Foto: Shutterstock.

Van een onzer correspondenten.

Ineens was er heel slecht nieuws voor de warmtepomp in februari van dit jaar. De pomp bleek een enorme vervuiler: 11 keer slechter voor milieu dan gedacht.

Het vakblad Cobouw schreef toen:

‘Deskundigen waren hoogst verrast toen ze de resultaten vergeleken met de warmtepompdata die nu worden gebruikt bij het maken van de verplichte Milieuprestatieberekeningen (Mpg) voor gebouwen. Een warmtepomp is volgens de Nederlandse bouwregelrekensystematiek tot elf keer slechter voor het milieu dan werd aangenomen.’

Warmtepompen waren materiaal-technisch gezien veel slechter voor het milieu dan werd aangenomen. De score, zo bleek uit onderzoek, was ‘zo slecht’ dat nieuwe woningen of kantoren nauwelijks nog aan de regels voor duurzaam bouwen kunnen voldoen.

De NOS bracht eind februari ook slecht nieuws over de warmtepomp. De milieubelasting van de materialen in een warmtepomp blijkt groter dan gedacht.

NOS:

‘Dat wordt duidelijk uit nieuwe berekeningen voor de Nationale Milieudatabase. Die tonen aan dat de milieubelasting van onder meer de productie en hergebruik van de materialen in een warmtepomp elf keer hoger ligt dan gedacht.’

TNO fabriceerde een ‘duiding’ in drie weken


TNO werd gevraagd in een kort tijdsbestek (van 7 tot 31 maart) een bureaustudie uit te voeren naar de milieu-impact en broeikasgasemissies van all-electric warmtepompen, hybride systemen en cv ketels in bestaande bouw.

TU Delta:

‘Het is geschreven in opdracht van de ministeries van Binnenlandse zaken en Economische zaken naar aanleiding van het NOS-artikel. De overheid stimuleert de installatie van warmtepompen om energiegebruik terug te brengen en minder afhankelijk te worden van aardgas. Het zou pijnlijk zijn wanneer die keuze uitmondt in een grotere milieuschade.’

TNO: ‘Geen harde waarheid’ maar ‘conclusies robuust’.


In drie weken is geen echt wetenschappelijk rapport te maken, dat geven zelfs de TNO-onderzoekers toe:

‘Bij het trekken van conclusies, moet worden benadrukt dat de analyse is uitgevoerd met een aantal beperkingen, zoals toegelicht in hoofdstuk 1: binnen een zeer kort tijdsbestek, met een bestaande dataset waarin inconsistenties zitten en alleen voor een beperkt aantal typen warmteopwekking-systemen en energieverbruiksscenario’s.’

‘Het was een snelle literatuurstudie.’


TNO gaat nog een stapje verder om het eigen flits- onderzoek te verantwoorden:

‘Discrepantie in de databronnen: de achterliggende data van sNMD is onvoldoende consistent om een gedetailleerde vergelijking te maken van de drie warmteopwekking-systemen, wat betekent dat er altijd een foutmarge beschouwd moet worden, en de hier gepresenteerde resultaten enkel een algemeen beeld schetsen en geen harde waarheid.’

TNO zal de zaak verder onderzoeken, maar de conclusies zijn desalniettemin nu al duidelijk:

‘Bij het beschouwen van de resultaten en conclusies van dit onderzoek, is het van belang om een aantal aandachtspunten te erkennen, die echter geenszins de robuustheid van de conclusies be├»nvloeden.‘

TU Delta:

‘De ministeries kunnen door met hun beleid.’

Bronnen: hier en hier.

***