Een statistische evaluatie van het gejammer van klimaatwetenschappers als politieke activisten

Datum:
  • vrijdag 12 juni 2026
  • in
  • Categorie: ,
  • Klimaatwetenschappers worden steeds meer betrokken bij een gepolariseerde publieke sfeer, wat de relatie tussen wetenschap en samenleving onder druk zet. 




    12-6-2026

     Een statistische evaluatie van het gejammer van klimaatwetenschappers als politieke activisten


    Activisme vermomd als wetenschap.

    Door Charles Rotter.

    Een nieuw artikel, eind mei gepubliceerd in Environmental Communication, presenteert wat wordt omschreven als een “tweedimensionaal raamwerk” voor het analyseren van hoe klimaatwetenschappers de publieke sfeer ervaren. De hoofdauteur is Victor Avramov van het Athena Instituut aan de VU Universiteit Amsterdam. De co-auteurs zijn verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en het Rathenau Instituut in Den Haag. Het onderzoek werd gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (DRO) via de Nederlandse Wetenschapsagenda, dossiernummer NWA.1397.21223.014, en betaald met belastinggeld.

    Samenvatting

    Klimaatwetenschappers worden steeds meer betrokken bij een gepolariseerde publieke sfeer, wat de relatie tussen wetenschap en samenleving onder druk zet. In deze studie interviewden we 35 klimaatwetenschappers – met uiteenlopende disciplines en ervaringsniveaus – werkzaam in Nederland, over hun perceptie van en ervaringen met publieke betrokkenheid. Op basis van ons empirisch materiaal construeren we een analytisch kader met een as van politisering en participatie, waarop we hun uitspraken positioneren. Door hun publieke activiteiten langs deze dimensies af te bakenen, benadrukken klimaatwetenschappers zorgen over wetenschappelijke geloofwaardigheid, politieke effectiviteit, normatieve verantwoordelijkheid en individuele capaciteit. Hoewel er een duidelijke tegenstelling bestaat tussen degenen die zich gedwongen voelen om te pleiten voor een streng klimaatbeleid of desinformatie te bestrijden, en degenen die van mening zijn dat hun belangrijkste rol is om gedegen kennis te verschaffen en de normatieve keuzes over te laten aan activisten of politici, werken slechts weinig wetenschappers samen met belanghebbenden. Wij stellen dat het betrekken van verschillende belanghebbenden bij de kennisproductie een oplossing kan bieden voor de wurggreep van wetenschap versus politiek.

    De steekproefgrootte is vijfendertig. De steekproef bestaat uit vijfendertig klimaatveranderingsonderzoekers uit Nederland. De statistische methode bestaat uit het interviewen van deze onderzoekers gedurende vijftig tot negentig minuten, het transcriberen van de interviews, het inductief coderen van de transcripten en het vervolgens uitzetten van de resulterende codes in een tweedimensionaal diagram. De assen zijn gelabeld met “Politisering” (sic, overal) en “Participatie”. De assen hebben geen eenheden. Het diagram bevat geen datapunten en geen schaalverdeling, alleen vier zachtgekleurde vlakken van verschillende grootte met de labels Afbakening, Impact zoeken, Activisme en Co-creatie. De grotere vlakken vertegenwoordigen meer geïnterviewden die ongeveer dezelfde dingen hebben gezegd. De plaatsing van de vlakken binnen hun kwadranten is bepaald door de auteurs, die hebben besloten waar de vlakken thuishoren.

    Wat de 35 geïnterviewden te zeggen hebben

    De interview citaten, die het grootste deel van het artikel beslaan, verdienen het om uitgebreid gelezen te worden. De plot is minder informatief dan de citaten zelf.

    Hier legt geïnterviewde P23 uit waarom wetenschappelijke neutraliteit wellicht overschat wordt:

    Behalve dat ik wetenschapper ben, ben ik ook burger, en ik ben doodsbang voor wat er gebeurt. Waarom zou ik er niet over mogen praten en waarom zou het mijn geloofwaardigheid schaden, als het daadwerkelijk wetenschap is die me helpt te begrijpen wat er gaande is?

