Door Marcel Crok.

Sinds 2004 schrijf ik als wetenschapsjournalist over het klimaatdebat. Mijn eerste artikel was een lang, bekroond stuk in een populairwetenschappelijk tijdschrift over de hockeystickgrafiek-controverse. Het kostte me twee maanden en tientallen e-mails en telefonische interviews met McIntyre en McKitrick om de kwestie te begrijpen.

Daarna besloot ik mijn baan bij het tijdschrift op te zeggen en me volledig op het klimaat te richten. Ik deed het onderzoek voor mijn Nederlandse boek De Staat van het Klimaat. Daarin stelde ik dat een van de weinige feiten in het klimaatdebat is dat de CO₂-uitstoot stijgt en dat de mens daar de oorzaak van is. Destijds werd hier nauwelijks over gediscussieerd en het leek zo logisch. Elk jaar wordt ongeveer de helft van wat we uitstoten opgenomen door de biosfeer en de oceanen; de rest blijft in de atmosfeer. Simpele boekhouding leek de zaak te beslechten.

Dus liet ik de kwestie varen en concentreerde me op andere strijdpunten: klimaatgevoeligheid (ik publiceerde het rapport A Sensitive Matter met Nic Lewis), de kwaliteit van de modellen, ijsberen, Arctisch zee-ijs, enzovoort. In 2012 heb ik, met financiering van de Nederlandse overheid en in samenwerking met de overheidsinstituten KNMI en PBL, Climate Dialogue gelanceerd, een online platform waarop we respectvolle uitwisselingen probeerden te organiseren tussen sceptici en reguliere klimaatwetenschappers.


We bespraken onderwerpen zoals Arctisch zee-ijs (met Judith Curry als scepticus), de tropische hotspot (met John Christy), klimaatgevoeligheid (met Nic Lewis), regionale klimaatmodellen (met Roger Pielke sr.), zonne-invloed (met onder anderen Nicola Scafetta) en persistentie op de lange termijn (met Demetris Koutsoyiannis). Over het algemeen was het gemakkelijk om een ​​scepticus te vinden en erg moeilijk om een ​​reguliere klimaatwetenschapper te vinden die bereid was deel te nemen. We hebben de koolstofcyclus nooit besproken.

De afgelopen jaren is er iets veranderd. Een groeiend aantal sceptische wetenschappers is nu ook sceptisch over de bewering dat de mens de belangrijkste rol speelt in de stijging van CO₂. Het begon met de Australische wetenschapper Murray Salby in 2011. Later werkte hij samen met Hermann Harde, die ook betrokken is bij het Noorse tijdschrift The Science of Climate Change. Ed Berry heeft over dit onderwerp gepubliceerd. De afgelopen jaren heeft de Griekse hydrologe zich ook over de kwestie gebogen en tot vergelijkbare conclusies gekomen als Harde en Salby. Meer recent hebben Willie Soon en Jonathan Cohler zich bij deze groep aangesloten.

De meeste klimaatsceptici lijken nog steeds de andere kant te kiezen en het standpunt van het IPCC te verdedigen dat de mens het meest heeft bijgedragen aan de CO₂-toename. De CO₂ Coalition publiceerde een uitgebreid rapport waarin de argumenten voor dit standpunt worden samengevat. Clintel organiseerde in september 2024 een workshop in Athene (alle video’s hier), aan de universiteit van Koutsoyiannis, met sprekers van beide kanten. Ik heb een hekel aan het woord ‘kamp’, maar het is ook duidelijk dat de relatie tussen beide partijen gespannener is geworden. Deze week heeft Jonathan Cohler, na kritiek te hebben geuit op het standpunt van de CO₂-coalitie, zijn lidmaatschap van de organisatie opgezegd.

Ik vind dit jammer. Wij sceptici klagen vaak dat ‘alarmisten’ de wetenschap als vaststaand beschouwen en weigeren met ons in debat te gaan. Hier zien we een controverse binnen onze eigen gelederen. We zouden de wereld moeten laten zien hoe een degelijk wetenschappelijk debat gevoerd wordt.

Clintel is daarom volledig voorstander van het organiseren van een nieuwe workshop over dit onderwerp (in Athene of elders) of een online klimaatdialoog. Een respectvolle uitwisseling van standpunten vormt de basis van zo’n dialoog. Mocht u aan een van deze projecten willen deelnemen, laat het me dan weten.

Marcel Crok, directeur van Clintel
marcel.crok@clintel.org

***

Bron Clintel hier.

***