Een ‘Green Deal’ illusie?
14-8-2026
Hoogoven Staal versus Groen Staal: Een ‘Green Deal’ illusie?
Door Pjotrs dwarsliggers.
Fournier noemt “Het verhaal over groen staal het sterkst in Power Point-presentaties en het zwakst in de echte wereld”. Gulle subsidies vervellen wetenschap tot politiek waarbij ideologie domineert op algemeen belang.
De wereldwijde staalindustrie staat door de oplegging van de Green Deal of Net Zero of koolstofneutraliteit voor een immense uitdaging. Met de wereldwijde aandeel van 7 tot 9 procent in de totale antropogene CO₂-uitstoot is decarbonisatie onvermijdelijk voor wie de CO2 hoax onderschrijft. In beleidsdocumenten, bedrijfsrapporten en investeringspresentaties duikt voor staal steeds hetzelfde verhaal op: waterstof gebaseerde directe reductie van ijzer (H₂-DRI) gevolgd door smelten in een elektrische boogoven (Electric Arc Furnace -EAF) dat massaal veel groene “gratis” stroom verbruikt zou de sector kunnen transformeren.
Deze “groene staal”-route wordt gepresenteerd als een logische, schone en toekomstbestendige vervanging van de klassieke hoogoven (Blast Furnace) route (BF-BOF). Is dit correct of schuilen diepe scheuren in het verhaal en gaat een belangrijke schakel in de decarbonisatie verloren.
Een diepere analyse geeft aan dat beide processen niet zomaar uitwisselbare alternatieven zijn. Ze berusten op fundamenteel verschillende fysische, thermodynamische, materiaalkundige en energetische principes met een grondig verschillend eindproduct.
Het traditionele hoogovenproces is exotherm, geïntegreerd en energieproducerend. De groene route is endotherm, gefragmenteerd, extreem energie-intensief en afhankelijk van schaarse grondstoffen. Recente praktijkervaringen bevestigen wat de theorie al voorspelt: “groen staal“ blijft voorlopig een dure illusie.
Het hoogovenproces: een meesterwerk van geïntegreerde metallurgie
In een hoogoven daalt een mengsel van ijzererts, cokes en flux van boven naar beneden, terwijl hete reductiegassen van onder opstijgen. De reductie verloopt in fasen, maar het echte hart van het proces ligt in de cohesieve zone rond 900-1200 °C. Hier beginnen de materialen te verzachten: IJzeroxiden en ganggesteente vormen een deels vloeibare fase. De viscositeit van deze slak is cruciaal. Ze moet vloeibaar genoeg zijn om te percoleren (doorsijpelen) en onzuiverheden op te nemen, maar niet te dun vloeibaar, zodat de gasdoorlaatbaarheid behouden blijft en het ertsbed structureel stabiel blijft.
Lager in de oven, bij temperaturen boven 1300-1500 °C, smelt het ijzer volledig. Vloeibaar ruwijzer verzamelt zich onderaan, met een laag slak erboven. Dit geïntegreerde smelttraject combineert reductie, smelting, zuivering en warmtebalans in één reactor. Dankzij dit vloeistofmechanisme kan de hoogoven ook erts van gemiddelde kwaliteit efficiënt verwerken. Het eindproduct is een koolstofverzadigd staal waarbij de koolstof in een volgende convertor gereduceerd en eventueel gelegeerd wordt op maat van de klant.
H₂-DRI: een vaste-stof diffusie proces zonder smelttraject
De groene route werkt fundamenteel anders. Bij H₂-DRI ( Hydrogen-based Direct Reduced Iron) vindt reductie plaats bij lagere temperaturen (800-1100 °C), ruim onder het smeltpunt. Er ontstaat geen vloeibare fase. Het proces gebeurt in een poreuze massa waarbij erts werd vermalen tot korrels. De reactie met waterstof is sterk endotherm en levert sponsijzer (DRI) op als resultaat van de korrelstructuur: een poreus, vast product waarin ganggesteente nog grotendeels aanwezig is. Omdat er geen vloeibare slakvorming is, kunnen onzuiverheden niet gemakkelijk verwijderd worden. Dit vereist hoogwaardige pellets (>67 % Fe).
