Aan de Radboud Universiteit botst wetenschap met managementdenken: ‘Die kant willen we niet op’

Datum:
  • woensdag 14 oktober 2026
  • in
  • Categorie:
  •  Elke week bezoekt EW een plek waar iets borrelt, opbloeit of schuurt. 



    14-10-2026

    Sebastien Valkenberg 13 oktober 2026

    Aan de Radboud Universiteit botst wetenschap met managementdenken: ‘Die kant willen we niet op’

    Elke week bezoekt EW een plek waar iets borrelt, opbloeit of schuurt. Deze week: aan Nijmeegse Radboud Universiteit sluimert onvrede over consultants. ‘Het ontbreekt aan een visie op mens en maatschappij.’

    Afgelopen zomer stormde het in Nijmegen. De decaan van de letterenfaculteit sloeg in een e-mail aan alle medewerkers alarm: ‘De richting waarin de universiteit zich beweegt wordt niet langer bepaald door onze eigen academici maar door consultants.’ Uit onvrede over deze koers kondigde zij aan haar decanaat neer te leggen.

    Er volgde brede steun, ook vanuit andere universiteiten. De Volkskrant deed alsof in Nijmegen een poging tot een heuse consultantscoup had plaatsgehad. De Radboud Universiteit leek een Gallisch dorpje dat dapper weerstand bood tegen de Romeinen, net als in de strip Asterix.

    De mail van de afzwaaiende decaan is genuanceerder. Zij beseft dat je middelen efficiënt moet inzetten, zeker als ze schaars zijn. Maar met harde prestatie-indicatoren alleen kun je een universiteit niet besturen, en dat is wat er in haar ogen steeds meer gebeurt. ‘De kracht van een universiteit zit voor mij in de creativiteit en wetenschappelijke nieuwsgierigheid van de mensen die de academie vormen.’ 

    De derdejaars student Engelse taal en cultuur Ajla Medžiković (20) kijkt op van haar boeken. ‘Even denken,’ antwoordt zij op de vraag wat zij merkt van deze bestuursstijl. ‘Vakken worden in elkaar geschoven, klassen zijn groter en de contacten minder persoonlijk.’  Maar de zomerse bestuursperikelen? Nee, daarvan heeft ze weinig meegekregen. Ze zegt het haast verontschuldigend.

    De campus van de Radboud Universiteit ligt er rustig bij, vredig zelfs. Vogels fluiten, er klatert een fontein. Het is een graadje of twintig en er staat geen zuchtje wind op de eerste herfstdag van het jaar. Studenten – nog in korte mouwen, koffie binnen handbereik – zitten in groepjes op de designbanken op het centrale plein.

    Maar het gaat om de betonnen bunker op het plein. Die bunker, het Erasmusgebouw, huisvest de letterenfaculteit. Het uitzicht op de twintigste verdieping is glorieus – daar ligt de Waal, en daar weer achter ligt Duitsland. De route naar de ‘sky lounge’ oogt daarentegen verre van glorieus. Hele etages staan leeg. Het is er donker, op de deuren zitten sloten. De hoogste toren van Nijmegen maakt een gehavende indruk.

    De werkkamer van Marc van Oostendorp (58), hoogleraar Nederlands en academische communicatie, is op de negende verdieping. Eerder dit jaar werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, vanwege zijn grote verdiensten voor de neerlandistiek. Ruim voor de brief van de decaan – die insloeg als een bom – slingerde Van Oostendorp het ‘consultantsdebat’ al aan in universiteitsblad Vox.

    ‘We zijn een katholieke universiteit,’ begint Van Oostendorp zijn minicollege universiteitsgeschiedenis. ‘Tot een paar jaar terug zaten er nog bisschoppen in de raad van toezicht. Dat gaf gedoe door hun conservatieve standpunten. Zo hadden ze er problemen mee dat andere raadsleden ongetrouwd samenwoonden. Het leidde ertoe dat de bisschoppen nu niet meer in de raad van toezicht zitten. Ze zijn vervangen door directeuren van consultancybureaus.’

    Anders gezegd, de rel van afgelopen zomer had een katholiek randje. Op andere universiteiten worden wetenschappers net zo goed beoordeeld volgens ‘kpi’s’, en ook daar sturen ze via dashboards met ‘resultaatindicatoren’. Maar op de Nijmeegse universiteit speelt nog iets anders. Met de opkomst van consultants, zo is de vrees, raakt haar eigen karakter in het gedrang.

