Over de steeds minder zichtbare grens tussen weer, klimaatverandering journalistiek en deskundigheid.
Door Frans Galjee.
Van weer naar klimaat – en van verslaggeving naar duiding
Over de steeds minder zichtbare grens tussen weer, klimaatverandering journalistiek en deskundigheid.
In de chaos rondom het thema klimaatverandering ontstaan misschien onverwachte kansen om een op zichzelf wat eenvoudig en soms saai vak als weerman of weervrouw wat meer status te geven.
De weerman of -vrouw van vroeger vertelde ons over het weer van morgen en, met wat meer onzekerheid, over het weer op wat langere termijn. Een aardig vak, met je gezicht op de televisie, maar iedereen wist ook: de betrouwbaarheid van een weersverwachting kent haar grenzen. Daar was op zichzelf niets mis mee.
Met de toenemende aandacht voor klimaatverandering is echter iets veranderd. Weer en klimaat hebben natuurlijk met elkaar te maken. Het weer is lokaal en tijdelijk en speelt zich af binnen de kenmerken van een bepaald klimaat of een klimaatzone. Maar klimaatverandering is van een andere orde. Het gaat om veranderingen die zich over veel langere tijd en op veel grotere schaal voordoen en waarbij andere kennis en onderzoeksmethoden nodig zijn.
Toch lijkt de maatschappelijke aandacht voor klimaatverandering ruimte te bieden aan mensen die vanuit hun bekendheid met het weer steeds gemakkelijker als deskundige over klimaatverandering worden gezien. De media hebben daar eveneens een rol in. Een bekende weerman die iets over klimaatverandering zegt, heeft nu eenmaal meer bereik dan een onbekende specialist.
Maar iets vergelijkbaars lijkt bij een deel van de journalistiek te gebeuren. De journalist was oorspronkelijk vooral de brenger en controleur van nieuws. Bij een onderwerp als klimaatverandering wordt hij echter steeds vaker ook duider en soms zelfs uitlegger van wat de ontwikkelingen zouden betekenen. Onderzoek naar klimaatjournalistiek laat inderdaad zien dat journalisten niet alleen informatie doorgeven, maar door selectie, interpretatie en framing mede bepalen hoe klimaatverandering in het publieke debat verschijnt.
Daarmee ontstaat een merkwaardige verschuiving. De weerman schuift van weer naar klimaatverandering en de journalist van verslaggever naar duider. In beide gevallen kan de maatschappelijke betekenis van klimaatverandering ertoe leiden dat de grenzen van de oorspronkelijke deskundigheid minder zichtbaar worden.
Dat hoeft geen bewuste poging tot beïnvloeding te zijn. Juist daarom is het misschien interessanter om niet naar bedoelingen te kijken, maar naar het resultaat: wie vertelt ons wat er wordt waargenomen, wie legt uit wat het betekent en wie bepaalt vervolgens welke verklaring of duiding daarbij hoort?
Mijn bezwaar richt zich daarom niet op weermensen of journalisten als beroepsgroep. Het gaat mij om het steeds minder zichtbare onderscheid tussen waarnemen, rapporteren, interpreteren en verklaren.
Bij weerberichtgeving accepteren we al eeuwen dat voorspellen onzeker is. Misschien zouden we die bescheidenheid ook bij klimaatverandering moeten behouden. In ieder geval zou het helpen meer de deskundigen aan het woord te laten.
***

0 reacties :
Een reactie posten