Het sponsijzer moet daarna in een aparte EAF (Electric Arc Furnace) gesmolten worden, meestal met toevoeging van schroot. Het proces is dus gesplitst in reductie en smelting, met andere diffusie- en kinetiek mechanismen. Waterstof diffundeert sneller dan CO, maar bij hoge reductiegraden kunnen dichte ijzerlagen de voortgang belemmeren.
Thermodynamica en energie: exotherm versus endotherm
Het verschil in energiebalans is fundamenteel. De hoogoven is exotherm: de reductie met CO levert warmte, en het afgas kan via Top Gas Pressure Recovery Turbines (TRT) elektriciteit genereren (15-60 kWh per ton ruwijzer, vaak 20-30 % van het eigen verbruik).
H₂-DRI is sterk endotherm. Naast de reductie zelf vereist de productie van groene waterstof door elektrolyse enorme hoeveelheden elektriciteit (50-60 kWh per kg H₂). Voor één ton staal zijn 50-60 kg H₂ nodig, plus extra stroom voor verwarming en de EAF. Het totale verbruik ligt vele malen hoger. Variante processen zoals het HDRSF (waterstof gebaseerde directe reductieproces in een schachtoven) met een betere energiebalans zijn echter niet meer CO2 vrij.
ERoEI: waarom groene staal de samenleving duur komt te staan
Naast directe energiebalans is het rendement cruciaal, hier uitgedrukt als Energy Return on Energy Invested (ERoEI). ERoEI meet de verhouding tussen nuttige energie-output en de totale energie-investering (inclusief infrastructuur).
Volgens Fournier ziet de vergelijking er als volgt uit:
Voor de hoogoven 80:1 < ERoEI < 20:1;
Voor H₂-DRI met grijze waterstof 8:1< ERoEI < 4:1
Voor H₂-DRI met groene waterstof 2:1 < ERoEI <0.5:1
Een ERoEI onder ~3:1 wordt volgens Fournier algemeen als problematisch beschouwd voor het in stand houden van een complexe, energie-intensieve samenleving die we nu kennen. Groene staal dreigt eerder energie-inflatoir dan energiebesparend te werken.
EU-brede subsidies voor staal decarbonisatie
EU-lidstaten hebben sinds 2022-2023 minstens €9 à €15 miljard aan staatssteun goedgekeurd voor groene staalprojecten (voornamelijk DRI-EAF en waterstofprojecten). Een recente schatting (juni 2025) komt op €15,1 miljard aan publieke geld voor staal decarbonisatie in Europa (EU-27 + VK). Waarvan de helft naar Duitsland gaat.
Daarnaast zijn er indirecte steunmaatregelen via het EU ETS (gratis emissierechten), het Innovation Fund en andere Europese fondsen. België heeft relatief belangrijke steun verleend aan ArcelorMittal (vooral Gent), maar de bedragen zijn kleiner dan in Duitsland of Frankrijk.
Deze miljarden dreigen verloren te gaan door wereldwijd massale vertragingen tot stopzetting van deze projecten.
Algemene context
- Subsidies voor staal in de EU zijn sterk toegenomen sinds 2022-2023 om de concurrentiepositie te behouden en de transitie te versnellen.
- Naast directe subsidies zijn er ook indirecte steunmaatregelen zoals gratis ETS-rechten (waard miljarden voor de sector) en energieprijscompensaties.
- Veel projecten (inclusief in België) worden uitgesteld of aangepast omdat de markt voor het veel duurdere groen staal nog niet klaar is.
Het schroottekort: de onzichtbare bottleneck
EAF’s presteren het best bij hoge schrootinbreng omdat dit de hoge kosten van groen staal maskeert. Groen staal rekent daarom vaak op 50-80 % hoog kwaliteitsschroot om economisch te zijn. De realiteit is echter anders. In 2025 bedroeg de wereldwijde ruwstaalproductie circa 1.850 miljoen ton, terwijl de totale schrootinbreng rond de 630 miljoen ton lag — slechts ongeveer 34 % van de metallische input.