    Het artikel gaat niet in op de vraag of doodsbang zijn een goede basis vormt voor professioneel gedrag. Het artikel plaatst P23 in het linkerbovenkwadrant, dat is gelabeld als Activisme. Dit wordt gepresenteerd als een legitieme rol voor een wetenschapper.

    Hier is geïnterviewde P28, een hoogleraar aardwetenschappen, die de effectiviteit van formeel wetenschappelijk advies aan de Europese Unie vergelijkt met de effectiviteit van straatprotesten:

    Ik ga binnenkort naar Brussel om met de EU te praten. Ik praat misschien wel in een vacuüm… maar soms twijfel ik aan de effectiviteit van die rol in vergelijking met wat we bereiken als we gewoon de straat op gaan.

    Het artikel stelt niet de vraag die zich opdringt, namelijk of een wetenschapper die tot de conclusie is gekomen dat straatprotesten effectiever zijn dan wetenschappelijk overleg, nog wel een wetenschapper in de ware zin van het woord is. P28 verschijnt in Activism. P28 bevat diverse andere citaten die de auteurs verhelderend vinden.

    Hier volgt P28 over de lasten die het met zich meebrengt om een ​​moreel voorbeeld te zijn onder de onwetenden:

    Ik voel me vervreemd van sommige collega’s met wie ik vroeger goed bevriend was, omdat zij de klimaatcrisis nooit op zichzelf of op hun eigen politieke leven wilden toepassen.

    Het artikel beschouwt dit als bewijs van institutionele wrijving met activistische wetenschappers. Die wrijving is reëel. Een andere interpretatie, die in het artikel niet aan bod komt, is dat de betreffende vrienden het wellicht beu waren om steeds maar weer de les gelezen te krijgen.

    Hier is P15, in hetzelfde algemene gebied van de grafiek, over de vernedering om bestempeld te worden als wat ze kennelijk zijn. De geïnterviewde, zo meldt het artikel, gaf toe zichzelf te censureren uit angst om activist genoemd te worden. Het artikel presenteert dit als een probleem. Het afschrikwekkende effect van een accurate etikettering weerhoudt de activist ervan om meer activisme te bedrijven. De accurate etikettering is het probleem. Het activisme is de data.

    De grafiek

    Het methodologische middelpunt is Figuur 1, een tweedimensionaal raamwerk waarin de vier clusters van interviewuitspraken zijn uitgezet op basis van hun relatieve mate van politisering en participatie. De assen hebben geen eenheden. De stippen hebben geen coördinaten. De plaatsing van de stippen in hun kwadranten is door de auteurs in samenwerking bepaald. In het bijschrift van de figuur staat dat een hogere kleurintensiteit een hogere frequentie vertegenwoordigt, wat de grafiek zijn enige kwantitatieve dimensie geeft: hoe vaak de geïnterviewden dingen zeiden die in elk cluster vallen, zoals bepaald door de eigen codeerbeslissingen van de auteurs.

    De grafiek heeft assen. De assen hebben labels. De grafiek heeft clusters. De clusters hebben posities. De grafiek heeft een kleurgecodeerde legenda.

    Dit maakt de grafiek wetenschappelijk in de zin dat hij een wetenschappelijke vorm heeft.

    Wat de grafiek de lezer bij nadere beschouwing laat zien, is dat van de 35 interviews de grootste groep uitspraken zich in het linkerbovenkwadrant bevindt, met het label ‘Activisme’. De op één na grootste groep bevindt zich in het midden, met het label ‘Impact nastreven’. Een kleinere groep verschijnt aan de rechterkant, met het label ‘Co-creatie’. Een smalle strook bevindt zich linksonder, met het label ‘Afbakening’. Afbakening is het standpunt van wetenschappers die vinden dat hun taak is om wetenschap te bedrijven en politiek aan politici over te laten en activisme aan activisten.

    Het artikel beschouwt deze dunne strook als de beperkende basislijn die overwonnen moet worden. De activistische vlek linksboven wordt gepresenteerd als een meer volwassen en ontwikkelde positie. De co-creatievlek rechts is de positie die het artikel uiteindelijk aanbeveelt.

