Denktank IREF: ‘Tegen alle rationaliteit in blijft de EU vasthouden aan haar netto-nul-waandenkbeeld’

Datum:
  • maandag 5 januari 2026
  • in
  • Categorie: , ,
  • Door Clintel


    5-1-2026 


    Denktank IREF: ‘Tegen alle rationaliteit in blijft de EU vasthouden aan haar netto-nul-waandenkbeeld’

    ChatGPT.

    De Europese Commissie heeft een nieuwe stap gezet richting haar doelstelling van ‘netto nul’ in 2050, met een streefdoel van 90% reductie van de netto broeikasgasemissies ten opzichte van het niveau van 1990 in 2040. Maar een recent rapport van de Franse denktank IREF (Institut de Recherches Économiques et Fiscales) biedt een ontnuchterende realiteitscheck.

    Door Clintel.

    De Europese Commissie streeft nu naar een reductie van 90% van de netto broeikasgasemissies in 2040. De definitieve goedkeuring wordt verwacht in 2026, gevolgd door verplichte omzetting in nationale wetgeving. De omvang van het plan is duizelingwekkend. De EU schat de benodigde investeringen op € 21 biljoen in 2040 – ongeveer 7-8% van het EU-bbp – exclusief financieringskosten. Beleidsmakers verwachten een combinatie van subsidies, koolstofbeprijzing en dwingende regelgeving om het grootste deel van de last op de private sector af te wentelen. De cruciale vraag is niet langer ambitie, maar haalbaarheid.

    Een recent rapport van de Franse denktank IREF (Institut de Recherches Économiques et Fiscales) biedt een ontnuchterende realiteitscheck. Simpele rekensommen geven al aanleiding tot bezorgdheid. De EU-uitstoot daalde met 37% in de 33 jaar tussen 1990 en nu. Om in slechts 17 jaar tijd een extra reductie van 68% te bereiken, zou het tempo van de decarbonisatie bijna verdrievoudigd moeten worden. Als deze versnelling mislukt, zouden de economische gevolgen van zo’n snelle daling van de uitstoot ernstig zijn.

    De EU-strategie is gebaseerd op de veronderstelling dat de technologieën voldoende ontwikkeld zijn om een ​​snelle afbouw van decennia aan fossiele brandstoffen te rechtvaardigen. Het plan steunt op drie pijlers: een energiesysteem dat gedomineerd wordt door variabele hernieuwbare energie (VRE), massale elektrificatie van industrie, transport en gebouwen, en ingrijpende veranderingen in de landbouw. ​​De fout zit hem in de noodzaak van perfecte coördinatie. Netten moeten worden uitgebreid voor hernieuwbare energie, opslag moet sneller opschalen dan de intermittentie, en de vraag moet precies volgens schema stijgen. Elke mismatch maakt van ’transitie-investeringen’ waardeloze activa.

    IREF laat zien dat deze mismatches al wijdverspreid zijn. De grootschalige inzet van variabele hernieuwbare energiebronnen leidt tot afwisselende perioden van overaanbod – negatieve prijzen en gedwongen beperkingen – en tekorten, wanneer de prijzen stijgen maar hernieuwbare energiebronnen niet kunnen inspelen op de vraag. Subsidies, die aanvankelijk als tijdelijk werden beloofd, nemen opnieuw toe. Instellingen zoals de OESO en het Agentschap voor Kernenergie hebben jaren geleden al gewaarschuwd voor deze dynamiek, maar hebben deze grotendeels genegeerd.

    De Spaanse stroomstoring in april 2025 legde een andere zwakte bloot. Ondanks aanvankelijke ontkenningen toonden onderzoeken aan dat de overmatige afhankelijkheid van niet-regelbare energiebronnen de stabiliteit van het elektriciteitsnet verminderde. Naast dit incident melden Europese netbeheerders een dramatische toename van spanningsincidenten sinds 2015, wat wijst op een groeiende systeemfragiliteit.

    De reactie van de EU is een oproep tot snellere uitbreiding van het elektriciteitsnet en grootschalige opslag, met name waterstof. De vooruitgang blijft echter ver achter bij de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen. Nederland illustreert dit probleem: netcongestie blokkeert nu nieuwe aansluitingen voor huishoudens en bedrijven, wat de groei belemmert. Volgens bronnen die door IREF worden geciteerd, zouden de kosten voor het oplossen van de problemen met het Nederlandse net alleen al € 200 miljard bedragen tegen 2040. Ter vergelijking: de Commissie schat de kosten voor de gehele EU op slechts € 1,2 biljoen, slechts zes keer zoveel – een onwaarschijnlijk laag bedrag dat wijst op een systematische onderschatting.

    Duitsland kent een vergelijkbaar verhaal. Slechts een zesde van de geplande transmissielijnen is gebouwd in het kader van de Energiewende. De Duitse ontwikkelingsbank KfW schat dat de investeringscapaciteit voor het net verviervoudigd moet worden om de doelstellingen voor 2030 te halen, maar niemand weet waar het geld vandaan moet komen. Waterstof doet het niet veel beter. Europese en nationale auditinstellingen hebben geconcludeerd dat waterstofstrategieën meer worden gedreven door politieke ambities dan door technische of economische realiteit. Weinig projecten vorderen en belangrijke technologieën zijn nog niet volgroeid. Opslagdoelstellingen voor 2040 of 2050 zijn daarom grotendeels speculatief.