    Behalve minder conservatief, wordt de universiteit ook kleurlozer: waar staat ze nog voor? Het gebrek aan herkenbaarheid vertaalde zich in de recente personeelsenquête. Het college van bestuur kreeg een dikke onvoldoende. Het chagrijn was al groot met alle bezuinigingen, aangekondigd door het vorige kabinet. En intussen was onduidelijk waar het heen ging.

    Van Oostendorp, die van taal zijn beroep heeft gemaakt, stoort zich aan het beleidsproza. ‘Het college van bestuur heeft vijf speerpunten aangewezen voor de komende jaren. AI, gezondheidszorg… en zo zijn er nog drie onderwerpen. Maar het ontbreekt aan een overkoepelend verhaal, een visie op mens en maatschappij, zoals je mag verwachten van een universiteit. Zeker eentje met een achtergrond als de onze. Ons motto – Connected for impact – had net zo goed van een willekeurig bedrijf kunnen zijn.’

    In reactie op de aangekondigde bezuinigingen ging het college van bestuur processen centraliseren. Een trendbreuk. Nee, erger: een aantasting van de identiteit. Meer dan elders hebben Nijmeegse faculteiten en afdelingen veel autonomie. Deze traditie wankelt: in de zomer van 2025 pleitte de rector bijvoorbeeld voor ‘een herwaardering van centrale sturing’.

    ‘Het centraliseren van macht ligt hier gevoelig,’ zegt Van Oostendorp. Het katholieke karakter van de universiteit, hoewel verwaterd in de loop der jaren, blijkt nog te bestaan. ‘Het katholicisme kent het subsidiariteitsbeginsel: beleg processen zo laag mogelijk in een organisatie. Daar zit de kennis en kan het snelst worden gereageerd. En nu moesten die processen ineens naar het hoogste niveau.’

    Tweedejaars promovendus Wiek van Gemert (31) heeft iets van de commotie meegekregen. ‘Maar in alle eerlijkheid, slechts oppervlakkig,’ geeft hij toe. Van Gemert doet onderzoek naar het vermogen van politici om te leren van parlementaire enquêtes. Hij herkent een boekhoudkundige manier van denken, veelal voortkomend uit bezuinigingen op het hoger onderwijs, hoewel hij vooral zijn promotor spreekt. ‘Ik heb niet direct met consultants te maken.’

    Maar, waar zitten die consultants precies? Van Oostendorp noemt leden van de raad van toezicht die tevens verbonden zijn aan respectievelijk adviesbureau Berenschot en KPMG. Ook noemt hij een van de directeuren van de Radboud Universiteit, die afkomstig is van Boston Consulting Group.

    ‘Dáár zit ook Alexandra van Huffelen…’ Van Oostendorp wijst naar het Collegium Berchmanianum, kortweg het Berchmanianum. Dit is een voormalig religieus studiehuis en kloosterverblijf uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Het bakstenen pand, met statige toren, biedt onderdak aan het college van bestuur en ondersteunende diensten als ‘bestuurlijke en juridische zaken’. Het staat symbool voor de gecentraliseerde macht.

    Het grote publiek kent Van Huffelen als politicus. In de kabinetten-Rutte III en IV was ze staatssecretaris. Tegenwoordig is ze voorzitter van het college van bestuur van de Radboud Universiteit (en partijvoorzitter van D66). Haar benoeming was een keerpunt, zegt Van Oostendorp. ‘Zij was de eerste collegevoorzitter die niet uit de wetenschap kwam.’

    Dat kan verfrissend zijn, geeft de hoogleraar toe. Inmiddels is hij tien jaar verbonden aan de Radboud Universiteit, en in die tien jaar zijn er heus ook dingen ten goede veranderd. ‘Het heeft voordelen dat dingen strakker geregeld zijn dan eerst. Vroeger was je vrij om je eigen tentamens te maken, nu is er het vierogenprincipe. Als ik een tentamen maak, moet een collega de vragen ook lezen. Misschien blijkt een vraag op meerdere manieren uitlegbaar. Met een extra paar ogen wordt die kans kleiner. Het geeft meer gedoe, maar eigenlijk is het wel goed.’

