Alleen op bewijs kan worden voortgebouwd.
4-9-2026
De mythe van de H2O-feedback ontmaskerd

Alleen op bewijs kan worden voortgebouwd.
Het IPCC beschouwd als een belangrijke positieve terugkoppeling van opwarming. De redenering is bekend: een stijgende temperatuur leidt tot meer waterdamp in de atmosfeer. Omdat waterdamp infrarode straling (IR-straling) absorbeert, zou daardoor minder warmte naar de ruimte ontsnappen en de aanvankelijke opwarming worden versterkt. Deze redenering is weliswaar plausibel, maar de beslissende vraag is wat er daadwerkelijk in de uitgaande infraroodstraling wordt waargenomen. Satellietmetingen zijn hiervoor bij uitstek geschikt: zij laten niet alleen zien hoeveel langgolvige straling de aarde uitzendt, maar ook bij welke golflengten die straling de ruimte bereikt.
Een directe vergelijking: Sahara en tropische Pacific
De hier weergegeven waarneming is gebaseerd op spectra gemeten door de IRIS-D-infraroodspectrometer aan boord van Nimbus-4. In de figuur zijn twee spectra bij heldere hemel over elkaar gelegd: één boven de Sahara en één boven de tropische westelijke Pacific. Het verschil in oppervlaktetemperatuur is in het atmosferische IR-venster, ongeveer 800–1250 cm⁻¹, duidelijk zichtbaar. Uit de stralingsintensiteit kan voor de Sahara een oppervlaktetemperatuur van ongeveer 325 K (52 °C) en voor de Pacific van ongeveer 295 K (22 °C) worden afgeleid. In de twee brede H₂O-absorptiegebieden zien we echter iets opvallend anders: de spectra verschillen nauwelijks, ondanks het verschil van ongeveer 30 K in oppervlaktetemperatuur. De uitgaande straling in deze banden correspondeert met een effectieve stralingstemperatuur van ongeveer 270 K. Dit betekent niet dat waterdamp geen broeikasgas is. De absorptiebanden zijn juist duidelijk zichtbaar. Het betekent wel dat de straling die in deze banden naar de ruimte ontsnapt, veel minder afhankelijk is van de oppervlaktetemperatuur dan de straling in het IR-venster. De verklaring ligt in de hoogte van waaruit de straling naar de ruimte ontsnapt.
Broeikasgassen absorberen infrarode straling en zenden deze vervolgens weer uit. In absorberende banden komt de straling die de ruimte bereikt daarom niet rechtstreeks van het warme oppervlak, maar uit een koeler bereik op atmosferische hoogten, de zogenaamde effectieve emissiehoogte (EEH). De EEH is de hoogte waarop de atmosfeer voldoende ijl en transparant is geworden om straling uitgezonden door broeikasgassen naar de ruimte te laten ontsnappen.
In dit opzicht verschilt het gedrag van H₂O fundamenteel van dat van CO₂. CO₂ is relatief gelijkmatig over de atmosfeer verdeeld, terwijl de verdeling van waterdamp sterk varieert en zich voornamelijk concentreert in de onderste lagen van de atmosfeer. Door convectie, condensatie en neerslag bevindt water zich hoofdzakelijk op relatief geringe hoogte in de atmosfeer.
Andere observaties
De vergelijking tussen de Sahara en de Stille Oceaan is geen op zichzelf staande waarneming. Analyses van spectra die op andere locaties bij heldere hemel zijn gemeten, laten hetzelfde patroon zien: de straling in de H₂O-banden vertoont consequent opvallend weinig variatie rond een effectieve stralingstemperatuur van ongeveer 270 K. Deze waarnemingen wijzen dus niet op de positieve H₂O-terugkoppeling die ten grondslag ligt aan de overdreven scenario’s van het IPCC; ze tonen juist aan dat aanzienlijke verschillen in oppervlaktetemperatuur leiden tot weinig tot geen verschil in de straling die de ruimte in wordt uitgezonden. De waarnemingen bij heldere hemel vormen uiteraard slechts één deel van het verhaal. Daarom is het interessant te kijken naar metingen waarin ook bewolking en andere atmosferische effecten worden meegenomen.
