‘Regeren met je oortjes in – dat werkt niet’. Een mooie uitspraak van Joyce Sylvester, voorzitter van de Staatscommissie tegen racisme en discriminatie. Haar rapport werkt dat verder uit. Eén aanbeveling besprak ik vorige week: politici van links en ‘midden’ moeten volgens haar altijd direct in de aanval gaan wanneer Lidewij de Vos of Geert Wilders zich volgens ‘links’ en ‘midden’ kwetsend heeft uitgelaten. Ze mogen daar nooit doof voor zijn.

Dat deel van het rapport is in een laat stadium nog toegevoegd, maar de analyse is primitief partijdig en steunt op een fout gelezen rapport uit Engeland.

Afspiegeling

De tweede eis in het rapport is dat op alle niveaus in de ambtenarij de herkomst naar sekse en etnische groep een perfecte ‘afspiegeling’ moet zijn van de gehele bevolking. Dat is de beste garantie – beweren Joyce Sylvester en haar commissie – dat alle geluiden goed worden gehoord. Zij is daar heel precies over en eist een ‘representatieve’ ambtenarij:

‘Het aandeel [overheids]medewerkers met een herkomst buiten Europa in de schalen 13-14 bedroeg eind 2025 14 procent, bij een streefwaarde van 16 procent in 2026. In schaal 15 en hoger stond het aandeel op 10 procent, ook onder de doelstelling van 12 procent in 2026.’

Veel lezers van Wynia’s Week zullen het met Joyce Sylvester eens zijn dat de ambtenarij, twee van de drie Planbureaus, en alle Raden voor Klimaat, Stikstof, en Natuur ernstig teleurstellen. Maar hun kritiek is dat daar een giftige cultuur heerst van respectloos negeren van feiten en analyses die de ambtenaren niet goed uitkomen.

‘Oordoppen in’ is bij ambtenaren en planbureaus de standaard reactie op toch voor de hand liggende vragen: hebben andere landen ook een haast eindeloze keten van gratis advocaten voor illegale immigranten? Hanteren die ook een maximumaantal koeien per hectare? Verbieden die ook wegenbouw omdat een asfaltmachine een keer over de weg gaat en stikstofdioxide uitstoot? Checken andere landen ook of er misschien een vleermuis woont in een spouwmuur en wachten ze dan met verder bouwen tot die vleermuis vrijwillig vertrekt? Hebben andere landen dezelfde regels voor de minimumafstand tussen lawaaierige windmolens en woonwijken?

Dat alles bot negeren is de echte makke van onze ambtenarij, niet dat er per honderd ambtenaren nog twee mensen van kleur bij moeten om precies de samenstelling van de bevolking te weerspiegelen. Was het maar zo simpel dat er dan opeens ruimte en respect zou komen voor andere gezichtspunten over klimaat, stikstof, illegale immigratie, kernenergie en windmolens!

Vietnamezen willen helemaal geen ambtenaar worden

Precieze weerspiegeling eisen van de bevolking in de ambtenarij is geen teken van diep inzicht en wetenschappelijk onderzoek naar racisme en discriminatie. Denk bijvoorbeeld aan de zestigduizend bootvluchtelingen uit Vietnam die hier vijftig jaar geleden aankwamen. Hun eerste generatie werkte in de horeca en in nagelsalons. Hun kinderen worden arts, verpleegkundige of IT-specialist, maar zelden ambtenaar.

Dat heeft te maken met ervaringen van hun ouders in Vietnam, met een grote nadruk in de Vietnamese cultuur op onderwijs en met sparen en investeren binnen de familiekring. We horen de tweede generatie Vietnamese Nederlanders evenmin als hun ouders klagen over ondervertegenwoordiging in de ambtenarij; ze zijn druk in het ziekenhuis of in de zakelijke dienstverlening.

De vreemde nadruk op een representatieve ambtenarij is een zwakte in het rapport en komt omdat het bij racisme en discriminatie geen onderscheid wil maken tussen vraag en aanbod. Op de arbeidsmarkt komt de vraag van werkgevers. Als die discrimineren vanuit vooroordeel of onwetendheid, moeten we dat natuurlijk bestrijden. Maar er is ook het aanbod. Weinig Vietnamese Nederlanders staan in de rij om ambtenaar te worden, en dat hoort geen zorg te zijn voor een Staatscommissie.

Etnische scheidingen

Klagen dat werkgevers en ook de overheid nog steeds discrimineren is politiek gevaarloos. Onderzoeken of sommige etnische groepen misschien door afkomst, voorgeschiedenis en cultuur op een handicap staan in onze arbeidsmarkt is moeilijker en kan de onderzoekers verwijten van racisme opleveren.

Kijk bij voorbeeld naar cijfers die Liesbeth Steenhof en Mila van Huis van het CBS twintig jaar geleden voor het eerst wisten te publiceren: huwelijken tussen twee Surinamers en tussen twee Antillianen eindigen twee keer zo vaak in scheiding dan huwelijken van autochtone echtparen. Dan zijn er belangrijke effecten denkbaar want opgebroken huwelijken zijn een handicap voor kinderen, niet alleen vanwege opgroeien zonder een man in huis, maar ook financieel, voor hun huisvesting en voor hun kans op financiële steun bij de start van een eigen bedrijf.

Zijn we nu racistisch, en wekken we de indruk dat de Surinaamse of Antilliaanse cultuur niet zo solide is? Zo spijtig daarom dat voorzitter Joyce Sylvester – zelf afkomstig uit het Caribisch gebied – de analytische fout maakt door alles wat wijst op achterstand van een groep automatisch te wijten aan ‘discriminatie’.

Toen ik werkte bij instituut Nyfer op Nyenrode had ik Prof Rebecca Blank (Uni Michigan) gevraagd om ons te helpen. Ook het rapport van de Staatscommissie verwijst naar een van haar wijze artikelen maar doet er verder niets mee.

Niet alles komt door discriminatie

Rebecca Blank geeft als voorbeeld dat in de VS zwarte zoons met ouders in het onderste kwart van de inkomensverdeling een risico lopen van 63 procent dat zij ook arm blijven; bij witte zoons die opgroeien in een arm gezin is die kans slechts 32 procent. In de derde generatie is de kans op voortdurende armoede voor jongens uit een zwarte familie 23 procent; bij witte jongens 3 procent. Rebecca Blank schrijft: ‘[zulke cijfers] over cumulatieve achterstand leveren weinig direct bewijs van discriminatie, per se. [De cijfers] geven een bovengrens aan voor de effecten van discriminatie.’

De Staatscommissie heeft die essentiële waarschuwing van Rebecca Blank genegeerd en noemt alles wat wijst op ongelijke uitkomsten onmiddellijk racisme en discriminatie. Daarom is de analyse helaas weinig waard. Volgende week nog een keer over racisme en discriminatie, met hulp van inzichten van (zwarte) Amerikaanse topwetenschappers, die wél eerlijk durven spreken over de wisselwerking tussen discriminatie en culturele handicaps.

Eduard Bomhoff

Econoom en oud-vicepremier Eduard Bomhoff schrijft al sinds begin 2019 zijn zaterdagse columns in Wynia’s Week: altijd scherp, altijd spraakmakend. Bent u al supporter van onze onafhankelijke berichtgeving? Hartelijk dank!