    Ironisch genoeg erkent Duitsland zelf nu de beperkingen van zijn model. Bondskanselier Friedrich Merz heeft plannen aangekondigd om tegen 2035 71 gasgestookte elektriciteitscentrales te bouwen om de stroomvoorziening te garanderen tijdens terugkerende periodes van wind- en zonne-energieschaarste, naast subsidies voor industriële elektriciteitsprijzen. Het corrigeren van de tekortkomingen van de Energiewende dreigt nu de concurrentie binnen de EU te verstoren.

    Aan de vraagzijde is de realiteit eveneens hard. Energie-intensieve industrieën ontdekken dat de wereldmarkten niet bereid zijn grote premies te betalen voor ‘gedecarboniseerde’ producten. Zo is de Europese aluminiumproductie sinds 2010 met 25% gedaald, terwijl de wereldwijde vraag met meer dan 70% is gestegen. Hoge elektriciteitsprijzen en de verplichte aankoop van CO2-emissierechten beperken de investeringsmogelijkheden verder.

    Huishoudens worden geconfronteerd met vergelijkbare beperkingen. De verkoop van elektrische voertuigen is gestagneerd, omdat de zorgen over kosten, gebruiksgemak en betrouwbaarheid blijven bestaan. Warmtepompen en isolatie volgden hetzelfde traject: aanvankelijk enthousiasme, teleurstellende resultaten en een instortende vraag zodra de subsidies wegvielen. Alleen strengere regels zouden het verschil kunnen dichten, maar dergelijke regels zouden ten koste gaan van individuele vrijheden.

    De ironie is dat de klimaatimpact verwaarloosbaar zou zijn. Op basis van IPCC-formules concludeert het IREF dat het bereiken van netto nuluitstoot in Europa in 2100 in plaats van 2050 de wereldwijde temperaturen slechts met 0,02 tot 0,06 °C zou veranderen – onder elke zinvolle meetdrempel.


    Het IREF concludeert dat het EU-plan voor netto nuluitstoot feitelijk bij voorbaat kansloos is. De interne samenhang is op deze schaal onhaalbaar, aangezien de lidstaten in verschillende tempo’s vooruitgang boeken. Doorzetten zal desondanks de welvaart en vrijheden schaden en de klassieke mislukking van grootschalige centrale plannen herhalen – wat de Oostenrijkse econoom Friedrich von Hayek ooit omschreef als fatale hoogmoed.

    IREF pleit daarom voor een strategische omkering: een langzamer, realistischer pad naar decarbonisatie, gericht op innovatie in plaats van verplichtingen. Het Franse elektriciteitssysteem op basis van kernenergie produceert al veel lagere emissies dan de EU-visie, die sterk gericht is op hernieuwbare energie en is geïnspireerd op het mislukte Duitse experiment. De geleidelijke vervanging van de resterende kolen- en gascentrales door regelbare, koolstofarme energieopwekking – mogelijk inclusief geavanceerde kernenergietechnologieën – in de komende drie decennia zou zowel economisch als technisch haalbaar zijn. Dit pad zou radicale netvernieuwingen, onrealistische opslagplannen en een discrepantie tussen de uitbreiding van het aanbod en de werkelijke vraag voorkomen.

    Europa begint zich marginaal aan te passen, door de verplichtingen voor elektrische voertuigen te versoepelen en subsidies voor elektriciteit toe te staan. Maar cosmetische ingrepen zullen een fundamenteel gebrekkige strategie niet redden. Een echte heroverweging is hard nodig. Het is beter om nu het roer om te gooien dan te blijven vasthouden aan een illusie die het Europese project zelf dreigt te ondermijnen.

    ***

    Het rapport, in het Frans: «Europese klimaatwetgeving: een economische en maatschappelijke ramp zonder effect op het klimaat», geschreven door Vincent Bénard, IREF, december 2025 – Vincent Bénard is civiel- en ruimtelijk ingenieur en economisch analist. Hij heeft sinds 2021 diverse artikelen en rapporten voor IREF geschreven.

    ***

    Bron hier.






    2 reacties :

    Anoniem zei

    De eu cq escalatie unie is zeer voorspelbaar, bij elk onderwerp wordt er een schepje dwang en drang erboven op gegooid dan hebben ze een grote bek.
    Bij alle andere onderwerpen hoor je en zie je ze niet.
    De patriotten in de eu schreeuwen klare wijn maar het ontbreekt nog aan daden.
    Drain de swamp van de eu , de greengate, de pfizergate ,de corruptiegate, de corona hoax, de klimaathysterie, de oorloghitserij, Stop de massamigratie.
    Niks er gebeurt niks alles staat in een wettelijke lockdown.
    En de eu braakt elke dag nieuwe vrijheidsberovingswetten uit.

    Anoniem zei

    Volgens Rutte zijn we in oorlog, dus geldt het oorlogsrecht. Eigenlijk kunnen al die verraders, in ieder geval in Nederland, probleemloos berecht worden. De doodstraf behoort dan tot de mogelijkheden.

    Een reactie posten