De zondagse beschouwing van Jan van Friesland.
8-6-2026
Laat de parlementaire enquête over klimaatbeleid ook maar komen
De ‘coronacrisis’ en de ‘klimaatcrisis’ kunnen worden gezien als een broertje en zusje. Niet zelden werden ze al eerder met elkaar vergeleken door wetenschappers en beleidsmakers in de media. Wie de parallellen onder ogen ziet, herkent dat ook bij de ‘klimaatcrisis’ sprake is van diep ingrijpende beleidsvoornemens gebaseerd op discutabele modellen en de vaak eenzijdige opvatting van experts en instituties die over burgers wordt uitgestort.
Het klimaatbeleid is – voor climategate-ologen alang gesneden koek – in de afgelopen vijftien jaar uitgegroeid tot een alles doordringend beleidsoffensief dat zich uitstrekt tot vrijwel alle sectoren van de samenleving. Die zeer kostbare ‘beleidsuitwaaiering’ is verworden tot een ambtelijk-technocratisch proces waarin uitgangspunten — zoals de absolute prioriteit van CO₂-reductie — zelden nog ter discussie staan. Het ambtenarenleger marcheert.
De bijkans totalitaire inperking van dit onschuldige gas, alsof het een kwaadaardig virus zou zijn wat de hele wereld bedreigd, heeft qua beleidsintensiteit trekken van een avondklok. Je mag de open haard niet meer aansteken, laat staan een eitje koken op gas, je mag de straat niet meer in met je trouwe diesel. Weest bevreesd voor de energiepolitie.
Maar inmiddels straft het kwaad ook zichzelf, wat de urgentie van een parlementaire enquête rechtvaardigt.
Het wakker gemaakte groene monster van de energietransitie heeft een vervaarlijk zwiepende staart van meer dan 80.000 kilometer extra te leggen elektriciteitskabel en de door de linksgroene politiek uitgevonden aandoening van ‘energiearmoede’ is bittere realiteit die juist door het overspannen klimaatbeleid zelf de mensen met lage inkomens treft.
Huishoudens zien stijgende energierekeningen, ingrijpende plannen in en om hun huis. Men ervaart een overheid die steeds dieper ingrijpt in hun dagelijks leven — indachtig de stroom afkondigingen van verplichtingen en verboden – terwijl de onderliggende afwegingen vaak onzichtbaar blijven. Laat de verantwoordelijken maar in de banken onder ede verschijnen: we kennen de namen.
De schrandere Theo Joekes (VVD) indachtig: ‘De parlementaire enquête is het scherpste zwaard dat het parlement in handen heeft.’
***

0 reacties :
Een reactie posten