De zondagse beschouwing van Jan van Friesland.
30-3-2026
Matroesjka-effect: in Eelco Heinen (VVD) zit weer een Eelco Heinen.

De zondagse beschouwing van Jan van Friesland.
Het zal de argeloze burger niet zijn ontgaan: elke liter benzine, elke kuub gas, elke kilowattuur wordt tegenwoordig behandeld als een misdrijf. Niet rijden, niet stoken, niet verwarmen – dát is de nieuwe deugd. Wie dat niet kan moet betalen. En flink ook. Want onder het mom van klimaatverandering heeft de Nederlandse overheid een van de meest inventieve belastingmachines van Europa gebouwd. Een die niet draait op olie, maar op schuldgevoel en schaamte.
De cijfers liegen er niet om. Een liter benzine kost inmiddels ruim twee euro en zestig cent, waarvan dik 60% belasting is: accijns plus daaroverheen nog eens 21 procent btw. Dat betekent dus belasting op belasting — een fiscale matroesjka waarbij in elke uitgepakte kleine Eelco Heinen (VVD) weer een nieuw Eelcootje Heinen zichtbaar wordt. Voor diesel ligt het nauwelijks beter. En wie zijn huis warm wil stoken, betaalt niet alleen voor de energie, maar ook de CO₂-heffing, energiebelasting, opslag duurzame energie (ODE), en uiteraard daarbovenop weer btw.
De automobilist is de afvallige, de bijstoker de zondaar, en de fietser het nieuwe heilige icoon van het Koninkrijk.
Je betaalt dus niet één keer om warmte in je huis te krijgen – nee, je betaalt drie keer: voor het gas zelf, voor de zonde die het verbrandingsproces heet, en voor het privilege om je straf te mogen voldoen binnen de morele normen van het jaar 2026.
De slogan ‘de vervuiler betaalt’ lijkt redelijk, tot je beseft dat de grote vervuilers – de zware industrie, luchtvaart en energiebedrijven – doorgaans korting krijgen of uitzonderingsposities via Europese emissierechten. Terwijl Jan Modaal aan de pomp en op zijn energierekening de volle prijs betaalt. Het beleid is dus niet dat de vervuiler betaalt, maar dat de consument met de smalle beurs betaalt wat ‘de vervuiler’ niet hoeft te betalen.
De overheid noemt dat ‘gedragsverandering stimuleren’. In gewoon Nederlands: dressuur via de portemonnee. Het is een vorm van groene tucht – een belasting met het opgeheven vingertje van de catechese der klimaatdeugd. De automobilist is de afvallige, de bijstoker de zondaar, en de fietser het nieuwe heilige icoon van de republiek.
Critici noemen het al jaren: Nederland heeft een fiscale fossiele verslaving. Niet aan olie, maar aan de opbrengst ervan. In 2025 incasseerde de schatkist ruim 12 miljard euro aan brandstofaccijnzen, nog eens miljarden via energiebelasting, en daarbovenop btw over het geheel. Opbrengst die rechtstreeks de algemene middelen in vloeit. Het gaat niet in een aparte ‘klimaatpot’, het heeft allemaal geen heldere bestemming. De overheidskas slikt het moeiteloos in, om er vervolgens beleid van te financieren dat slechts zijdelings met klimaat te maken heeft.
De kern van de zaak is dat belastingen op fossiele energie niet primair klimaatmaatregelen zijn, maar inkomstenbronnen.
Wanneer de olieprijs daalt, wordt de reflex voorspelbaar: accijns omhoog, ‘voor het klimaat’. Wanneer de olieprijs stijgt, blijft de accijns gewoon even hoog, ‘om begrotingsredenen’. De burger zit altijd verkeerd. Het is een systeem zonder ontsnapping: rijden is betalen, niet rijden is alsnog betalen via andere energieheffingen. Wie een elektrische auto koopt, krijgt even korting — tot de overheid merkt dat ze inkomsten misloopt, waarna een nieuwe vorm van belasting wordt bedacht.
Het bewijs: toen in 2022 tijdelijk de accijnzen werden verlaagd om burgers te ontzien, zakten de staatsinkomsten met een paar miljard – en prompt klaagde het ministerie van Financiën (Lees: Wopke Hoekstra, CDA) dat dit ‘onhoudbaar’ was. Niet omdat het klimaat schade leed, maar de begroting. Toen wisten we alles.
De kern van de zaak is dat belastingen op fossiele energie niet primair klimaatmaatregelen zijn, maar inkomstenbronnen. Natuurlijk, ze werken vraag-remmend, maar hun belangrijkste functie is het budgettaire. Dat blijkt zodra de benzineprijs dreigt te dalen: plotseling is ‘gedragsbeïnvloeding’ even minder belangrijk dan ‘stabilisatie van de begroting’.
Bovendien is het effect van al die hoge belastingen beperkt, omdat mobiliteit en verwarming basisbehoeften zijn. De keuzevrijheid is beperkt: wie in een buitengebied woont, kan niet zomaar elektrisch rijden of van het gas af. In die zin zijn deze belastingen regressief: de lagere en middeninkomens betalen relatief het meest, terwijl de rijkste milieupredikers zich comfortabel groen kunnen wassen met subsidies voor zonnepanelen, warmtepompen en Teslas.
De waarheid is simpeler: Nederland heeft geen duurzame overheid. Het heeft een duurzame inkomstenbron. En zolang fossiele energie nog nodig is, zal Den Haag zich tegoed blijven doen aan de winst van de pomp.
Dus ja, betaal, burger, betaal – het klimaat wordt er nauwelijks beter van, maar de begroting bloeit. En blijkbaar, in ons moderne Nederland, is dat minstens zo heilig.
***

0 reacties :
Een reactie posten