Na de goedkeuring van de drastische doelstellingen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door de Europese Unie, en geconfronteerd met de golf van dwangmaatregelen die zouden moeten bijdragen aan de strijd tegen klimaatverandering, wilde de IREF de effectiviteit van dit beleid evalueren, zowel wat betreft economische haalbaarheid als de reële invloed op het klimaat.

Hier zijn de belangrijkste conclusies van het rapport:

De Europese Unie is het enige continent dat zijn CO2-uitstoot de afgelopen 30 jaar aanzienlijk heeft verminderd. De bevolking van de EU de schuld geven van hun uitstoot is onterecht.

Het koste wat kost nastreven van de door de Europese Unie voor 2030 en 2050 goedgekeurde doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen, zal leiden tot een sterke economische achteruitgang. Deze doelen zijn onmogelijk te bereiken zonder zowel de economie als de individuele vrijheden aan te tasten.

De stijging van de mondiale temperatuur als gevolg van de CO2-emissies van de EU zou in 2030 met slechts 2,5 duizendste van een graad worden verminderd als gevolg van dit beleid. Een strikte uitvoering van dit beleid zou de economie dus voor niets vernietigen.

In 2100 zal de wereldwijde klimaatimpact van de Europese Unie, onder het meest pessimistische – en minst realistische – emissiescenario, minder zijn dan 1 tiende van een graad Celsius, gebaseerd op IPCC-klimaatgegevens. Het maximale verschil in temperatuurstijging tussen een puur “technologisch” klimaatbeleid en dwangmaatregelen zal in 2100 maximaal vijfhonderdsten van een graad Celsius (0,05°C) bedragen.

Bijgevolg moet een dwingend ecologisch beleid, dat de levenskwaliteit van een groot aantal Europeanen in 10 jaar zal vernietigen, voor een klimaatresultaat van bijna nul in 80 jaar, strikt uit elk Europees beleid worden geweerd, en wel definitief.

Azië en Afrika zijn al verantwoordelijk voor 60% van de CO2-uitstoot en dit aandeel zal de komende 30 jaar waarschijnlijk toenemen. Dit is waar de toekomst van de wereldwijde CO2-uitstoot zich manifesteert.

Deze twee continenten zouden in 2100 85% van de wereldbevolking kunnen vertegenwoordigen, en hun belangrijkste leiders hebben al duidelijk gemaakt dat ze pas zullen beginnen met het CO2-vrij maken van hun economieën als er economisch rendabele oplossingen voor hen beschikbaar zijn. In feite zal de toename van hun voorzienbare emissies tegen 2050 meer dan 40 keer zo groot zijn als de voorzienbare vermindering van de EU-emissies in de meest dwingende scenario’s.


Als de CO2-klimaatrelatie zo zorgwekkend is als het IPCC beweert, is de enige levensvatbare strategie voor de EU het onderzoek en de ontwikkeling van winstgevende (d.w.z. zonder subsidies) en commercieel rendabele oplossingen voor CO2-arme energieproductie, zodat de groei van andere continenten, en met name Azië en Afrika, op de lange termijn net zo CO2-arm is als die van de Europese Unie.

***

Download de studie (pdf-formaat): IREF – EU Climate Policies – A Critical Review – November 2022.

***