Van een onzer correspondenten.

De peiling van Maurice de Hond van 1 augustus 2026 laat zien dat de VVD niet langer vanzelfsprekend de rechts-liberale partij is, maar een partij die kiezers verliest aan de scherpere rechtse concurrentie en tegelijk haar eigen profiel ziet wegslijten.

De coalitiepartijen komen samen nog maar op 47 zetels uit, tegenover 66 bij de verkiezingen van 2025. De VVD zakt daarbij naar de zesde plek en verliest vooral aan JA21, maar ook aan FVD, PVV en 50PLUS. Ook het vertrouwen in het kabinet, waarin de VVD meedraait, wordt door de eigen achterban niet meer gewaardeerd.

De afwijzing van FvD door de VVD wordt door een deel van diezelfde VVD-stemmers bovendien zelfs afgestraft.

Daar komt bij dat de VVD van binnenuit onder druk staat. Zo eist bijvoorbeeld een landelijke groep VVD’ers qua stikstof een harde opstelling tegen het intrekken van rechtmatig verleende natuurvergunningen en ook op het asieldossier groeit de onvrede in de achterban. Dat past in een breder patroon: de partij die zich graag presenteerde als pragmatisch, pro-economie en bestuurlijk betrouwbaar, wordt door haar eigen kiezers steeds vaker gezien als medeverantwoordelijk voor beleid dat juist onzekerheid, kosten en regeldruk vergroot. Men voelt kennelijk aan dat de trein gaat ontsporen.

Volgens de peiling gaan vier zetels rechtstreeks van de VVD naar JA21, en nog eens één naar FVD, één naar de PVV en één naar 50PLUS. Daarnaast weet een relatief groot deel van de voormalige VVD-kiezers uit 2025 niet meer op welke partij zij zouden stemmen. Dat is meer dan een gewone terugval: het wijst op het wegvallen van loyaliteit en richting. De afwijzing van FVD door de VVD wordt door een deel van diezelfde VVD-stemmers bovendien zelfs afgestraft.

Daaronder zit kennelijk ook een inhoudelijke correctie van kiezers die genoeg hebben van wat zij zien als te ambitieus en te duur klimaatbeleid. De VVD presenteerde zich lang als partij van het klimaatrealisme: voor verduurzaming, maar wel binnen de grenzen van haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid.

De VVD verliest daarmee niet alleen zetels, maar ook haar politieke kompas. Zolang boeren, mkb’ers en ondernemers de partij zagen als tegenwicht tegen Den Haag en tegen te snelle, groen verpakte ingrepen, kon zij zich profileren als de redelijke macht op rechts. Maar nu zij in regeringsverband meeloopt met beleid dat door haar oude achterban als kostbaar en betuttelend wordt ervaren — vooral rond energie, klimaat, stikstof en asiel — raakt dat profiel steeds meer uitgehold.

De VVD brengt veel kiezers niet meer thuis. Ze is een overstappartij: men stapt uit, kijkt bezorgd rond op het perron en neemt vervolgens de sneltrein van JA21, FvD of PVV.

***