Kabinet onthoudt zich van advies over geborgde zetels

Datum:
  • zaterdag 21 mei 2022
  • in
  • Het kabinet kiest in de persoon van minister van Infrastructuur en Waterstaat Mark Harbers (VVD) geen kant in de discussie over het voortbestaan van de geborgde zetels. Dat zegt de bewindspersoon in het debat over deze zetels van woensdag 18 mei.

    18 mei 2022


    Dit debat is een vervolg van een debat dat op 21 april heeft plaatsgevonden en gaat over het wetsvoorstel dat Laura Bromet (GroenLinks) en Tjeerd de Groot (D66) hebben ingediend om geborgde zetels in waterschapsbesturen af te schaffen.

    In aanloop naar het advies - of het ontbreken van een advies - somt minister Harbers op wat de toegevoegde waarde is van de geborgde zetels. De zetels verschaffen kennis en expertise aan de steeds belangrijker wordende waterschappen. Hij onderstreept dat het bestaan van waterschappen allerminst ter discussie staat en dat deze regionale overheden gebaat zijn bij de vakinhoudelijke ondersteuning die geborgde zetels garanderen.

    Verkiezingen 2023

    Ook met het oog op de waterschapsverkiezingen in 2023 en de grote tijdsnood die het zou opleveren om het wetsvoorstel van Tjeerd de Groot (D66) en Laura Bromet (GroenLinks) voor deze verkiezingen in te voeren, spreekt de minister uit dat het aanhouden van geborgde zetels zijn voordelen kent. Voor 1 september moet er duidelijkheid zijn met het oog op publicatie in de Staatscourant om relevant te zijn voor de aankomende verkiezingen. Het zou ook getuigen van respect voor een orgaan, zo belangrijk als de waterschappen, om tijdig te laten weten waar ze aan toe zijn, stelt de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

    Daartegenover stelt Harbers nul voordelen van het afschaffen van de geborgde zetels. Desalniettemin onthoudt Harbers zich van een advies namens het kabinet, tot verbazing van Chris Stoffer (SGP). „Dat het kabinet zicht onthoudt van een standpunt terwijl de kabinetspartijen ChristenUnie, CDA en de VVD tegen het wetsvoorstel zijn, geeft aan hoe stevig D66 de kabinetslijn bepaalt.”

    Stoffer vervolgt dat het totaal onrealistisch is om te stellen dat bekleders van geborgde zetels zich op tijd bij een andere partij kunnen aanmelden om met een andere noemer mee te doen aan de waterschapsverkiezingen van 2023. „Er is een echte werkelijkheid en een papieren werkelijkheid. Zover ik weet moet je een jaar lid zijn van een partij om op een lijst terecht te komen. Als dit wetsvoorstel het haalt, komt er geen enkel persoon van de geborgde zetels in het algemene bestuur van een waterschap.”

    Niet niet-democratisch

    De Groot (D66) en Bromet (GroenLinks) komen tijdens hun pleidooi om het wetsvoorstel door te voeren (en daarmee de geborgde zetels af te schaffen) elke keer terug op een van de drie conclusies die de commissie Boelhouwer in 2020 in een advies formuleerde. Het zou ondemocratisch zijn om zetels per definitie te reserveren voor belangenvertegenwoordigers die niet deelnemen aan verkiezingen, het waterbeheerbeleid is door klimaatverandering een onderwerp geworden dat heel Nederland bezig houdt in plaats van grootgrondbezitters en de vertegenwoordiging van onder meer boeren is praktisch gegarandeerd door de agrarische achtergrond die veel waterschapsbestuurders hebben. 14 procent van de waterschapsbestuurders komen uit de agrarische sector, zegt Tjeerd de Groot tijdens zijn pleidooi. „In Wetterskip Fryslân is dat zelfs 25 procent.”

    Minister Harbers stelt vraagtekens bij de conclusie of de aanwezigheid van geborgde zetels niet democratisch is. „Er is geen sprake van een situatie die niet democratisch is. De huidige situatie is democratisch ontstaan en zijn niet in strijd met actief en passief kiesrecht.”

    Harry van der Molen (CDA) zegt vraagtekens te hebben of het wetsvoorstel van De Groot en Bromet is geboren uit idealisme of 'naakt opportunisme'. „Bromet (GL) begon haar betoog met dat D66 en GroenLinks zijn verbonden aan de waterschapspartij Water Natuurlijk en deze partij stuit vaak op geborgde zetels. Als je dan de oppositie wil uitschakelen, is het afschaffen van deze zetels natuurlijk de manier om het te doen.”