Hoogwaardig schroot geschikt voor de groene staal productie is nog veel schaarser, en de voorraad in volume groeit slechts langzaam vanwege de lange levensduur van staalproducten. Een grootschalige transitie naar EAF/DRI zou dus op een structureel tekort botsen.
De praktijk: uitstel, annuleringen en teleurstelling. De theorie klinkt veelbelovend, maar de praktijk is hardnekkig:
- ArcelorMittal annuleerde in 2025 twee grote groene staalprojecten in Duitsland ondanks aanzienlijke staatssteun, vanwege te hoge energiekosten en ontoereikende waterstofinfrastructuur. Projecten in Spanje, Frankrijk, Italie werden uitgesteld of gepauzeerd.
- In Zweden kampen HYBRIT en H2 Green Steel – nu Stegra (de eerste groene staalproducent ter wereld) met jarenlange vertragingen en kostenoverschrijdingen.
- In de Verenigde Staten heeft Cleveland-Cliffs een groot project van 500 miljoen dollar in Ohio geschrapt. SSAB (Zweedse staalreus met Amerikaanse plannen) trok zich stilzwijgend terug uit de onderhandelingen met het Amerikaanse ministerie van Energie. Boston Metal een Amerikaanse startup ontwikkelt een baanbrekende elektrolysetechnologie om ijzererts zonder steenkool te reduceren. Het bedrijf loopt tegen trage financieringsrondes en hoge opschalingskosten aan. Electra heeft een kleine demo installatie voor een ijzerproductie via elektrolyse in Colorado maar worstelt met het aantrekken van voldoende kapitaal en het overtuigen van afnemers om extra te betalen voor een groen product.
- Nucor als grootste VS staalfabrikant maar ook andere bedrijven gaan over naar een pragmatische aanpak. Zolang de overheid het gebruik van groen staal niet verplicht stelt in infrastructuur, en zolang de markt er niet extra voor wil betalen, remt het de miljardeninvesteringen in deze transitie (tijdelijk?) af.
Deze gevallen illustreren dat zelfs met miljarden aan subsidies de economische en technische barrières te groot blijven en tientallen miljarden aan staatsteun niet renderen.
De diepere malaise: een systemische illusie
Bovenstaande is geen geïsoleerd probleem van de staalindustrie, maar een symptoom van een diepere malaise in de huidige energietransitie. De grote belofte van de afgelopen jaren — dat zon en wind “gratis” zijn en daarom goedkope, betrouwbare groene stroom zouden opleveren — botst hard met de realiteit.
Investeringen in nieuwe windprojecten haperen, groene waterstof blijkt extreem duur en schaars, en periodes van lage productie (wind droogte of bewolking) leiden tot hogere prijzen en risico op black-outs. Batterijen en andere vormen van opslag blijken vaak ontoereikend voor meerdaagse tekorten, terwijl extreme weersomstandigheden hele zon- en windparken kunnen uitschakelen.
Investeerders en energie-intensieve industrieën voelen zich misleid. De Levelized Cost of Energy van een individueel zonne- of windpark verschilt sterk van de echte systeemkosten (netverzwaring, back-up, balanceren).
Dit dwingt overheden tot steeds hogere subsidies om projecten overeind te houden, terwijl het vertrouwen in instituten en wetenschap het draagvlak voor bijkomende kosten erodeert. Groen staal is hier het schoolvoorbeeld: het vereist precies die goedkope, betrouwbare groene stroom die in de praktijk nog niet bestaat, zeker niet op de vereiste schaal.
Zonder permanente publieke steun blijft het een kostbare illusie.
Conclusie
Groen staal combineert een endotherm reductieproces, een lage ERoEI, hoge elektriciteitsafhankelijkheid en een structureel schroottekort en verkwanseling aan subsidies. Het traditionele hoogovenproces is thermodynamisch geoptimaliseerd, exotherm en in staat om met beschikbare lagere kwaliteit grondstoffen op grote schaal goedkoop te werken. Zonder permanente overheidssteun en onrealistische aannames over goedkope groene waterstof en stroom blijft de groene route een kostbare illusie — krachtig op slides, zwak in de echte wereld.
***
Bron: Pjotrs Dwarsliggers.
***


0 reacties :
Een reactie posten