Roemer et al. (Direct observation of Earth’s spectral long-wave feedback parameter, 2023, Nature Geoscience) hebben een spectrale terugkoppelingsparameter rechtstreeks afgeleid uit satellietmetingen over de periode juli 2007 tot maart 2020. Zij vinden in de twee H₂O-absorptiebanden, vooral onder bewolkte omstandigheden, een negatieve, stabiliserende terugkoppeling. De gecombineerde H₂O-stralingsreactie bedraagt ongeveer 0,45 W/m² per graad Celsius. Bij de effectieve uitstralingstemperatuur van de aarde van circa 255 K komt een temperatuurstijging van 1 °C volgens de Stefan-Boltzmann-relatie overeen met ongeveer 3,8 W/m² aan extra uitgezonden straling. De H₂O-respons draagt daarmee met ongeveer 12% bij aan deze directe uitstraling naar de ruimte. De H₂O-reactie werkt dus niet als een versterking, maar draagt juist bij aan een grotere warmteafvoer naar de ruimte.
In een tweede studie van Raghuraman et al. (Geophysical Research Letters, 2023) werden eveneens spectrale satellietmetingen geanalyseerd, dit keer over de periode 2003–2021. Ook hier kwam hetzelfde beeld naar voren: in de H₂O-banden nam de uitgaande thermische straling toe, terwijl in de absorptiebanden van de andere broeikasgassen juist een afname werd waargenomen.
Conclusie
Een vergelijking van Nimbus-4-spectra boven de Sahara en de tropische Stille Oceaan levert het opmerkelijke resultaat op dat, ondanks een verschil in oppervlaktetemperatuur van ongeveer 30°C, de straling in de H₂O-banden bij een onbewolkte hemel vrijwel onveranderd blijft.
Daarnaast schetsen twee studies – eveneens gebaseerd op satellietgegevens – een nog interessanter beeld: bij bewolkt weer werd een relatief sterke negatieve terugkoppeling waargenomen door atmosferisch water. Dit komt overeen met een afkoelend effect van ongeveer 12%.
Er bestaat weinig tot geen twijfel over dat een verdubbeling van de atmosferische CO₂-concentratie – zonder verdere terugkoppelingsmechanismen – zou leiden tot een opwarming van ongeveer 1°C. De huidige stijging van de CO₂-concentratie sinds het pre-industriële tijdperk bedraagt ongeveer 140 ppm en is daarmee aanzienlijk kleiner dan de toename van ongeveer 420 ppm die nodig zou zijn om de huidige concentratie te verdubbelen. Een volledige verdubbeling van de CO₂-concentratie ligt een factor 3 hoger dan de stijging die sinds 1850 is waargenomen. Wanneer rekening wordt gehouden met een waarschijnlijkere verdere stijging van de CO₂-concentratie, in combinatie met de waargenomen negatieve H₂O-koppeling, blijft de verwachte temperatuurstijging ruim onder de 1°C. Dit ondermijnt de basis van de alarmistische IPCC-scenario’s.
Een kritische kanttekening
Het blijft opmerkelijk dat cruciale informatie die rechtstreeks afkomstig is van satellietmetingen – en die bovendien gemakkelijk toegankelijk is – zo weinig aandacht krijgt. Wanneer waarnemingen een fundamenteel ander beeld schetsen dan misleidende voorstellingen van zaken over een versterkende positieve waterdampterugkoppeling, rechtvaardigt dit nader onderzoek in plaats van het af te doen als een onbeduidend detail. Juist omdat klimaatbeleid grote economische en maatschappelijke gevolgen heeft, zou het IPCC deze essentiële informatie zo volledig en onpartijdig mogelijk moeten presenteren. Het bagatelliseren of negeren van onweerlegbare waarnemingen en publicaties, enkel omdat ze niet stroken met het alarmistische klimaatnarratief, schaadt niet alleen de klimaatwetenschap, maar de wetenschap als geheel.
Over de auteur
Rob de Kok (1945) is geofysicus en energieconsultant met een lange internationale ervaring in de geofysische industrie. Na zijn studie instrumentatietechniek aan de Technische Universiteit Delft trad hij in 1970 in dienst bij Shell Research in Rijswijk; aanvankelijk als instrumentatiespecialist, maar al snel kwalificeerde hij zich als geofysicus. Hij deed uitgebreide praktijkervaring op door jarenlang werkzaam te zijn binnen diverse geofysische deelgebieden in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland. Na zijn vertrek bij Shell in 2002 werkte hij als principal geofysicus voor Baker Hughes en later voor Schlumberger. Vervolgens was hij actief als zelfstandig ondernemer en klimaatconsultant in Nederland, Australië, Libië en het Verenigd Koninkrijk.
Na zijn carrière in de geofysica richtte hij zich verder op vraagstukken rond energie, klimaat en de invloed van CO₂ op de atmosferische temperatuur. Vanuit zijn technische en geofysische achtergrond schrijft hij kritisch over de gangbare interpretaties van klimaatverandering en over de wijze waarop klimaat en energie in wetenschap, politiek en beleid worden benaderd.
***

0 reacties :
Een reactie posten