Een bijdrage van Jeroen Hetzler.

Bespreking boek ‘Geloof niet alles …’ van Jules de Waart. Dit boek is een zeer overzichtelijke, systematische en volledige behandeling van datgene wat tot op heden een rol speelt bij de kwestie van de klimaatopwarming. Een uitmuntende prestatie.

Nullius in Verba’ was en is het motto van de Royal Society of London for Improving Natural Knowledge. Gesticht in 1660, met wortels diep in de Verlichting en met eminente, en soms controversiële, wetenschappers als Boyle, Newton, Wren, Darwin, Einstein, Feynman en Hawking als fellow.

Laten we niet vergeten dat onafhankelijk denken en een onafhankelijke wetenschap een van de fundamenten van onze cultuur is. De nadruk die de huidige klimaatwetenschap legt op ‘consensus’ in plaats van op debat met andersdenkenden, is in dit verband moeilijk goed te praten. “Ze geloven het omdat het IPCC het zegt.” […] Dit boek probeert die context te beschrijven, de discussie te verbreden en doet suggesties voor een ander beleid. Het gaat over klimaatveranderingen in het geologisch verleden, over het waarheidsgehalte van een aantal basisstudies, over de politieke drijfveren van een aantal hoofdrolspelers. Zo’n verbreding van de discussie zou misschien, heel misschien, een stimulans kunnen geven aan het óh zo nodige debat en een aantal óh zo nodige aanpassingen van het huidige beleid. Bron: boek pg.9


Deze uitspraken zetten de toon van het hele boek. De auteur doet een geslaagde poging dit streven gestalte te geven. Op logische, goed toegankelijke, soms speelse wijze weet hij de lezer in te wijden in de noodzakelijke ins en outs om de tamelijk complexe materie te begrijpen en welke belangen een relevante rol spelen. De lezer wordt ingewijd in de wereld van klimaatwetenschap, de noodzaak van falsificatie en politiek. De lezer wordt een duidelijk beeld gegeven van de geruisloze machtsovername door politieke ideologie die elke wetenschappelijke nuance in bijvoorbeeld tussentijdse rapporten van het IPCC terzijde schuiven. Dit begon bij de conferentie Rio92 waar toen ook Maurice Strong opriep zo mogelijk de westerse industrie te vernietigen, zo meldt de auteur.

Het komt er op neer dat elke vorm van wetenschap is verdwenen uit wat nog restte van enig debat. De academische vrijheid wordt de nek omgedraaid zoals dat Peter Ridd overkwam vanwege zijn rapport over de staat van het Great Barrier Reef. Dit belicht de auteur om de kwalijke kanten van de gepolitiseerde klimaatideologie te laten zien. Zeker vergeet de auteur niet ook de weerlegde 97% consensus te benoemen en de kwalijke gevolgen ervan te belichten. Immers, in de huidige postmoderne klimaatwetenschap is consensus leidend geworden en wordt de wetenschap verlaten.

Het zou hilarisch zijn als het niet zo triest was wat de auteur schreef:

In de hoek geschilderd.

Iedereen kent het beeld wel. De klusser die zijn vloer een verfje wil geven. Enthousiast begint hij bij de deur en merkt pas te laat dat hij niet meer terug kan. Hij heeft zich in de hoek geschilderd. Het is een ongemakkelijke situatie die al snel tot gezichtsverlies kan leiden. Wat te doen?

Bij het echte klussen komt het in de hoek schilderen niet meer zo vaak voor. Maar in de politiek des te meer. En in de laatste jaren ook in de wetenschap. Het gebeurt wanneer er te snel standpunten zijn ingenomen. Als die standpunten met te grote zekerheid zijn verdedigd en belangrijke mensen of organisaties er al hun steun aan hebben gegeven. Je hebt het gevoel dat je niet meer terug kan. Groot gezichtsverlies dreigt. Waar of onwaar wordt van relatieve betekenis.

