Aftreden Rutte III lost wel degelijk iets op

Datum:
  • donderdag 14 januari 2021
  • in
  • Categorie: , ,
  •  Als de ‘grondslagen van de rechtsstaat zijn geschonden’, rest kabinet slechts ultieme knieval. Vervolgens liggen oplossingen voor de hand.

    Arendo Joustra


    Je hoort steeds dat het aftreden van het kabinet om de toeslagenaffaire ‘niets oplost’. En dat klopt natuurlijk. Als je het kind van de buren hebt aangereden, lost ‘sorry’ zeggen ook niets op. Maar die stap moet je wel eerst zetten, wil je de buren ooit nog onder ogen durven komen. En niet alleen de buren, de hele buurt.

    Buitenlandse bezettingsmacht

    Alle zogenaamd gescheiden machten van de overheid hebben in de toeslagenaffaire gefaald. Niet alleen de regering, ook het parlement. En niet alleen de ambtenarij, ook de rechterlijke macht. En niet even, maar vele jaren lang. En niet ten koste van een enkele burger, maar ten koste van vele duizenden burgers. En het ging niet om geld voor de postzegels, maar om hele jaarinkomens.

    Zoiets massaals overkomt burgers normaal gesproken alleen onder een buitenlandse bezettingsmacht. Als alle geledingen van de staat samenspannen om geen recht te doen. Als het hele systeem van geschreven en ongeschreven regels die voor een machtsbalans moeten zorgen, niet werkt. Als tegenspraak van onderop wordt genegeerd. Als rechters hun taak veronachtzamen.

    De meeste burgers zien het kabinet als de verpersoonlijking van de staat. Dat laat zo’n kabinet zich in goede tijden ook graag aanleunen. En juist vanwege die symboolfunctie moet het kabinet aftreden. Niet omdat het als enige schuld heeft, als het al schuld heeft, maar omdat het de nationale overheid, ‘het systeem’, representeert. Als het kabinet aftreedt, doet het dat als het ware ook namens het parlement, de ambtenarij en de rechterlijke macht.

    Kabinet leest andere Europese landen vaak de les

    Als de toeslagenaffaire niet tot het aftreden van een kabinet leidt, wat moet er dan wel niet gebeuren in Nederland? De ‘grondbeginselen van de rechtsstaat zijn geschonden’, aldus het verslag Ongekend onrecht van de parlementaire ondervragingscommissie. Kan het erger?

    Premier Viktor Orbán van Hongarije

    Lees dit opiniestuk van Robbert de Witt terug: Coronacrisis geen excuus voor Orbán om democratie te torpederen

    Zeker een kabinet dat in de Europese Unie vooroploopt als het gaat om het kapittelen van landen als Polen en Hongarije, omdat de regeringen daar de rechtsstaat ondermijnen, moet de ultieme knieval maken. Uiteraard niet voor deze twee lidstaten, hoewel die Nederland natuurlijk niet meer serieus nemen als deze knieval achterwege blijft. En ook niet alleen voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Maar voor alle burgers. ‘Sorry’ zeg je niet alleen tegen de buren van wie je het kind hebt aangereden, maar tegen de hele buurt. Wil je ze ooit nog onder ogen durven komen.

    Met zo’n ontslag stort het kabinet het land niet in een crisis. De Koning houdt het ontslag zoals gebruikelijk in beraad en verzoekt de ministers ‘al datgene te verrichten wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk achten’. Normaal gesproken verzoekt hij het kabinet ook binnen 83 dagen verkiezingen uit te schrijven, maar die staan al gepland, op 17 maart.

    Met andere woorden: het kabinet kan demissionair – dat was het anders op 17 maart toch wel geworden – gewoon doorgaan met het bestrijden van de coronacrisis. En, belangrijker nog, het kan zich buigen over de verdere compensatie voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire en over maatregelen om te voorkomen dat de ‘grondbeginselen van de rechtsstaat’ nog eens worden geschonden.

    Wat zouden die maatregelen kunnen zijn?

    Vakkennis was niet meer nodig in de ambtenarij

    Eerst maar de ambtenarij. Een paar decennia geleden is bedacht dat de hoge ambtenaren op de ministeries vooral goede managers moeten zijn. Vakkennis was niet meer nodig, om de vijf jaar rouleren wel. Het gevolg is dat de meeste topambtenaren te weinig kennis van zaken hebben en niet weten wat in het ministerie omgaat.

    Of zoals een oud-minister vertelt: ‘Vroeger kwam de minister van Financiën uit de ministerraad terug op het ministerie, vertelde wat besloten was en dan zei de directeur-generaal belasting: “Geen sprake van, dat kan helemaal niet.” Die man was zelf nog belastinginspecteur geweest en wist van de hoed en de rand. Tegenwoordig zit daar bij wijze van spreken iemand die eerder leiding gaf aan Staatsbosbeheer en die knikt gehoorzaam.’

    Dus stop met rouleren en rekruteer topambtenaren uit de medewerkers van het ministerie.

    Lees ook het nieuwjaarsessay van Arno Visser: Er is te veel, niet te weinig informatie

    Kamer bekommert zich zelden over uitvoerbaarheid wetgeving

    Dan de Tweede Kamer, die vijftien jaar geleden zelf akkoord is gegaan met het systeem van toeslagen. Kamerleden bekommeren zich zelden over de vraag of wetgeving wel uitvoerbaar is, zo luidt al jaren de klacht van de Raad van State en de Algemene Rekenkamer (zie ‘Er is te veel, niet te weinig informatie’).

    Het is de Tweede Kamer die fiscale en sociale wetgeving hopeloos ingewikkeld maakt, door op elke regel een uitzondering te bepleiten, en daarop ook weer een uitzondering en zo verder. Kamerleden hopen zo goede sier te maken bij hun achterban. Of de ambtenaren het nog kunnen bijbenen, is een vraag die zelden aan de orde komt.

    Beter is om regels meer algemeen te houden en niet voor elk speciaal geval een uitzondering te maken. Dit kan door het invoeren van een zogeheten ‘hardheidsclausule’, waarmee van de regel kan worden afgeweken als de toepassing tot uitzonderlijk onbillijke resultaten zou leiden. Dat is dan aan de ambtenaar aan het loket.

    Een dergelijke oproep heeft weinig zin, aangezien Kamerleden al net zo snel rouleren als topambtenaren. Daarbij is het collectief geheugen gering. Wat zou helpen, is een verplichte ‘uitvoeringstoets’. Daarmee wordt de Tweede Kamer gedwongen te bezien of de regels die ze voorstellen of accorderen, wel kunnen worden uitgevoerd.

    Heftige terechtwijzing van de derde macht

    Ook de rechterlijke macht moet zich het verslag Ongekend onrecht aantrekken. Die zou ‘jarenlang’ haar belangrijke functie van rechtsbeschermer van individuele burgers ­hebben ‘veronachtzaamd’. De commissie ‘is geraakt’ door het ‘wegredeneren van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, die zouden moeten dienen als stootkussen en beschermende deken voor mensen in nood’.

    Dat is een heftige terechtwijzing van de derde macht, die zich er juist altijd op laat voorstaan dat zij indi­vi­duele burgers beschermt tegen de macht van de staat. Een oplossing zou zijn om de rechtsprekende tak van de Raad van State, de hoogste instantie als burgers een probleem hebben met de overheid, daarvan los te koppelen.

    Ziehier drie voor de hand liggende oplossingen waarmee een demissionair kabinet aan de slag kan.

    ELSEVIER

    0 reacties :

    Een reactie posten