aangelegd. De binnenzee kent een wat rustiger water bij storm dan de buitenzee. In principe lijkt het ook op het eerste ontwerp alleen wordt hier gebruik gemaakt van bestaande installaties die een tweede leven aangaan.

De overheid moet die offshore installaties opruimen en dat kost de overheid op dit moment 4 miljard euro (4000 miljoen euro). Daar heeft men het eerste startbudget te pakken voor een hele goede pilote.

Dit vergt een compleet herontwerp om alle ingrediënten op de juiste wijze te verwerken tot een werkend Northsea Power Gas Station.

Een geïntegreerd ontwerp met in het ontwerpteam alle disciplines die een taak hebben in deze.

Vervolgstappen

Het zal duidelijk zijn dat voor het definitieve ontwerp en de engineering van deze ideeën alle beschikbare kennis over het gedrag van de zee, de zeebodem, de wind op de Noordzee, de Deltawerken en de kennis van de energieopwekking op land en zee moet worden ingezet voor de constructeurs om tot een schone, duurzame en werkbare installatie te kunnen komen. Universiteiten, onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven zullen samen moeten werken om het geheel mogelijk te maken daartoe gefaciliteerd door de overheid. Groene energie is eenzelfde verantwoordelijkheid als het verzorgen van schoon drinkwater. Een overheid die het voorzorgprincipe hanteert beschouwt ze als grondrechten. Op basis van het totale (duurzame) energiegebruik kan nu berekend worden welk percentage groene energie op deze wijze op zee kan worden geproduceerd. Naar verwachting kan het aantal grote windmolens op land hiermee aanzienlijk beperkt worden.

Kunstmatige eilanden offshore installaties

Met waterstof fabrieken die gebouwd worden op afgedankte boorplatforms zou met stroom van windparken op zee via elektrolyse waterstof uit water gemaakt kunnen worden. Per dag zou zo’n fabriek een hoeveelheid waterstof kunnen produceren die overeenkomt met de energie van meer dan 2 miljoen vaten olie. De waterstof zou met pijpleidingen of tankers kunnen worden vervoerd. (uitspraak van Shell) Het eiland is uitgerust met op elk offshore platform een windturbine van 15MW. Op een lager niveau maar nog steeds hoog boven het zeeniveau windturbines met een verticale as . Diameter ca. 12 meter en een hoogte van ca 30 meter. Alle opgewekte elektriciteit, zowel door wind, zon als water wordt direct ter plaats door middel van elektrolyse apparatuur omgezet in H2.

Tussen de vast opgestelde offshore platforms zijn opgelegde niet meer in gebruik zijn de olietankers. Deze zijn verbonden met kettingen en reserve kabels aan de offshore platforms en bewegen mee op eb ene vloed. Op de dekken van de tankers zijn hoogwaardige zonnepanelen gemonteerd en een aantal verticale as windturbines met een diameter van ca 20 meter en 40 meter hoog.

De tankers zelf bieden voldoende H2 opslag met een lage tot middel druk en dienen als eerste opslag en buffer voor dat het gas naar de vaste wal wordt getransporteerd. De offshore installaties zijn alle voorzien van huisvesting, recreatie en restauratie mogelijkheden.

De totale productie capaciteit is 8 turbines van 10MW en ca 50 verticale as turbines van 0,5 MW is 25 Mw + 80 Mw is totaal 105 MW elektrisch vermogen.

De jaarlijkse windproductie is ca 4000 uren. 105 x 4000 = 420.000 MWh

Ontwerp nr. 2. Nieuwbouw

Kunstmatige eilanden op de Noordzee.

Ontwerp: World of Abondance. (Wereld van Overvloed)

Engineering en uitvoering dienen gedaan te worden door een geïntegreerd ontwerpteam en door een consortium van uitvoerende firma’s.

 

Het basisconcept voor een ”Circulaire Energie”, bestaat in principe uit een drijvend achthoekige ponton met een diameter van 19 meter en een lengte van 126,60 meter. Om de 20 meter voorzien van een waterdicht schot.

De langwerpige (126 meter) pontons zijn onderling koppelbaar door middel van koppelpontons die op de zeebodem verankerd zijn. De dakzijde, ruim boven het waterniveau is bezet met ca 2.500m2 hoogwaardige zonnepanelen. De onderwaterzijde is uitgerust met getijden turbines van ca 1MW.

Dit is een basiseiland voor FEW = Food Energy Water module.

De koppelpontons, 9 stuks, zijn voorzien van verticale as windturbines van het type Savonius met een diameter van 15 meter en een hoogte van 30 meter het motor /dynamo huis is inwendig in de ponton geïnstalleerd voor droog onderhoud en bescherming tegen zee en weersinvloeden.

Een compleet eiland bestaat uit 6 stuks in zeshoekvorm opgesteld en onderling gekoppelde basiseilanden met een totale oppervlakte van 330 ha. Zie basistekening.

Het hoofddoel is om door middel van zon- getijden- en windenergie duurzame elektrische energie op te wekken die ter plaatse door middel van elektrolyse wordt omgezet in H2 waterstofgas.

Dit gas wordt opgeslagen in drijvende drukbestendige tanks. Vanuit de tanks wordt het gas via pijpleidingen op de bodem van de zee getransporteerd naar de wal.

Naast de waterstofproductie wordt de vrijkomende warmte benut om zeewater te verwarmen en middels destillatietechniek (ontzilting), dit om te zetten in drinkwater. Dit drinkwater is nodig voor de elektrolysers. Het residu zout kan worden verkocht.

De zo ontstane binnenzee is een ideale plaats om zeewierplantages te exploiteren. Op deze wijze ontstaat een circulaire energiestroom waarbij alle onderling gekoppelde technologieën elkaar versterken.

