Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) wil vanaf 2029 dat huiseigenaren bij vervanging van hun cv-ketel een slimme, hybride warmtepomp nemen. Dat klinkt als een bestuurlijk besluit. In werkelijkheid is het een aankondiging van een besluit dat nog niet bestaat, over een maatregel die nog niet is uitgewerkt, met allerlei uitzonderingen die al de helft van het probleem wegnemen en zonder geld dat na 2030 de pijn van de verplichting kan verzachten. TU-hoogleraar David Smeulders noemde het voornemen ‘een heel erg dom plan’. Zijn bezwaar richt zich op de verplichte inzet van hybride warmtepompen als generieke oplossing.

Zelfs met subsidie blijft dat een forse extra post voor een huishouden dat op het verkeerde moment een ketel moet vervangen.

Dit wordt een politiek fiasco in vijf bedrijven: een minister die een verplichting herintroduceert, eigen ambtenaren die de belofte al ambtelijk afremmen, een Kamer die er geen meerderheid voor heeft, burgers die de rekening krijgen en een installatiebranche die te laat duidelijkheid krijgt.

Onder Rutte IV wilde het kabinet de hybride warmtepomp al in 2026 verplicht stellen; dat plan werd naarstig geschrapt onder het kabinet-Schoof. Nu komt Boekholt-O’Sullivan in 2026 met precies dezelfde oplossing, maar dan drie jaar later en met nog meer onzekerheid.

Appartementen? Niet haalbaar: te weinig ruimte, geluid, VvE-besluitvorming en de logische voorkeur voor collectieve warmte. Monumenten? Ook niet haalbaar: vergunningen en botsende wettelijke plichten. Warmtenetten? Nog onderzoeken. Utiliteitsbouw? Nog onderzoeken. Airco’s? Nog onderzoeken. Cumulatief geluid? Nog onderzoeken. De economische gevolgen? Pas begin 2027 extern onderzoeken.

Door appartementen en monumenten uit te zonderen, blijft er een norm over voor vooral eigenaren van eengezinswoningen: mensen met een tuin, een schuur, een buitenruimte en vaak ook de middelen om een installatie van duizenden euro’s te betalen.

Dat is geen klimaatbeleid voor heel Nederland. Het is een fiscale en technische selectiemethode: wie toevallig in een rijtjeshuis of vrijstaande woning woont, krijgt de verplichting; wie in een flat woont, krijgt uitstel; wie in een monument woont, krijgt juridische ruimte. De stad wordt uitgesteld, het dorp wordt genormaliseerd. Precies omgekeerd aan waar de dichtheid, het warmteverbruik en de schaalvoordelen liggen.



Een hybride warmtepomp kost volgens recente berichtgeving al snel rond 8.000 euro, tegen ongeveer 2.000 euro voor een gewone cv-ketel. Zelfs met subsidie blijft dat een forse extra post voor een huishouden dat op het verkeerde moment een ketel moet vervangen. Wie denkt dat een ‘slimme’ warmtepomp die buiten piekuren draait die kosten compenseert, vergeet dat de burger daarmee ook wordt ingeschakeld in een ingewikkeld net- en tariefstelsel dat zelf nog volop in ontwikkeling is: het kan allemaal wél!

***