Ook voor Van Veldhoven tekent zich een zeer lastig politiek plaatje af.
Door Jan van Friesland 24-9-2026
Uitfasering fossiele brandstoffen?
De eerste internationale top die geheel in het teken stond van het uitfaseren van fossiele brandstoffen – eind april 2026 in Santa Marta, Colombia – eindigde zonder bindende afspraken, zonder harde routekaart, en zonder dat de grote fossiele exporteurs hun beleid wezenlijk bijstelden. Toch werd de bijeenkomst door organisatoren en een deel van de pers weggezet als ‘historisch’ en ‘optimistisch’, vooral omdat de sfeer goed zou zijn geweest en er eindelijk open over fossiel kon worden gepraat. Het resultaat: veel hoopvolle woorden, weinig concrete verplichtingen, en een vervolgtop die vooral symbolisch aandeed. Het was het eerste grote werkstuk van klimaatminister Stientje van Veldhoven (D66).
Ook voor Van Veldhoven tekent zich een zeer lastig politiek plaatje af.
Colombia gold vooraf als mede-organisator en klimaatalarmistische trekker: onder de linkse president Gustavo Petro en milieuminister Irene Vélez Torres profileerde het land zich als voorvechter van een snelle afbouw van olie, gas en kolen. Tegelijk is Colombia zelf een belangrijke fossiele exporteur, met een economie die voor een aanzienlijk deel leunt op olie- en kolenexport. Van Veldhoven en Vélez Torres vielen in elkaars armen onder het oog van de internationale pers.
Kort na de top werd in de internationale pers al gewaarschuwd dat de politieke wind in Colombia kon draaien: rechtse opvolgers van Petro stonden te trappelen om juist weer vol in te zetten op olie en zelfs fracking. Dat maakte de positie van Colombia als gastheer van een fossiele exit-top nog kwetsbaarder: het land profileert zich internationaal als klimaatvoorloper, terwijl het binnenlandse beleid en de exportafhankelijkheid precies de tegenkracht vormen die elke serieuze transitie ondermijnt.
Eind augustus 2026 werd de breuk een feit. Na de aantreding van de nieuwe rechtse president Abelardo de la Espriella op 7 augustus trok Colombia zich geheel terug uit het Santa Marta-initiatief dat het land zelf had helpen oprichten. In plaats van verder te werken aan een uitfasering van fossiel, koos de nieuwe regering juist voor meer olie, gas en fracking. Het land dat symbool had moeten staan voor de beweging, draaide binnen een jaar volledig om.
Voor de geloofwaardigheid van de hele ‘fossiele exit’-coalitie was dit een zware klap. Als zelfs de gastheer van de eerste top, die internationaal nog werd geprezen als klimaatvoorloper, binnen een jaar terugvalt in oud fossiel beleid, wat zegt dat dan over de houdbaarheid van dit soort vrijwillige coalities? Van Veldhovens reactie: ‘Het hangt niet van één land af…’
Op de slotdag van Santa Marta werd bekendgemaakt dat de volgende ‘fossiele transitie-top’ in 2027 zou worden georganiseerd door Tuvalu en Ierland. Op papier past dit in het narratief: een al te kwetsbare eilandstaat die fysiek helemaal dreigt te verdwijnen door de vermaledijde zeespiegelstijging en een Europees land dat zich al te graag als klimaatvoorloper profileert. Want ook hier wringt de realiteit met de retoriek.
Met streng en peperduur klimaatbeleid win je geen kiezers, zo wijzen de peilingen uit.

Luchthaven Tuvalu.
Tuvalu zoekt actief naar nieuwe inkomstenbronnen, waaronder toerisme en infrastructuurprojecten zoals de uitbreiding van luchthavens. Meer toerisme betekent meer vluchten, meer bouw, meer energieverbruik – en dus een groeiende CO₂-voetafdruk, ook als het land zelf weinig uitstoot. Dat creëert een perverse dynamiek: Tuvalu heeft er alle belang bij om internationaal te pleiten voor strenge klimaatdoelen en subsidies, terwijl het tegelijkertijd investeert in sectoren die juist afhankelijk zijn van goedkope energie en mobiliteit.
Ierland profileert zich internationaal als groene voorloper, maar kampt thuis met een landbouwsector die zwaar leunt op veeteelt en een energiemix waar fossiel nog steeds een grote rol speelt. Ook hier is het patroon: buitenlands klimaatleiderschap combineren met binnenlandse compromissen die de échte transitie vertragen.
Ook voor Van Veldhoven tekent zich een lastig politiek plaatje af. Aan de ene kant positioneert ze zich internationaal als aanjager van een fossiele exit, met grote woorden over ‘historische toppen’ en ‘nieuwe coalities’, met alle mislukkingen van dien. Aan de andere kant zit ze in een kabinet dat ook binnenlands terughoudend is met ingrijpende klimaatmaatregelen die pijn doen bij kiezers en sectoren. Met streng en peperduur klimaatbeleid win je geen kiezers, zo wijzen de peilingen uit.
In het komende voorjaar wordt Van Veldhoven, trouw aan het kabinetsbeleid en haar premier (D66), gedwongen om opnieuw achter de internationale doelstellingen blijven staan door het goede voorbeeld te geven. Maar de eigen binnenlandse emissiereducties blijven achter en qua klimaatbeleid is de zaak volstrekt koersloos. En de Nederlandse burger gaat vanzelfsprekend het goede voorbeeld betalen.
***

0 reacties :
Een reactie posten