In de politiek kom je er nog wel enigszins mee weg. Je standpunt aanpassen aan de veranderde omstandigheden, wordt de politicus niet altijd kwalijk genomen. Maar in de wetenschap ligt dat anders. Hier zijn veranderde omstandigheden geen excuus. Als je beweert dat iets waar is en dat blijkt niet zo te zijn, dan is gezichtsverlies nog een van je minste problemen. Vaak staan lucratieve onderzoekopdrachten of zelfs hele carrières op het spel. De wetenschapper in de hoek heeft het moeilijk. Gewoon bekennen dat je fout zat, is een gevaarlijke strategie, de concurrentie is groot. Beter is het om keihard iedere kritiek van de hand te wijzen. Dit gaat het best als je met velen in dezelfde hoek zit. Je kunt dan kiezen voor een vlucht naar voren. Je beschuldigt je critici er van hun vak niet te beheersen, niet de juiste opleiding en achtergrond te hebben. Je kunt ze er van beschuldigen pseudowetenschapper te zijn en je kunt proberen ze de toegang tot de media te ontzeggen. Als je hierbij de steun kunt krijgen van politiek en media, kunnen grote groepen je volgen, denk aan politieke partijen, actiegroepen en wetenschappers die op de band wagon springen. Dat is ook allemaal gebeurd. In zo’n situatie zeggen argumenten niet veel, en ze worden vaak bewust buiten de discussie gehouden. Het verschil tussen feit en fictie wordt steeds moeilijker. Wie er gelijk heeft, wordt ook steeds moeilijker te bepalen. Maar vrijwel altijd wordt de discussie harder, worden mensen en meningen om niet ter zake doende redenen weggezet en wordt een rationele discussie vermeden. Het waren toch vooral de klimaatwetenschappers en het UNFCCC en het IPCC zelf, die in 1996 de theorie van de antropogene klimaatverandering omarmden en in 2007 de discussies voor gesloten verklaarden. Bron: Boek pg. 71 e.v.

Het bekendste geval is de hockeystickgrafiek van M. Mann die regelrechte fraude bleek. Ook onze groenbevlogen politici maken zich hieraan schuldig.

Wat over is gebleven, is een feiten- en angstfabriek vol willekeur met voor media een prominente rol.

Helder toont de auteur ook aan dat van de alarmistische kant geen bewijs is voor hun hypothese. Integendeel, want het artikel van Happer en Van Wijngaarden maakt het hoogst aannemelijk dat de rol van CO2 is uitgespeeld. Aan de kant van sceptici wordt niet aangetoond welke dan wel de oorzaken kunnen zijn van de opwarming. De auteur licht in zijn boek de meest in aanmerking komende natuurlijke kandidaten toe. Die passeren allemaal de revue. Hierbij stelt de auteur de voorzichtige conclusie dat CO2 hooguit 12% zonder en 6% met waterdamp en bovendien afnemend, bijdraagt aan de opwarming. Samenvattend concludeert de auteur:

De haast waarmee wordt gepoogd een energietransitie tot stand te brengen, is verontrustend en lijkt op het bestedingspatroon van dronken zeelui. Veel, heel veel, geld dat hard nodig is voor het behoud van onze cultuur, gezondheidszorg en andere belangrijke zaken, wordt eraan besteed. Het IPCC heeft tot nu toe vrijwel alle aandacht laten uitgaan naar één dominante forcing, die van de broeikasgassen, vooral CO2. Andere forcings, zowel van natuurlijke als van menselijke oorsprong, werden gemarginaliseerd. Kortom: één verdachte werd vanaf het begin als de (enige) schuldige gezien. En er werd veel bewijsmateriaal verzameld tegen die ene verdachte. Dit getuigt van een tunnelvisie.

Tot ver in de twintigste eeuw had de wetenschap een leidende rol in de klimaatdiscussie. Het eerste Assessment Report van het IPCC, dat in 1990 werd gepubliceerd was ‘science driven’. Maar vanaf 1992 zien we een verandering. De IPCC-rapporten wijken niet meer af van de politieke lijn zoals ingezet door UN en UNFCCC. De ‘Summary for Policymakers’ wordt regel voor regel gecontroleerd door vertegenwoordigers van regeringen. En de rapporten zelf worden verondersteld daarvan niet af te wijken. Het leidt in 1996 tot een clash waarbij een deel van de wetenschappers van het IPCC met slaande deuren vertrekt. Vanaf die tijd is het IPCC alarmistisch. Sceptische opvattingen dringen niet tot de rapporten door. Bron: Boek pg. 192.


De titel van dit boek kan dan ook niet treffender zijn. Een voor iedereen zeer toegankelijke aanrader, welhaast een naslagwerk, en welkom voor wie gezond verstand heeft.

Ceterum censeo Legem Climae delendam esse.

(Overigens ben ik van mening dat de klimaatwet moet worden vernietigd)

***

‘Geloof niet alles …’ is hier te bestellen.

Zie ook hier.

***