Zo schoven met name VVD, D66 en CDA uit liefde voor het pluche, hun baantjes en de globalistische agenda’s radicaal op naar links.
Waarom ik wél blijf: extreem-links is nooit een punt in Den Haag
In tegenstelling tot mevrouw Aharouay zit ik hier niet om “gefascineerd” te zijn over wat er gebeurd in dit land. Er moeten ongemakkelijke waarheden aan het licht komen.
In NRC d.d. 27 maart jl. verscheen een artikel van vertrekkend politiek journaliste Lamyae Aharouay: “Zaken doen met uiterst rechts is geen punt meer in politiek Den Haag: tijd om te gaan”. Ik heb een stukje daaruit herschreven. Om haar redenen van vertrek even in een ander perspectief te zetten. ‘Fixing it’ noemt men dat ook wel.
Lamyae (nadat ze schrijft dat “in 7,5 jaar niets in Den Haag zeker leek”):
“Maar wat al die tijd wel een constante bleef: verkiezing na verkiezing wonnen uiterst rechtse partijen terrein in de Tweede Kamer. In 2021 stelde het Nationaal Kiezersonderzoek vast dat er naast een centrumlinks blok en een centrumrechts blok een radicaal-rechts blok bij was gekomen. Een blok dat steeds verder uitdijde met ideologisch verwante partijen: PVV en FVD waren al aanwezig in de Tweede Kamer toen ik in Den Haag begon en telden samen 22 zetels, JA21 en BBB kwamen daar later bij, het gaat inmiddels om 46 zetels.
Wat die partijen gemeen hebben is dat ze – en de één uit dat directer en vaker dan de ander – in de kern minder in Nederland willen van wat ik óók ben: Marokkaans, moslim, migrant(enkind). Een gegeven dat ik tijdens mijn werk netjes opsluit in een compartiment, veilig weggeborgen. Wie ik ben, wat ik vind en voel, doet er niet toe zodra ik het gebouw van de Tweede Kamer binnenloop. Meningen en stelligheid zijn er al genoeg in het Kamergebouw, zowel bij politici als bij een deel van mijn eigen beroepsgroep. Relevanter vind ik het bevredigen van de onstilbare behoefte om politiek te begrijpen: hoe het werkt, waarom het werkt zoals het werkt, wanneer het niet werkt, waar het toe kan leiden.
Om mij heen kon niet iedereen dat begrijpen, zeker als generaliserende of discriminerende uitspraken van politici het nieuws domineerden. Hoe hield ik dat vol?”
Fixing it:
Maar wat al die tijd wel een constante bleef: verkiezing na verkiezing wonnen uiterst links-progressieve partijen terrein ondanks de samenstelling in de Tweede Kamer.
Ondanks de wens van de kiezer en de zorgen die er in het land leven, werd het beleid progressiever, collectivistischer en krankzinniger. Zo schoven met name VVD, D66 en CDA uit liefde voor het pluche, hun baantjes en de globalistische agenda’s radicaal op naar links.
Geholpen door mainstream media, NCTV, AIVD en zogenaamde kiezersonderzoeken werd dit verraad aan de bevolking toegedekt met gefingeerde angst voor een “radicaal-rechts” blok dat de nieuwe Hitler zou worden. Een blok dat in de beeldvorming werd uitgebouwd tot -foute- ‘ideologisch verwante partijen’ (zoals PVV, FVD, JA21 en BBB). Partijen die in werkelijkheid ideologisch fundamenteel verschillen, zoals ook te zien is in de vele botsingen, afsplitsingen, en inhoudelijke meningsverschillen.
Het ‘radicaal-rechtse blok’ kenmerkt zich uitsluitend door de wens op enigerlei wijze oppositie te voeren tegen de verstikkende dictatuur van de klimaat-, immigratie en weg-met-ons cult. Niet erg Hitler-achtig. Het vermeend rechtse blok dient als zondebok voor de gevestigde macht die zich schuldig maakt aan de vernietiging van dit mooie land. En die vernietiging wordt geprojecteerd op rechts. Dat ontslaat rechtse partijen niet van kritiek, maar fundamenteel is dit aan de hand. Ik kan het niet aardiger zeggen.
Een ideologische verwantschap, een blok dus, is er wél bij de linkse kartelpartijen. Wat die partijen gemeen hebben is dat ze – en de één uit dat directer en vaker dan de ander – in de kern minder in Nederland willen van wat ik ben: conservatief, christen, blank en autochtoon Nederlander geworteld in waarden, tradities en een geloof in de natiestaat. Een gegeven dat ik tijdens mijn werk niet netjes opsluit in een compartiment, veilig weggeborgen.
Omdat rechtse mensen überhaupt niets veilig kunnen “opsluiten in een compartiment”. Alleen al voor onze gedachten en op de foto gaan met vermeend foute lieden worden we een nazi genoemd. Wij hebben geen hoofddoek, regenboogvlag, NGO geldkraan of ‘safe space’ om onszelf als institutioneel slachtoffers mee in te wikkelen. Onze hele menselijkheid wordt in twijfel getrokken, daarachter is er niets veilig meer weg te bergen. We are all-in, or out.
Wie ik ben, wat ik vind en voel, doet er wel toe als ik mijn werk als columnist of podcastmaker uitoefen, en dat zou ook gelden als ik politiek verslaggever was. Omdat ik als persoon geen(belangen)verstrengeling voel met waarheidsvinding, feiten benoemen en objectiviteit. Mijn persoonlijke kenmerken en opvattingen vallen samen met bredere opvattingen over wat samenleven en een mens in de maatschappij zijn betekent. In tegenstelling tot veel lefties hoeft mijn persoonlijke identiteit niet het einde van de ander te betekenen.
Meningen en stelligheid zijn er al genoeg, en daarom moet je je best doen daar bovenuit te komen, met minder stelligheid en meer overtuiging. Do better.
Relevanter vind ik het bevredigen van de onstilbare behoefte om politiek te begrijpen: hoe het werkt, waarom het werkt zoals het werkt, wanneer het niet werkt, waar het toe kan leiden; tunnelvisie, projectie, machtsmisbruik en het goed praten van de eigen blinde vlekken.
Om mij heen kon niet iedereen dat begrijpen, zeker als generaliserende, demoniserende, onwaarachtige en hatelijke frames over rechts het nieuws domineerden en je sociaal compleet wordt uitgesloten als je ‘te rechts’ bent. Hoe hield ik dat vol?
Door gewoon door te gaan.
Want in tegenstelling tot mevrouw Aharouay heb ik geen keuze. En zit ik hier niet om “gefascineerd” te zijn over wat er gebeurd in dit land. Er moeten ongemakkelijke waarheden aan het licht komen, de macht moet uitgedaagd worden en kwetsbare zieltjes blijken daartoe niet in staat.
Sietske Bergsma Mar 30, 2026
0 reacties :
Een reactie posten