    Voor of tegen de gelaakte consultants? Dat is dus de verkeerde vraag en een simplistische voorstelling van zaken. Het gaat om de juiste maat, die soms zoek lijkt in Nijmegen. Dan komen er papieren oplossingen voor echte problemen. Neem de leegstaande verdiepingen die de letterenfaculteit een gehavende aanblik geven. Ze blijken niet leeg te staan omdat er geen behoefte is aan ruimte. Integendeel, die behoefte is groot. De ongebruikte etages zijn het gevolg van geschuif met euro’s, uitgelokt door een universiteit die bedrijfje speelt.

    ‘De faculteit moest bezuinigen en dan is de rekensom snel gemaakt. Een verdieping kost een paar ton per jaar, dus als je er drie leeg laat staan…’ Een echte oplossing is het natuurlijk niet. Het scheelt iets dat er geen licht brandt, maar verder? Een typisch geval van vestzak-broekzak, noemt Van Oostendorp het. ‘De faculteit betaalt huur aan de universiteit, die eerst geld overmaakt aan de faculteit.’

    De leegstaande verdieping levert de faculteit een besparing op, maar kost de universiteit als geheel geld. Dit gegoochel met euro’s heeft directe invloed op de wetenschapsbeoefening, vond de vertrekkende decaan. Ze kon de nieuwe strategie niet ‘verbinden met de kernwaarden van de universiteit’. Door verdiepingen leeg te laten, moest het personeel fors indikken. Van Oostendorp: ‘Tot voor kort had ik je op mijn eigen kamer ontvangen, nu moet ik die delen. Dat grijpt enorm in op mijn werkzaamhe-…’

    Een klop op de deur: een collega geeft aan dat hij deze ruimte heeft geboekt voor een vergadering. Van Oostendorp pakt zijn spullen en begint een zoektocht naar een andere ruimte. Misschien die ernaast. Nee. In de kamer daarnaast is het donker. Voorzichtig opent Van Oostendorp de deur: ja, leeg. Hij gaat verder: ‘Wetenschap is ideeën uitwisselen met collega’s, stukken met studenten bespreken. Wetenschap is praten.  Als ik dan elke keer moet zoeken naar een rustige plek…’

    Toch eindigt Van Oostendorp niet in mineur. De zorgen zijn reëel, maar hij vindt het positief dat ze naar buiten komen. Dat het elders in het land stil blijft, wil volgens hem niet zeggen dat het onderwerp daar niet leeft. Toen de Utrechtse decaan onlangs werd gevraagd naar de gebeurtenissen in Nijmegen, deed hij ze af als een lokale kwestie: ‘Dat herken ik in Utrecht helemaal niet.’

    Van Oostendorp betwijfelt of het probleem alleen in Nijmegen speelt. Het verschil met elders is dat het verzet op zijn universiteit luider klinkt. ‘Omdat mensen zich hier veilig voelen. Ze durven zich uit te spreken.’

    Nee, een laatste bastion tegen de consultants is de Radboud Universiteit niet. Maar, benadrukt de hoogleraar: ‘Naar mijn idee maken wij deze overgang later dan andere universiteiten. Gelukkig maar, want die kant willen we niet op. Nu kunnen we nog waarschuwen.’

    Reactie Radboud Universiteit

    Nederland, Nijmegen, 8 oktober 2026. Campus Radboud universiteit Nijmegen. Spinozagebouw. Leegstaand Foto: Mischa Keijser

    ‘Het college van bestuur heeft kennisgenomen van de brief van de decaan en is met het bestuur van de faculteit en de medewerkers in gesprek gegaan. Dat heeft tot een versterking van de samenwerking geleid. Medewerkers worden bijvoorbeeld meer betrokken bij vervolgplannen.

    ‘Duidelijk is ook dat termen als kpi’s bij nogal wat medewerkers negatieve connotaties oproepen. Ze horen het als managementtaal. Die moeten we zien te vermijden.

    ‘Om verbinding te blijven zoeken met medewerkers en studenten gaat het college van bestuur dit najaar langs alle faculteiten en eenheden om open in gesprek te gaan.’


    Elsevier

    0 reacties :

    Een reactie posten