Consensus en heersend narratief: een tweekoppig monster

Datum:
  • dinsdag 15 september 2026
  • in
  • Categorie: , , , ,
  •  De discussie over klimaat eindigt helaas te vaak vroegtijdig in het wijzen op consensus.



    15-9-2026


    Consensus en heersend narratief: een tweekoppig monster

    Door een onzer auteurs.

    De discussie over klimaat eindigt helaas te vaak vroegtijdig in het wijzen op consensus. Ik heb een afkeer van dit begrip dat als soort autoriteitsargument wordt misbruikt. 

    Los van wat die consensus inhoudt en hoe dit tot stand is gekomen hoort het niet thuis in een wetenschappelijke discussie. Daarbij zijn consensus en de heersende mening volgens mijn waarneming innig met elkaar verweven geraakt als gevolg van het wegvallen van scheiding tussen wetenschap en politiek. 

    Feiten zijn geen feiten meer en logica ontbreekt te vaak dit alles gevoed door overduidelijke onkunde en angst om maar nog niet over paniek te schrijven.

    Feiten zijn geen feiten meer – is misschien wat stellig geformuleerd. Wat ik ermee bedoel, is dat wat tegenwoordig als feit wordt gepresenteerd niet altijd een feit in de strikt wetenschappelijke betekenis van het woord is. Een interpretatie, veronderstelling of verwachting kan ongemerkt en onbedoeld de status van een feit krijgen.

    Daarmee dreigt de volgorde van wetenschappelijk onderzoek te worden omgekeerd. 

    Niet langer zijn waarnemingen en feiten het uitgangspunt voor een verklaring en vervolgens eventueel beleid, maar kunnen een bestaande opvatting of een reeds gekozen beleidsrichting mede bepalen welke ‘feiten’ als relevant worden beschouwd en hoe deze (moeten) worden geïnterpreteerd.

    Dat hoeft geen bewuste manipulatie te zijn. Juist wanneer een bepaalde opvatting eenmaal breed is aanvaard, kan zij zo vanzelfsprekend worden dat we nauwelijks nog merken dat zij als uitgangspunt wordt gebruikt. Wat men denkt te weten, gaat dan vooraf aan wat de wetenschap daadwerkelijk heeft vastgesteld.

    Daarmee wordt echte wetenschap – die juist begint met twijfel, waarneming en toetsing – ondergeschikt aan een werkelijkheid die men al meent te kennen. En wanneer beleid vervolgens op die vermeende zekerheid vooruitloopt, wordt het steeds moeilijker om nog onderscheid te maken tussen wat we weten, wat we denken te weten en wat we zouden willen dat waar is.

    Als al hiervoor aangegeven spelen naar mijn indruk zeker onkunde en ook angst een rol. Niet noodzakelijk als oorzaak, maar als een onderliggend, vaak onbewust en collectief ervaren gevoel van het verliezen van grip op een steeds complexere werkelijkheid. 

    Wat men niet goed begrijpt, is moeilijk te beoordelen en daardoor ook moeilijk te beheersen. Angst kan dan gemakkelijker ontstaan en vervolgens het verlangen naar duidelijke antwoorden en eenvoudige verklaringen versterken (complotdenken).

    Juist in zo’n omgeving krijgen stellige uitspraken, consensus en beleidsmatig gewenste zekerheden gemakkelijk meer gewicht dan de onderliggende wetenschappelijke onzekerheid rechtvaardigt. Misschien gebeurt dat inmiddels zo vanzelfsprekend dat we het nauwelijks nog herkennen.

    Wie gaat dit monster nu eens verslaan?

    ***





    0 reacties :

    Een reactie posten