Deze geconcentreerde ”archipel” van ca 3,3 km2 levert 3 x zoveel energie als een gemiddelde windfarm en produceert extra veel waterstof , water, voedsel, vis en bovendien haven- en luchtfaciliteiten.

Dit aldus geconcentreerd geconstrueerde energiebasis-eiland kan op ieder gunstige plek offshore worden geïnstalleerd en verankerd, onafhankelijk van klimaat en of kustinfrastructuur.

Geschatte maximale capaciteit = 6 miljard m3/h2/a

Het uiteindelijk doel moet zijn dat ieder gebouw, iedere industrie zijn aansluiting krijgt van groene waterstof. De aansluiting dient de capaciteit te hebben van zowel de elektriciteitsbehoefte alswel de warmtebehoefte.

De waterstof aansluiting kan na de meter ingezet worden als gas voor de directe verwarming en via brandstofcellen in elektriciteit.

Industrieterreinen lenen zich bij uitstek om de energievoorziening centraal op te pakken per industrieterrein

Het bestaande aardgasnet dient in ieder geval aangepast te worden voor wat betreft het geschikt maken voor waterstof. Dat betekent dat alle appendages uitgewisseld moeten worden om waterstof resistent te zijn.

Ook uitbreiding en/of verzwaring van het gasnet is noodzakelijk en brengt hoge kosten met zich. De kosten zijn zeker terug te verdienen als men nagaat dat bij het van het aardgas afgaan de infrastructuur verplicht uitgegraven en verwijdert dient te worden volgens de wet hetgeen enorme kosten met zich mee brengt, tot wel 500 miljard.(zie het klimaatakkoord), waar niets tegenover staat, geen besparing, geen enkele verdienste ten gunste van de CO2-uitstoot, eerder het tegendeel.

Geraadpleegde literatuur

  • Water en Waterstof Voordracht 24 september 2016
  • Routekaart Waterstof TKI Nieuw Gas maart 2018.
  • Hydrogen Rocks 795-Book manuscript. November 2021

  • Infrastructure Outlook 2050 appendices 2014 (Gasunie en TenneT)
  • Energieopslag.

Naschrift

Dat lijkt misschien onbeduidend, maar juist ‘in kleine utopieën die concreet laten zien hoe het anders kan, hoe het beter kan’ bespeur je de geest van revolte tegen een maatschappelijke orde die verontwaardiging wekt en ingeklemd zit in oude structuren.

Waarom het gebruik van deze installaties? Er staan onder andere ongelooflijk kostbare installaties (offshore platforms) op zee die niet meer in gebruik zijn.

Eigenaars zijn de Nederlandse staat en de NAM. Volgens de wet dienen installaties die niet meer in gebruik zijn ontmanteld te worden Dat geld voor de staat en voor de NAM Sloopkosten 8 miljard euro’s delen door de twee partijen.

Nu ga ik even op de milieustoel zitten. De gigantische milieuvervuiling die ontstaat bij het uit elkaar snijden van deze staalkolossen is te gek voor woorden. Al die zware dure coatings gaan verbrand worden in de open lucht bij het snijden en het schrotten. Zet u het voor u?

Daar doe ik niet aan mee. De faciliteiten die ze herbergen zijn perfect geschikt voor een tweede leven. En alles wat daarbij hoort voor de productie van H2. Sinds wij in Nederland een Forklift Vessel (kost 1 miljard euro) ter beschikking hebben die in èèn stuk deze platforms oplichten en verplaatsen. De overheid moet die offshore installaties opruimen en dat kost de overheid op dit moment 4 miljard euro (4000 miljoen euro). Daar hebben wij het eerste startbudget te pakken voor een hele goede pilot. De NAM moet ook mee betalen met het opruimen als eigenaar, nog eens 4 miljard euro. Beschikbaar budget € 8.000.000.000,= Dit vergt een compleet herontwerp om alle ingrediënten op de juiste wijze te verwerken tot een werkend Northsea Power Gas Station. Een geïntegreerd ontwerp met in het ontwerpteam alle disciplines die een taak hebben in deze. (Zie voorbeeld schema)

Vervolgstappen

Het zal duidelijk zijn dat voor het definitieve ontwerp en de engineering van deze ideeën alle beschikbare kennis over het gedrag van de zee, de zeebodem, de wind op de Noordzee, de Deltawerken en de kennis van de energieopwekking op land en zee moet worden ingezet voor de constructeurs om tot een schone, duurzame en werkbare installatie te kunnen komen. Gasunie, Universiteiten, onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven zullen in ontwerpteam samen moeten werken om het geheel mogelijk te maken daartoe gefaciliteerd door de overheid. Groene energie is eenzelfde verantwoordelijkheid als het verzorgen van schoon drinkwater. Een overheid die het voorzorgprincipe hanteert beschouwt ze als grondrechten. Op basis van het totale (duurzame) energiegebruik kan nu berekend worden welk percentage groene energie op deze wijze op zee kan worden geproduceerd. Naar verwachting kan het aantal grote windmolens op land hiermee aanzienlijk beperkt worden.


Wij kunnen binnen onze ideeën vele detail zaken direct worden aangepakt tot een werkbaar plan voor ontwerp, testen en uitvoeren. Een kwestie van opdracht geven.

Adviespraktijkvoor Bouwkunst Energie en Milieu heeft de mogelijkheid de (capability) dit als project te kunnen opstarten.

Wij bieden ons hierbij aan.

Ing. Henri Ossevoort

Ontwerper, engineer, Energie en Milieu.

 

 

E-mailhenrihgossevoort@gmail.com info@vriezenland.nl

***