Het kabinet is niet van plan een grootschalig onderzoek op te zetten naar gezondheidseffecten van beroepsmatig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Geen onderzoek beroepsziekten door gewasbescherming
Het kabinet is niet van plan een grootschalig onderzoek op te zetten naar gezondheidseffecten van beroepsmatig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dat schrijft minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) in een brief aan de Tweede Kamer.
Onderzoek is duur en tijdrovend
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft gekeken naar de mogelijkheden van een uitgebreid onderzoek onder boeren en tuinders en mensen die in de land- en tuinbouw werkzaam zijn. Aanleiding was een motie van D66’er Tjeerd de Groot die vroeg om te onderzoeken of er op grond van statistisch onderzoek kan worden bezien of de ziekte van Parkinson als een beroepsziekte kan worden aangemerkt. Om zo’n onderzoek te doen zou een grote groep boeren, tuinders, hun werknemers en loonwerkers moeten worden gevolgd. Dat kan, maar het is wel duur en tijdrovend.
En er moeten ten minste 30.000 mensen aan meedoen. Dat is ongeveer een kwart van de beroepsbevolking die te maken heeft met gewasbeschermingsmiddelen.
Het RIVM heeft in samenwerking met het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Universiteit Utrecht geïnventariseerd welke onderzoeken er internationaal al gedaan zijn en wat er nodig is om in Nederland een grondig onderzoek in te stellen. De slotsom is dat een onderzoek onder boeren en tuinders zeker drie jaar in beslag kan nemen en in de eerste fase ongeveer €2,5 miljoen zou kosten. Daarna zouden de deelnemers elke vijf tot tien jaar gevolgd moeten worden voor een vervolgonderzoek. Voor deze vervolgonderzoeken zouden de kosten per keer zo’n €1 miljoen bedragen.
Meerdere ziektes tegelijkertijd onderzoeken
Het doel van het onderzoek zou zijn om na te gaan welke gezondheidseffecten boeren en tuinders (en ook loonwerkers) ondervinden van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daarvoor zijn niet alleen gezondheidsgegevens van de deelnemers nodig, maar ook hun gegevens over blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. De groep deelnemers moet groot genoeg zijn om er met enige zekerheid conclusies uit te kunnen trekken. Bij zo’n cohortonderzoek, waarbij een grote groep deelnemers langdurig wordt gevolgd, is het mogelijk meerdere ziekten en gezondheidsproblemen tegelijkertijd te onderzoeken.
In andere landen (Noorwegen, Denemarken, de Verenigde Staten, Frankrijk) zijn soortgelijke onderzoeken uitgevoerd of nog steeds gaande. Het RIVM schrijft dat de ervaring in het buitenland is: “dat grote aantallen (tientallen duizenden) deelnemers nodig zijn voor voldoende statistische zeggingskracht om verbanden met ziekte aan te kunnen tonen. Het gaat hier dan veelal over ziekten waarbij het een lange tijd duurt voordat ze zich openbaren”.
0 reacties :
Een reactie posten