Het klimaatdebat verandert. Dat kan een goede ontwikkeling zijn — laten we zorgen dat het ook zo uitpakt.
22-1-2025
‘The Great Climate Reset’
Van een onzer correspondenten.
Door Roger Pielke Jr. (The Honest Broker, THB)
Het uit de gratie vallen van de klimaatagenda is het afgelopen jaar van een verbluffende omvang geweest — in snelheid, omvang en reikwijdte. — Axios, 13 januari 2026
De recente verandering in het klimaatdebat is verbluffend, zoals Axios hierboven al opmerkte. Catastrofisme is uit, pragmatisme is in.
Nog maar drie maanden geleden maakte Bill Gates klimaatactivisten aan het schrikken door een memo te publiceren waarin hij klimaatpragmatisme prees, vooruitlopend op COP30 in Brazilië:
‘Hoewel klimaatverandering ernstige gevolgen zal hebben — vooral voor mensen in de armste landen — zal het niet leiden tot de ondergang van de mensheid. Mensen zullen in de meeste gebieden op aarde in de voorzienbare toekomst kunnen blijven leven en floreren. De uitstootprognoses zijn gedaald, en met de juiste beleidsmaatregelen en investeringen kan innovatie ons helpen om de uitstoot nog veel verder terug te dringen.
Helaas zorgt het doemdenken ervoor dat een groot deel van de klimaatgemeenschap te veel nadruk legt op korte termijn-doelen voor emissiereductie, wat middelen wegleidt van de meest effectieve manieren om het leven in een warmere wereld te verbeteren.’
We weten nu dat Gates’ memo niet enkel een spraakmakende breuk met modieus beleid was, maar een vroege aanwijzing van de bredere afwijzing van de klimaatbeweging. Sindsdien zien we een brede omarming van energie-realisme en een afkeer van apocalyptische visioenen.
De grote media zijn al bezig met de post-mortems. Zo klaagde de New York Times afgelopen weekend over de ineenstorting van pogingen om het wereldwijde financiële systeem in te zetten als motor voor klimaatactie:
‘Zes jaar nadat de financiële sector beloofde biljoenen te gebruiken om klimaatverandering te bestrijden en de financiële wereld te hervormen, zijn de inspanningen grotendeels ineengestort.’
Afgelopen oktober betoogde ik bij The Dispatch dat de veranderingen in het klimaatdebat breed gedragen waren, en niet slechts het gevolg van Donald Trumps campagne tegen alles wat met klimaat te maken heeft.
In de Verenigde Staten is de veranderde toon in het klimaatdebat gemakkelijk overgenomen — en zelfs versterkt — door Democraten, die uiteraard weinig sympathie hebben voor de beleidsdoelen van de Trump-regering.
Zo meldde E&E News na de verkiezingen van november:
‘Steeds meer Democratische wetgevers en adviseurs pleiten voor een terugtrekking uit de klimaatpolitiek of een herformulering van de boodschap — zelfs als dat betekent dat ze risico lopen op een breuk met de trouwste achterban.’
E&E News verwees naar twee rapporten van gematigd-democratische groepen waarin werd gewaarschuwd dat de hyperfocus van de afgelopen jaren op klimaat — denk aan Joe Bidens ‘existentieel crisis’-retoriek — de verkiezingskansen van de partij heeft geschaad:
‘De rapporten stellen dat Democraten de afgelopen jaren verkiezingen hebben verloren vanwege hun overmatige focus op klimaatverandering. Kiezers die moeite hebben om de rekeningen te betalen, zo luidt het, hebben niet de luxe om zich om het klimaat te bekommeren.
De nadruk op klimaat heeft bovendien een kloof gecreëerd tussen rijke Democraten en de arbeidersklasse, die zich de afgelopen verkiezingen van de partij heeft afgewend, aldus een rapport van de gematigd-democratische groep WelcomePAC:
‘Hoogopgeleide en welvarende Democratische kiezers hechten meer belang aan thema’s als klimaatverandering, democratie, abortus en culturele kwesties — en minder dan de gemiddelde Amerikaan aan zaken als kosten van levensonderhoud, benzineprijzen, grensbeveiliging en criminaliteit,’ concludeert de groep.
Dat sluit aan bij de bevindingen van een andere gematigd-democratische organisatie, het Searchlight Institute, die in september een rapport publiceerde. Daaruit bleek dat, hoewel bijna negen op de tien Democraten klimaatverandering als een zeer ernstig probleem zien, de overgrote meerderheid van de kiezers betaalbaarheid veel belangrijker vindt.
De klimaatboodschap droeg bij aan de indruk dat de partij vervreemd is geraakt van grote delen van de kiezers, aldus het rapport.
