Schrijven van Leffert Oldekamp aan Marcel Crok.

Marcel,

Ik heb onderstaande discussie gevolgd op Climategate.nl.

Het werd tijd. Knap zoals Marianne Zwagerman en Rick van Velthuijzen met hun opmerkingen en gerichte vragen de luisteraars bij de les hielden. Van Aalst bleef vooral uitblinken met ontwijkende mediatechniek terwijl jij de kans kreeg de aandacht te richten op wat plausibel is.

Zie hier.


In zijn verdediging suggereerde van Aalst dat het  RCP 8.5 rampscenario  in de praktijk nauwelijks toepassing vindt. Er zijn veel voorbeelden waarin dat wel speelt.

Dicht bij huis een zeer duidelijke bij de versterking van de Grebbedijk tussen Rhenen en Wageningen. Nadat in 1995 de dijk voldoende op sterkte werd gebracht zijn er nog enkele dure planvormingen op gevolgd ondanks de waarschuwing van de watergraaf van een aansluitend waterschap dat een gevreesde waterstand van de Rijn bij Emmerich niet realistisch (plausibel) is vanwege het feit dat in Duitsland de dijken niet verder verhoogd zouden worden en de gevreesde hoge waterstand Wageningen niet zou bereiken.

Maar uiteindelijk is nu een plan in uitvoering waarbij het RCP 8.5 scenario voor zeespiegelstijging als uitgangspunt dient. Ook dat zal Wageningen niet bereiken.

De hoge kosten worden verder bepaald vanwege de bescherming van het porseleinhoen, die geen andere eisen stelt dan een hoge waterstand in het voorjaar. Waar de dijkversterking niets aan bijdraagt.

Een ander voorbeeld is de wateroverlast van enkele jaren geleden in Zuid-Limburg waar een projectgroep van de WUR zich mee ging bemoeien. Die wateroverlast had  te maken met hevige regenval (bovenstrooms) waarvoor de projectgroep het klimaat  verantwoordelijk stelde maar waarvoor ik aanvoerde dat het vegetatiebeheer (verdwijnende bossen en heggen) en de toename van asfaltering (met ook zonnepanelen en windmolens) de afvoersnelheid van het vele water drastisch verhoogde. De projectleider gaf dat toe, maar vertelde mij dat de WUR het ‘wijs’ vond om toch het klimaat de schuld te geven.

Zo zijn er veel voorbeelden van onzinnige toepassingen van RCP 8.5 te vinden.

In jullie discussie werd het overstromingsgevaar als gevolg van ‘klimaat’ niet verder uitgediept. Wel voerde je terecht aan dat de frequentie ervan niet is toegenomen. Mijn punt, dat vooral ontbossing ervoor heeft gezorgd, zou bij volgende gelegenheden best wat meer aandacht mogen krijgen.

Het speelt bij nagenoeg alle rampen met wateroverlast. Al bekend uit het verleden, waarbij ontbossing vaak ontstond door brandhoutbehoefte (ijzer- en glasindustrie). Duidelijke voorbeelden te vinden in De Harz en Bohemerwoud met goede uitleg op borden.

Ontbossingen in Zwitserland (en Zwarte Woud) hebben de aanvoer van sedimenten in de Nederlandse delta mogelijk gemaakt. Pas in 1865 gingen de Zwitsers maatregelen treffen (bebossing van hellingen) en nam de sedimentatie in Nederland geleidelijk af.

Over de gehele wereld heb ik in mijn loopbaan als bosbouwer dergelijke (vaak ook recente) voorbeelden aangetroffen. Zie ook mijn bosbouwproject op Oost-Java (Kali Konto) waar bevolkingsbosbouw geen succes werd, terwijl de overstromingen met erosie sterk toenamen en nog toenemen door verder gaande ontbossing.

Kortom er is voldoende bekend om het rampscenario voor overstromingen, dat in de media opgang vindt, sterk te nuanceren. Weer en klimaat zullen een rol spelen, maar niet dominant.

