Door Rypke Zeilmaker.

De ABN Amro Carbon Market Strategist kwam 21 oktober met een ‘markt’-prognose voor CO2-prijzen in 2026. Die zullen stijgen van 80 naar 100 euro per ton gebakken lucht op de Europese emissiemarkt ETS.  ETS is een CO2-stoelendans, waar in de eerste fase de grootste 256 Nederlandse bedrijven deelnamen. Ieder stoeltje staat voor een ton CO2- een emissierecht- dat deelnemers moeten kopen bij de overheid om in bedrijf te blijven.

Voor 2035 ziet ABN AMRO een prijsstijging naar 200 euro per CO2-ton. Want ieder jaar neemt het aantal CO2-stoeltjes af dankzij klimaatdoelen. Terwijl er steeds meer deelnemers komen. Hoe meer bedrijfstakken gedwongen worden mee te doen, hoe duurder zo’n emissierecht wordt. Nu geeft de Nederlandse Emissieautoriteit nog gratis stoeltjes weg, maar per 2033 is dat feest voorbij.

Wat prijsstijgingen door CO2-belasting voor je betekenen, kun je per januari al aan de benzinepomp merken. Het ETS-systeem wordt komend jaar namelijk uitgebreid van grote energieproducenten en multinationals naar mkb in de landbouw, scheepvaart en naar brandstofleveranciers als je pomphouder. Die moet voortaan alle CO2-emissies van zijn verkochte benzine compenseren. Een CO2-prijs van 100 euro per ton betekent aan de pomp een extra klimaataccijns van 18,5 cent per liter.

Naast dit klimaatbelastingstelsel ETS groeit nu ook een ‘vrijwillige’ CO2-markt, waarin bedrijven voor Carbon Credits betalen om zich groen te wassen. Carbon Credits lijken sterk op emissierechten, omdat je geld betaalt voor CO2. Maar je koopt ze vrijwillig bij een particulier bedrijf. Zoals de vroegere Climate Neutral Company in Utrecht, die nu Anthesis Group heet. Die credits worden gecertificeerd – dus ‘betrouwbaar bevonden’- door een externe partij zoals ‘Gold Standard.’

Carbon Credits zijn klimaataflaten waarmee je als grootbedrijf laat zien ‘kijk hoe groen wij zijn’. Het compensatiebedrijf belooft dat het met CO2-betalingen boompjes plant op goedkope grond. Of dat ze daar een windturbine mee laten bouwen. Die ‘vrijwillige’ markt kreeg momentum doordat grote bedrijven als een soort PR-investering een klimaatgelofte afleggen. KPN kon zich al in 2015 ‘klimaatneutraal’ noemen, omdat het de CO2 afkoopt met carbon credits en ‘groene’ stroomcertificaten.

In de bankenwereld verspreidden zulke ‘vrijwillige’ klimaatbeloften zich dankzij de Dutch Carbon Pledge in 2015. De 17 grote geldinstellingen van Nederland beloofden dat ze de ‘carbon footprint’ van hun bedrijfsvoering en investeringen gaan boekstaven, om deze vervolgens af te kopen. Een Platform voor Carbon Accounting Financials (PCAF) geleid door ABN Amro helpt ze de CO2-productie van hun portfolio in kaart brengen.

Bij de Centrale Banken verspreidde die ‘vrijwillige’ koolstofbelofte zich via het Network for Greening the Financial System van de centrale bank van centrale banken, de BIS. De aangesloten banken beloven hun hele portfolio te ‘decarboniseren’. De Nederlandse Bank deed dat afgelopen jaar door de 6000 ton CO2 van de bedrijfsvoering met carbon credits af te kopen. Daarmee wordt ‘groenwassen’ via Carbon Credits steeds meer een nieuwe ‘currency’ (waardepapier) in de wereldeconomie..

Het grootste momentum voor ‘vrijwillig’ betalen voor CO2 komt dit jaar door het ‘Inkoop- en Aanbestedingsbeleid 2025’ van de Rijksoverheid. De overheid consumeert 26% van het Nederlandse BBP en is dus de grootste gelduitgever binnen de economie. Wie grote leverancier wil zijn van die overheid moet voortaan laten zien, hoe deze zijn CO2-uitstoot boekstaaft: “Het niveau waarop de aanbesteder is gecertificeerd op de CO2-prestatieladder kan één van de gunningscriteria zijn.”

Die ladder is eigendom van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden. (SKAO) Wie zich tegen betaling aan SKAO niet laat doorlichten, en zijn CO2-zonden vervolgens niet afkoopt valt dan ‘vrijwillig’ buiten de boot. Zonder dat er dus een nieuwe wet nodig is, of enig politiek debat, om een markt voor CO2-credits te genereren. Zo werkt de ‘vrijwillige’ eis om je CO2 af te kopen als sneeuwbal door de rest van de economie.


Het resultaat is een groeiende economie van ‘money for nothing’: waardecreatie uit niets. En daarmee kenmerkt klimaatpolitiek zich eigenlijk als klassiek bankiersproduct. Bankiers kunnen- uit niets- met een druk op de knop je hypotheek verstrekken, en als waardepapier doorverkopen. Met je huis en verdienvermogen als onderpand. Zo mogen klimaatbanken ook CO2-‘geld’ uit niets fabriceren. Maar nu met het feit dat je bestaat – en dus eet, je huis verwarmt en reist- als onderpand. Vrijwillig!

***

Bron: De Andere Krant hier.

***