‘Wil de Democratische Partij afkomen van de perceptie dat ze zich richt op thema’s die voor de meeste Amerikanen wereldvreemd zijn,’ besluit de groep, ‘dan is een grondige koerswijziging nodig — niet enkel het toevoegen van taal over lagere kosten aan de klimaatboodschap.’
Wat er met het klimaatdossier in publieke en politieke context gebeurt, is nu nog onzeker. Toch zijn er enkele zekerheden die zullen bepalen hoe THB het onderwerp in de toekomst benadert.
Ten eerste zullen klimaatactivisten die zich volledig op één thema richten, veel lawaai blijven maken.
Er zijn zeer weinig mensen die klimaatverandering tot de belangrijkste problemen voor hun land of de wereld rekenen. Wel zijn er klimaatactivisten die in onevenredig hoge mate vertegenwoordigd zijn in invloedrijke instellingen — de media, de academische wereld en NGO’s. Ze zijn zeker alomtegenwoordig op sociale media.
We mogen verwachten dat deze toegewijde pleitbezorgers — van wie velen hun loopbaan en identiteit aan de kwestie te danken hebben — het veranderde klimaatdebat niet stilzwijgend zullen accepteren.
Deze gemeenschap heeft jarenlang hard gewerkt om een bubbel te creëren waarin afwijkende stemmen werden buitengesloten. Die echokamer zal het voor klimaatpleitbezorgers nu moeilijk maken om buitenstaanders te bereiken — áls ze dat al zouden willen — die inmiddels de leiding hebben genomen in het klimaatdebat.
Het zou voor degenen van ons wier opvattingen de tand des tijds hebben doorstaan, verleidelijk zijn om ons te fixeren op de luidste klimaatactivisten of hen triomfantelijk te zeggen: ‘Zie je wel.’ Hier bij THB wil ik mij liever blijven richten op kwesties rond wetenschappelijke integriteit en de beoordeling van energie- en klimaatbeleid, zowel goed als slecht, en zo min mogelijk tijd besteden aan enkelthema-activisten.
Ten tweede: degenen wiens visie nu terrein wint, kunnen in de verleiding komen om de overwinning te verklaren — dat is iets wat we moeten vermijden.
Dat klimaatverandering niet apocalyptisch is, betekent niet dat het probleem verdwijnt. Mensen beïnvloeden het klimaatsysteem en brengen daardoor onbekende risico’s voor de toekomst met zich mee die onze aandacht blijven verdienen. Energiebeleid en aanpassingsbeleid zullen cruciaal blijven.
Noah Kaufman, onderzoeker aan Columbia University, slaat in mijn ogen de juiste toon in een recent essay in The Atlantic. Daar bespreekt hij economie, maar zijn punt geldt breder — voor alle disciplines die voorspellingen doen over de klimaattoekomst:
‘Gezaghebbende economische studies die proberen de wereldwijde schade van klimaatverandering over komende eeuwen te kwantificeren, leveren ramingen op die uiteenlopen van bescheiden tot catastrofaal. Ze geven een schijn van wetenschappelijke zekerheid aan zowel geruststellende als alarmerende betogen, terwijl deze analyses veel te beperkt zijn om een van beide standpunten te rechtvaardigen.
Kwantitatieve schattingen van wereldwijde schade op de zeer lange termijn gaan onze analysecapaciteit ver te boven. Kleine veranderingen in aannames — bijvoorbeeld over hoe schade toeneemt bij hogere temperaturen, of hoe mensen de risico’s beperken en zich aanpassen — kunnen de uitkomsten volledig omkeren. Met andere woorden: zulke modellen kunnen zowel een pessimistisch wereldbeeld opleveren waarin klimaatschade escaleert tot catastrofale niveaus, als een optimistisch scenario waarin menselijke vooruitgang de schade beperkt houdt. Ze helpen nauwelijks om te bepalen welke toekomst realistischer is.
Als experts duidelijker zijn over wat economische modellen wél en niet kunnen zeggen, zal dat de meningsverschillen over klimaatbeleid niet oplossen, maar het zal het moeilijker maken om speculatieve schadecijfers te gebruiken als doorslaggevend bewijs voor overdreven claims. De volledige effecten van klimaatverandering blijven onbekend, en een constructiever publiek debat zal vereisen dat we ons comfortabeler leren voelen met die onzekerheid.’
Een afscheid van catastrofisme is welkom, maar we moeten niet vergeten dat klimaatverandering nog steeds onder ons is.
Het klimaatdebat verandert. Dat kan een goede ontwikkeling zijn — laten we zorgen dat het ook zo uitpakt.
***

0 reacties :
Een reactie posten