Politieke gevolgen toeslagenschandaal kunnen niet uitblijven

Datum:
  • vrijdag 18 december 2020
  • in
  • Categorie: , , , ,
  • De parlementaire ondervragingscommissie Toeslagen velt een keihard oordeel over het optreden van PvdA-leider Lodewijk Asscher en VVD-minister Eric Wiebes van Economische Zaken. Ook VVD-premier Mark Rutte krijgt er stevig van langs. Achtereenvolgende kabinetten-Rutte waren geobsedeerd door fraudebestrijding en verloren de belangen van burgers uit het oog, schrijft Eric Vrijsen.


    16-12-2020

    Ongekend onrecht is de titel van het onderzoeksrapport dat donderdagmiddag aan Tweede Kamervoorzitter Kadija Arib (PvdA) is aangeboden door commissievoorzitter Chris van Dam. Den Haag maakt zich nu op voor de politieke afrekening. Het rapport wordt nog voor de verkiezingen in de Kamer behandeld.

    EW-redacteur Eric Vrijsen bespreekt donderdagavond 17 december bij Op1 het toeslagenschandaal (lees verder onder de Tweet)

    Over toenmalig minister van Sociale Zaken Asscher schrijft de commissie dat hij blind was voor de disproportionele gevolgen van de fraudeaanpak. Ook Wiebes, destijds staatssecretaris van Belastingen, had geen oog voor de verwoestende gevolgen van het beleid voor ouders die vaak ten onrechte werden beschuldigd van fraude.

    Begrippen die gelden als een politiek doodvonnis

    Het is bijna niet voor te stellen dat het rapport geen politieke gevolgen krijgt. De commissie strooit niet met kwalificaties als ‘onaanvaardbaar’ of ‘onverantwoord’, begrippen uit enquêterapporten die gelden als een politiek doodvonnis, respectievelijk bijna-doodvonnis. Maar de toon is bikkelhard. Bovendien legt het rapport uit dat individuele burgers meedogenloos werden aangepakt voor een kleine administratieve tekortkoming. Dat schept op zichzelf in Den Haag – waar iedereen de Kamerverkiezingen van maart voelt naderen – al een sfeer van ‘Barbertje moet hangen’.

    Lees ook het commentaar van Marijn Jongsma: Toeslagenaffaire vervelend, maar mag niet leiden tot gedogen fraude

    Aan de andere kant bevindt het land zich door corona in een crisissituatie. Afgelopen zomer lag CDA-minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie) onder vuur vanwege het negeren van de anderhalvemeterregel tijdens zijn bruiloft. Grapperhaus trad niet af, omdat ook in de coalitie werd gesteld dat hij niet gemist kon worden bij het bestrijden van de crisis. Dit argument geldt nu ook voor Wiebes en voor VVD-zorgminister Tamara van Ark. Zij was tot voor kort staatssecretaris van Sociale Zaken en de commissie-Van Dam wijst ook op enkele van haar tekortkomingen.

    ‘Grondbeginselen van de rechtsstaat geschonden’

    Een klein foutje of het niet tijdig betalen van 190 euro eigen bijdrage leidde er in sommige gevallen toe dat gezinnen 17.000 euro aan opvangkosten zonder enige steun moesten betalen. De commissie-Van Dam oordeelt dat ‘de grondbeginselen van de rechtsstaat zijn geschonden’.  Politiek Den Haag liet zich opzwepen door het idee van ‘fraudebestrijding’. Zo ontstond wetgeving en een manier van uitvoering van wetgeving die ‘niet of nauwelijks toeliet om de individuele situatie van mensen recht te doen, bijvoorbeeld als zij zonder kwade opzet een administratieve vergissing begingen.’

    De commissie hekelt ook de rol van de Tweede Kamer zelf die ‘spijkerharde’ wetgeving vaststelde, waardoor individuele burgers in het gedrang kwamen. ‘Zo ontbrak een hardheidsbepaling en kregen noodzakelijke beginselen van behoorlijk bestuur, met name het evenredigheidsbeginsel, veel te weinig aandacht van de wetgever.’ Daar komt bij dat de Raad van State dit alles in zijn rol van bestuursrechter lange tijd heeft afgedekt, aldus Van Dam.

    Ministerie ver onder de maat

    De Belastingdienst die de kinderopvangtoeslagen moest toekennen, had geen oog voor ‘schrijnende individuele situaties’. Het werk was ingericht als ‘massaproces’. De commissie wijst erop dat de Belastingdienst handelde ‘onder druk van een oververhitte politieke behoefte aan fraudebestrijding’, terwijl de kabinetten-Rutte I en II juist op de dienst bezuinigden. Hierdoor werden ouders ‘in de raderen van de uitvoering door de Belastingdienst ten onrechte gebrandmerkt als opzettelijke fraudeurs’.

    De Belastingdienst was samen met het ministerie van Sociale Zaken verantwoordelijk. Dat ministerie is volgens het rapport ‘ver onder de maat’.

    Belastingdienst moest halsoverkop massa’s toeslagen uitkeren

    De commissie reconstrueert de politiek-bestuurlijke beslissingen die tot het toeslagendrama hebben geleid. In 2005 werd onder politieke druk halsoverkop begonnen met het stelsel van fiscale toeslagen. De Belastingdienst moest opeens massa’s toeslagen gaan uitkeren. Oplichters en malafide kinderopvangbedrijven maakten zich van de situatie meester. Berucht is de Bulgarenfraude in 2013 – waarbij bleek dat talloze mensen in enkele dorpen in Bulgarije een toeslag ontvingen.

    De politieke wens om keihard op te treden was niet meer te stuiten. Toenmalig staatssecretaris Frans Weekers van Belastingen en zijn opvolger Eric Wiebes vragen hun ambtenaren wel naar de gevolgen van de harde fraudeaanpak, maar dringen niet aan om daarover alles te weten te komen. De fiscus kiest voor de ‘groepsaanpak’;  een ‘alles-of-niets’ benadering en veronderstelt bij het minste of geringste  ‘opzet/grove schuld’ bij de ontvangers van fiscale steun. De commissie stelt dat hierdoor ‘grove inbreuk werd gemaakt op het rechtsstatelijke principe dat optimaal recht gedaan moet worden aan individuele situaties van mensen.’

    Elsevier

    0 reacties :

    Een reactie posten