In de jaren 70 was de klimaatwetenschap verdeeld over opwarming of afkoeling.
24-4-2026
Klimaat: een stukje geschiedenis
Door Paul Scheffers.
In de jaren 70 was de klimaatwetenschap verdeeld over opwarming of afkoeling.
Er waren drie belangrijke factoren die de discussie over afkoeling voedden:
* Lichte daling: Tussen 1940 en 1970 daalde de gemiddelde temperatuur op het noordelijk halfrond licht, wat leidde tot opmerkzaamheid onder klimaatwetenschappers.
* Deze wetenschappers ontdekten dat luchtvervuiling (stof en roet) zonlicht reflecteert en de aarde afkoelt.
* Deze wetenschappers wisten dat de aarde op lange termijn (over tienduizenden jaren?) weer in een ijstijd zou belanden door de stand van de aarde t.o.v. de zon.
* In de jaren 70 was er geen consensus over afkoeling / opwarming; het was een discussiepunt in een jonge klimaatwetenschap.
Stukje historie
* Het VN-IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) werd in 1988 opgericht door het VN-Milieuprogramma (UNEP) en de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). Hun opdracht was af te rekenen met een publicitair gehypte ‘Cooling’ / ijstijd alarmisme in de media.
* Het VN-IPCC hun politieke opdracht door de VN was om wetenschappelijke geschikte beoordelingen te verzamelen en te publiceren voor politieke beleidsmakers over de belangrijkste klimaatveranderingsfactoren, de (economische) gevolgen voor de wereld en over de mogelijke mitigatiestrategieën.
* Het VN-IPCC voert zelf geen onderzoek uit, maar verzamelt recente klimaatwetenschappelijke peer reviewed artikelen wereldwijd tot periodiek rapporten (Assessment Reports) te publiceren.
* De door het VN-IPCC aangewakkerde groeiende internationale bezorgdheid door alarmistische door computer gegenereerde klimaatmodellen onderstreepten de tevens overdreven negatieve effecten door klimaatverandering en de noodzaak voor een wetenschappelijke basis voor klimaatbeleid.
* De wetenschappelijke kritiek op de werkwijze van het IPCC richt zich nog immer op de spanning tussen de wetenschappelijke basis en hun politieke opdracht in de periodieke klimaatrapporten die gebaseerd zijn op overdreven alarmistische computer gegenereerde klimaatmodellen.
* Er is sinds de oprichting in 1988 een lange lijst van fysische wetenschappers bekend geworden (waaronder Nobelprijs winnaren) die hun fundamentele kritiek op het VN-IPCC hun duidelijke politieke opdracht, hun werkwijze, hun overdreven computerklimaatmodellen, hun studies selectie in hun eind klimaatrapport blijven onderstrepen.
Met behulp van AI: Hieronder volgt een overzicht van de meest prominente wetenschappers in dit debat:
Nobelprijswinnaars die zich publiekelijk kritisch uitgelatenhebben over de gepolitiseerde “klimaatcrisis”:
* John F. Clauser (Nobelprijs Natuurkunde 2022): Hij stelt dat het IPCC “gevaarlijke misinformatie” verspreidt. Clauser betoogt dat klimaatmodellen de stabiliserende werking van wolken (het “thermostaat-mechanisme”) negeren en dat er geen sprake is van een crisis.
* Ivar Giaever (Nobelprijs Natuurkunde 1973): Hij zegde zijn lidmaatschap van de American Physical Society op uit protest tegen hun standpunt over klimaatverandering. Hij noemt de opwarming van de aarde een “nieuwe religie” en bekritiseert de meetmethoden van de gemiddelde wereldtemperatuur.
* Robert Laughlin (Nobelprijs Natuurkunde 1998): Hij stelt dat het klimaatssysteem veel te complex is om door menselijk ingrijpen gecontroleerd te worden. Volgens Laughlin is de aarde op geologische tijdschaal ongevoelig voor menselijke wetgeving.
Naast Nobelprijswinnaars zijn er diverse invloedrijke natuurkundigen die de (gefingeerde 97%) IPCC-consensus betwisten:
* William Happer (Princeton University): Specialist in atoomfysica en voormalig adviseur van het Witte Huis. Hij stelt dat de invloed van CO2 op de temperatuur “verzadigd” is en dat extra uitstoot juist gunstig is voor plantengroei (“greening the planet”).
* Richard Lindzen (MIT): Een meteoroloog en natuurkundige die bekend staat om zijn “iris-hypothese”. Hij beweert dat de atmosfeer veel minder gevoelig is voor CO2 dan het IPCC aanneemt vanwege negatieve feedbackmechanismen van waterdamp en wolken.
* Freeman Dyson (Institute for Advanced Study): De in 2020 overleden theoretisch natuurkundige uitte felle kritiek op het blinde vertrouwen in computermodellen. Hij benadrukte dat deze modellen de biologie en de effecten van vegetatie niet goed meenemen.
* Steven Koonin (New York University): Voormalig topambtenaar onder Obama en auteur van het boek Unsettled. Hij bekritiseert de manier waarop wetenschappelijke data worden vertaald naar beleidsrapporten, waarbij nuances vaak verloren gaan.
Kernpunten van de kritiek
* Onzekerheid over wolken: Kritiek dat modellen de complexe rol van wolken (koeling versus opwarming) niet correct simuleren.
* Modellen versus waarneming: De stelling dat klimaatmodellen systematisch meer opwarming voorspellen dan in de werkelijkheid wordt gemeten.
* Natuurlijke variabiliteit: De nadruk op natuurlijke factoren zoals zonneactiviteit en oceaanstromingen die volgens deze critici onderbelicht blijven in IPCC-rapporten.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over de mislukte stoppen van ‘klimaatverandering’-mitigatie / hernieuwbare elektriciteitstransitie / – crises in Nederland …. gevolg van het overdreven klimaatalarmisme vanuit het VN-IPCC.
***

0 reacties :
Een reactie posten