    Maarten Goudzwaard (JA21) stelt dat het wetsvoorstel een oplossing moet zijn voor een niet bestaand probleem. Ook hij vermoedt dat het wetsvoorstel een dubbele bodem heeft, namelijk het verwijderen van 'hindermacht', waarmee hij naar het zelfde principe refereert als Van der Molen.

    Mogelijk intrekken van het wetsvoorstel

    Het amendement van Pieter Grinwis (CU) deed veel stof opwaaien tijdens het tweede termijn. Met het amendement wil Grinwis de geborgde zetels niet afschaffen, maar moderniseren. Gebaseerd op een advies van de Commissie Water gedateerd uit 2015 wil Grinwis geen automatisch plaatsing van een geborgde zetel in het dagelijks bestuur garanderen en wil hij een vast aantal geborgde zetels aanhouden. Twee voor ongebouwd (agrarisch), twee voor bedrijven en twee voor natuur. Deze veranderingen leiden tot een significante wijzigingen voor het wetsvoorstel waar al lang en vurig over gediscussieerd wordt. Dit tot ongenoegen van Joost Sneller (D66), Senna Maatoug (GL) en de initiatiefnemers De Groot en Bromet.

    De Groot: „Er is één zin in het amendement die de initiatiefnemers onaangenaam heeft geraakt. Namelijk: ‘dit is de enige manier om te voorkomen dat de geborgde zetel vervalt’. Dat maakt dit een buitengewoon lelijk amendement.”

    De Groot vervolgde met dat als het amendement van Grinwis genoeg stemmen krijgt, de intiatiefnemers het wetsvoorstel intrekken, tot grote verbolgenheid van Van der Molen, Minas en Grinwis. Van der Molen zegt dat het de gekheid ten top is dat De Groot en Bromet niet bereid zijn wijzigingen te overwegen in Tweede Kamer, maar wel bereid zijn tot compromissen in de Eerste Kamer. Compromissen die inhoudelijk overeenkomen met het amendement van Grinwis.

    Verder pleit Grinwis ook voor het moderniseren hoe de invulling van de geborgde zetels tot standkomt. De PVV en JA21 steunen deze opvatting. De huidige gang van zaken is dat de geborgde zetels door LTO worden ingevuld, terwijl 45 procent van de boeren zich niet goed vertegenwoordigd voelt door LTO. Dit is ook een argument van De Groot en Bromet om de geborgde zetels af te schaffen en het democratisch proces leidend te laten zijn.

    Mocht het wetsvoorstel aangenomen worden, dan pleiten Minas (VVD), Goudzwaard (JA21) en Van der Molen (CDA) er met een motie voor dat de wet pas van kracht gaat voor de waterschapsverkiezingen van 2027 om te garanderen dat de aankomende verkiezingen niet met grote spoed hervormd moeten worden.

    Alles of niets

    De PVV kan doorslaggevend zijn in het wel of niet aannemen van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer. Belangengroep Farmers Defence Force startte eerder ook een initiatief met de hoop de PVV achter zich te scharen. De PVV heeft in de persoon van woordvoerder Barry Madlener een ander perspectief op hoe doorslaggevend de partij kan zijn. „Ondanks de vele verontruste reacties die we hebben gehad van boeren, zijn we van mening dat het democratiseren van de waterschappen niet de plaats van boeren in waterschappen in gevaar brengt. De PVV kreeg min of meer de sleutel in handen gedrukt of dit wetsvoorstel het zou halen of niet, maar kijkend naar de samenstelling van de Eerste Kamer, lijkt dit wetsvoorstel het niet te gaan halen. Dus naar mijn ogen is het óf akkoord gaan met het amendement van Grinwis of niets.”

    Stelling

    De redactie van deze website heeft via een stelling gevraagd hoe de lezers denken over het potentieel afschaffen van de geborgde zetels. Een overgrote meerderheid van de 523 stemmers (89 procent) vindt dat het in het belang van de landbouw is dat de geborgde zetels in waterschappen blijven bestaan. Slechts 10 procent was het daarmee oneens. Tegenstanders van het afschaffen van de geborgde zetels zijn bang dat de politieke waan van de dag de stemming in waterschapsbesturen gaat bepalen. Dat zou meerjarig beleid niet ten goede komen.

    De stemming over het wetsvoorstel, de motie en het amendement vindt plaats op dinsdag 24 mei.




    0 reacties :

    Een reactie posten