Datzelfde geldt voor bosbranden. Dezelfde misvatting, als met overstromingen, geldt hier. De frequentie neemt niet toe, maar de schade wel vooral door andere ideeën over natuur- en bosbeheer.

Op 3 mei 2026  heb ik daarover al onderstaand beknopt verhaal geschreven en verspreid.

***

Bos- en natuurbranden staan volop in de belangstelling. Zie ook een artikel in de NRC, waarbij belangrijke facetten worden gemist.

Allereerst de vaststelling vanuit de klimaatregistraties dat het aantal bosbranden, wereldwijd, niet is toegenomen in de laatste decennia.

Wel heviger en omvangrijker soms en daarvoor is een duidelijke reden:

Het beheer van bossen is onvoldoende gericht op verwijderen van dood of dor materiaal c.q op het scheppen van groeimogelijkheden voor gezonde mengingen met ondergroei, waarmee brandgevaar kan worden getemperd.

Selectief bosbeheer, waarmee een etage van ‘fris’ loofhout kan ontstaan, is een verwaarloosd beginsel. In Europa is het laten liggen van dood hout in het bos vaak onnodig gemaximaliseerd, zo ook in Nederland.

In Australië werden na oogst van  Eucalyptus bomen, de ‘restant-bossen’ aan natuurontwikkeling overgelaten. Er ontstond een dichte hergroei met sterk oliehoudende bladeren. Bij droog weer uiterst brandgevaarlijk.

In Canada werden vanaf de tweede helft van de vorige eeuw onverantwoord grote kapvlakten gemaakt, soms 200 ha of groter. Daar ontstonden dichte (spontane) verjongingen, die ondertussen voor vezelhout geschikt zijn.

Bij aanhoudende droge perioden uiterst brandgevaarlijk en nauwelijks toegankelijk bij bestrijding. Dat is de reden dat bosbranden in Canada, die altijd al veel zorgen baarden, nu nog bedreigender zijn.

In Zuid-Frankrijk werden Pinusbossen verwaarloosd en werd door projectontwikkelaars de zaak in de brand gestoken.

In meerdere landen was ik betrokken bij allerlei branden, waarbij meestal opzet in het spel was.

In de jaren 70 was ik als houtvester het contact tussen het Veluws Bosbrandcomité en de Rijksoverheid (met een subsidiekraan). De branden in 1976 hebben geholpen om voor de Veluwe het beleid te richten op snelle berichtgeving, steun van veldmedewerkers en jachtopzichters om vooral met kleine voertuigen snel een brand onder controle te krijgen. Bij Arnhem liep het toen uit de hand omdat de brandweercommandant meer met de pers bezig was dan met de terreinmedewerkers.

Op defensieterreinen werd toen niet geoefend bij droog weer.

Daarna is centralisatie voortgeschreden en werd met steeds groter materieel gewerkt, dat meestal (te) laat arriveerde. Er was bovendien onvoldoende terreinkennis.

Bij de huidige branden zijn het vooral grote bluswagens die in beeld komen, die voor een deel dan ook nog uit het buitenland komen, soms met helikopters erbij. Bij ’t Harde bezetten (vernielden) die terreinwagens een deel van het natuurgebied, zoals de beelden lieten zien.

Grote verhalen dat het klimaat voor grotere risico’s zorgt. Alsof we met een energie-transformatie bosbranden kunnen bedwingen. Defensie denkt nu dat met een protocol een brand kan worden getemd, terwijl het gezonde verstand in de ruststand blijft.


Rondom Het Loobos in Kootwijk, dat onlangs onterecht in de media werd beschreven als bedreigd door stikstof, klimaat en zure grond, staan oude grovedennen met grote achterstand in dunning. Bij droog weer groot gevaar voor uit de hand lopende bosbrand. SBB heeft daar subsidie ontvangen om brandsingels te maken om het Loobos. Maar het gevaar schuilt in beheerachterstand van het bos zelf.

Kortom er is paniek waarbij het gezonde verstand niet wordt ingeschakeld.

In de ongetwijfeld nog volgende discussies lijkt me dat deze aspecten rond overstromingen en bosbranden verder uitgediept kunnen worden.

Groet

Leffert

***