    Waar dit naartoe gaat

    De discussie concludeert dat participatie de uitweg is uit de “wurggreep van wetenschap versus politiek”. Meer specifiek: burgerbijeenkomsten waarin wetenschappers en burgers samen over klimaatonderzoek discussiëren. De slotparagraaf onthult op nuttige wijze:

    In een lopend onderzoeksproject onderzoeken we het potentieel van democratische innovatie door burgervergaderingen op het gebied van wetenschapscommunicatie.

    Het rapport dat de verstikkende greep diagnosticeert en burgervergaderingen als oplossing voorschrijft, is geschreven door mensen die gefinancierd worden om burgervergaderingen te bestuderen. De diagnose en het voorschrift worden als vanzelfsprekend gepresenteerd. De Nederlandse belastingbetaler betaalt voor beide.

    De discussie prijst verder intellectuele bescheidenheid en het belang van een eerlijke kennisbemiddelaar en stelt vast dat wetenschappers die burgervergaderingen leiden, als neutraal moeten worden beschouwd. Van de 35 geïnterviewden, verdeeld over het kader, bevindt zich vrijwel niemand in het demarcatiekwadrant die plausibel als neutraal kan worden beschreven. De neutrale wetenschappers vormen volgens de eigen data van het artikel een kleine, marginale groep. De activisten en participatie-enthousiasten vormen de grootste groep. De aanbevolen oplossing voor het vertrouwensprobleem is dat juist die activisten en participatie-enthousiasten de burgervergaderingen zouden moeten leiden, omdat zij als neutraal worden beschouwd.

    Een toelichting op de bredere context

    Onder het methodologische theater schuilt een serieuze boodschap. De vijfendertig geïnterviewden vertegenwoordigen een beroepsgroep die de afgelopen vijftien jaar publieke geloofwaardigheid heeft opgebouwd door zich als wetenschappers te profileren. Die geloofwaardigheid is gebaseerd op scenario’s die inmiddels formeel zijn afgeschaft (zie onze uitgebreide recente berichtgeving over het einde van SSP5-8.5 en SSP3-7.0), op toeschrijvingsclaims die voortvloeien uit die scenario’s, en op een politiek programma dat de zekerheid van de wetenschap steevast heeft overdreven.

    Het publieke vertrouwen is dienovereenkomstig verschoven. De vijfendertig geïnterviewden van dit artikel maken deel uit van het systeem dat deze verschuiving teweeg heeft gebracht en hebben dit opgemerkt.

    Het Avramov-rapport laat zien wat er gebeurt als mensen binnen dat systeem om zich heen kijken, merken dat er iets mis is gegaan en concluderen dat het probleem wel de scheiding tussen wetenschap en politiek moet zijn. Niet de inhoud van de wetenschap. Niet de keuze van scenario’s. Niet de afstemming van gepubliceerde conclusies op de financieringsprioriteiten van nationale onderzoeksraden. Niet het vijftienjarige patroon van het overdrijven van bevindingen om reeds bestaande beleidsvoorkeuren te ondersteunen.

    Het probleem, zoals in dit artikel wordt gesteld, is dat de wetenschappers onvoldoende actie hebben ondernomen.

    De oplossing is meer activisme, uitgevoerd onder een andere naam, met deelname van burgers die via overleg worden betrokken. Uit het artikel zelf blijkt dat de activistische wetenschappers vertrouwd willen worden én politiek actief willen zijn. Ze willen neutraal zijn én activistisch. Ze willen gehoord worden én lezingen geven. Ze willen als wetenschappers beschouwd worden én de straat op gaan. Ze willen door de staat betaald worden én de waarheid spreken. Ze zitten, zoals de titel al aangeeft, midden in de chaos. En ze zijn doodsbang. Het artikel brengt dit alles zorgvuldig in kaart.



    De 35 geïnterviewden uit Nederland zijn nu opgenomen. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (RVO), die de kosten voor dit onderzoek heeft betaald, zal vermoedelijk meer interviews laten uitvoeren.

    Dat is de subsidiecyclus die zijn werk doet, en daar is de subsidiecyclus altijd al voor bedoeld geweest.

    ***

    Bron hier.

    ***




    0 reacties :

    Een reactie posten