Van een onzer correspondenten.

De redactie van climategate.nl vond gisteren deze berichtgeving bij de NOS:

Oceanen zijn extreem warm en dat kan ook later grote gevolgen hebben

De oceanen wereldwijd zijn buitengewoon warm. Buiten het poolgebied was de gemiddelde temperatuur van de bovenste laag van het zeewater ongeveer 21 graden in juli, zag de Europese klimaatdienst Copernicus. Nog nooit waren de wereldzeeën zo warm in deze periode van het jaar.

Dit warme zeewater heeft grote gevolgen. ‘We gaan er de komende twaalf maanden heel veel van merken en dat is geen vrolijk verhaal’, zegt meteoroloog Rob Groenland van het KNMI. Tot zover NOS en KNMI.

U leest het hier.

Wij vroegen aan AI of de toon niet te alarmistisch was. AI:

Ja, de toon is deels alarmistisch, maar de onderliggende observatie — uitzonderlijk warm oceaanoppervlak — is reëel. Het NOS-artikel schuift echter vrij snel van een mondiaal temperatuurrecord naar tamelijk concrete Nederlandse verwachtingen voor herfst en winter. Dat is meteorologisch een veel grotere stap.

Wat klopt

Copernicus rapporteert voor juli 2026 inderdaad de hoogste gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de extra-polaire oceanen sinds het begin van de meetreeks: 20,96 °C, tegenover 20,89 °C in juli 2023. Dat is dus geen verzonnen record of louter journalistieke overdrijving. De ontwikkeling wordt mede in verband gebracht met de zich versterkende El Niño.

Ook de algemene fysica klopt:

  • warmer zeewater kan meer waterdamp aan de atmosfeer leveren;
  • warme oceanen kunnen tropische cyclonen van extra energie voorzien;
  • langdurige mariene hittegolven zijn schadelijk voor koraal en andere ecosystemen;
  • opwarming van het zeewater draagt door thermische uitzetting bij aan zeespiegelstijging.

Waar het artikel overdrijft

De formulering van Rob Groenland — ‘We gaan er de komende twaalf maanden heel veel van merken en dat is geen vrolijk verhaal’— klinkt stelliger dan de beschikbare voorspelbaarheid rechtvaardigt. Het artikel noemt vervolgens extra regen in Nederland en mogelijk zwaardere winterstormen, maar maakt onvoldoende duidelijk dat dit kansen en scenario’s zijn, geen verwachtingen met hoge zekerheid.

Er zijn drie problemen met deze redenering:

  1. Een mondiale gemiddelde oceaantemperatuur zegt weinig rechtstreeks over Nederland. De waarde van ongeveer 21 °C betreft de bovenste zeewaterlaag van de oceanen buiten het poolgebied, gemiddeld over een enorm gebied. De Noordzee, de Atlantische Oceaan en de regionale atmosferische circulatie kunnen daarvan sterk afwijken.
  2. El Niño heeft geen eenvoudige Nederlandse vertaling. El Niño beïnvloedt mondiale patronen, maar het effect op West-Europees herfst- en winterweer is zwakker en wisselvalliger dan bijvoorbeeld in delen van de tropen, Noord-Amerika of Australië. Een El Niño maakt ‘meer regen in Nederland’ niet automatisch waarschijnlijk in iedere maand.
  3. Warmte betekent niet automatisch zwaardere Europese stormen. Een warme oceaan kan extra vocht en energie leveren, maar stormintensiteit hangt ook af van straalstroom, temperatuurverschillen, windschering, blokkades en de precieze baan van lagedrukgebieden. Zonder die voorwaarden leidt warm zeewater niet vanzelf tot een uitzonderlijk stormachtigr winter.

Dat wordt ook zichtbaar in de seizoensverwachtingen: voor Europa worden regionale neerslagsignalen genoemd, maar de voorspelbaarheid voor Noord-Europa is beperkt; Copernicus kwalificeert sommige Europese neerslagpatronen slechts als laag tot middelmatig betrouwbaar. Tegelijkertijd wijzen de modellen wél vrij eensgezind op een sterke El Niño in de tweede helft van 2026.

De ecologische passage is sterker

De opmerkingen over het zeeleven zijn overtuigender dan de specifieke weersverwachting voor Nederland. Vissen verschuiven hun verspreidingsgebied, waardoor voedselketens en visserij kunnen veranderen. Koraalriffen zijn extra kwetsbaar omdat koraal niet eenvoudig naar koeler water kan ‘verhuizen’. Ook stratificatie — een warmere, lichtere bovenlaag die minder goed mengt met kouder water — kan de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof beïnvloeden. Het NOS-artikel beschrijft dit redelijk adequaat, al wordt ook hier niet elk gevolg uitsluitend door de actuele recordwarmte veroorzaakt.

Mijn oordeel

De kop ‘Oceanen zijn extreem warm en dat kan ook later grote gevolgen hebben’ is verdedigbaar, mits ‘kan’ centraal blijft staan. De tekst wordt alarmistischer door:

  • de dramatische formulering over de komende twaalf maanden;
  • het suggereren van een tamelijk directe overgang van droogte naar enorme wateroverlast;
  • het onvoldoende scheiden van zekere observaties, plausibele mechanismen en onzekere weersverwachtingen;
  • het presenteren van een mondiaal oceaanrecord alsof daaruit concrete Nederlandse seizoensgevolgen volgen.

Een preciezere formulering zou zijn:

De oceanen zijn recordwarm. Dat vergroot wereldwijd de kans op bepaalde extremen en belast mariene ecosystemen, maar de gevolgen voor het Nederlandse herfst- en winterweer zijn regionaal en slechts beperkt voorspelbaar.

Bij natuurlijke klimaatvariatie kan men waarschuwen voor de gevolgen, maar niet zonder meer spreken over menselijke schuld, ‘onze uitstoot’ of een beleidsmatige verplichting. Bij antropogene opwarming kan zo’n normatieve stap wél worden verdedigd, maar dan moet men haar expliciet maken in plaats van haar te verbergen in het woord klimaatverandering.

Kortom: niet alarmistisch over het feit dat de oceaan uitzonderlijk warm is; wel alarmistisch in de journalistieke vertaling daarvan naar een vermoedelijk rampzalige komende twaalf maanden in Nederland.

***