De seizoens-opener van de Grand Prix in Melbourne is uitgedraaid op een merkwaardige mix van technologische vooruitgang en sportieve chaos. George Russell (Mercedes) schreef hem op zijn naam maar het gesprek van de dag ging zelden over zijn foutloze rit — de nieuwe generatie elektrische hulpsystemen speelde een bedenkelijk hoofdthema.

Russell bleef zijn jonge ploeggenoot Kimi Antonelli met een halve seconde voor, maar de race werd mede beslist door storingen in de hybride aandrijving. Halverwege de wedstrijd vertoonden meerdere auto’s, waaronder die van Ferrari en Red Bull, onverklaarbare vertragingen bij het terugschakelen van elektrisch naar verbrandingsmodus. Max Verstappen, die vanaf de twintigste plaats was gestart, moest zelfs tijdelijk overschakelen op een noodinstelling toen zijn batterijpakket oververhit raakte.

Sinds 2014 rijdt men al met hybride V6‑turbomotoren – half benzine, half stofzuiger – maar de grote bazen hebben besloten dat het nog veel groener moet: richting 2026 moet ongeveer de helft van het vermogen uit elektra komen en de rest uit ‘duurzame’ toverbrandstof. De FIA noemt het vooruitgang.

Vroeger denderde het oergeluid dwars door je borstkas.

En daar tussenin staat hij: Max Verstappen, onze nationale kampioen gasgeven, inmiddels omgeschoold tot energiebeheerder van de tennisclub. Waar hij vroeger alleen hoefde te denken aan rempunt, apex en weer vol op het gas, moet hij tegenwoordig ook een soort wiskundige zijn: batterijpercentage, energiemodus, regeneratie‑instellingen. Als hij nog harder wil, krijgt hij straks een laptop naast het stuur. Al vaker heeft hij laten doorschemeren dat hij die ouderwetse brullende motoren mist, maar moet hij nu met een stalen gezicht doen alsof 1.000 pk aan hybride stilte precies is waar hij altijd van droomde.

De directeuren en beleidsmakers zijn duidelijk: de show moet door, maar dan wel klimaatneutraal, circulair, modulair en bij voorkeur met een regenbooglabel. Formule E heeft van de FIA al het alleenrecht gekregen om écht volledig elektrisch te zijn, dus de F1 mag officieel niet eens helemaal overstappen, maar moet wel groen genoeg lijken om niemand voor het hoofd te stoten. Gevolg: we keken naar een strijdtoneel van fossiele  oerknallen, maar zien inmiddels de optocht van zwijgende massa’s, waarin de motoren onhoorbaar zijn en de kartonnen windmolentjes in het publiek het nieuwe applaus lijken.

De race zelf is niet meer wat het geweest is. Inmiddels hoor je bij de start een soort collectieve ‘whoesh’ van lucht, een elektronisch kuchje. De commentator roept: ‘En daar gaat Verstappen, maximale deploy!’ maar het enige wat de kijker hoort is zijn eigen chipszak.

Max zelf staat intussen met zijn helm onder de arm voor de camera’s. Hij glimlacht beleefd, zegt dat het goed is dat de sport verduurzaamt en dat hij hoopt dat de fans er net zo van genieten. Zo krijgt Verstappen, tegen wil en dank, een plek in de geschiedenisboekjes: niet alleen als meervoudig wereldkampioen, maar ook als de man die de overgang belichaamde van brullende benzineheld naar fluisterende kWh‑kampioen. De held die ooit bekend stond om zijn onbeschaamde gasgeven, wordt nu bijgeschreven als icoon van de duurzame racerij. Later zullen de historici zeggen:

‘Hij won alles, hij brak alle records en hij deed het met maar een batterij: Duracell.’

***