'We moeten oppassen dat we niet doorslaan,....
11-12-2025
Het grondstoffelijke klimaatrealisme van Andrej Babiš
Van een onzer correspondenten.
‘We moeten oppassen dat we niet doorslaan, bijvoorbeeld door geen kinderen meer te krijgen of vegetariër te worden alleen maar vanwege het klimaat.’
In het politieke denken van Andrej Babiš, voormalig premier van Tsjechië en gisteren als premier herbenoemd, neemt het vraagstuk van klimaatverandering een opvallend genuanceerde plaats in. Terwijl West-Europese leiders vaak spreken over ‘klimaatnoodtoestand’ en ‘radicale transitie’, beroept Babiš zich op wat hij zelf als een realistische benadering beschouwt: een beleid dat rekening houdt met nationale economische structuur, energie-afhankelijkheid en sociale draagkracht. In die zin weerspiegelt zijn klimaatrealisme zowel de politieke cultuur van Tsjechië als de heropleving van eurosceptische pragmatiek in Midden‑Europa.
Babiš positioneert klimaatbeleid niet primair als een morele of ecologische plicht, maar als een economische afweging.
Zijn redenering vertrekt vanuit het idee dat Tsjechië — met een industriële basis en een aanzienlijke afhankelijkheid van steenkool en auto-export — zich geen ‘overhaaste groene revolutie’ kan veroorloven. Daarmee keert hij zich tegen ambitieuze Brusselse emissiedoelen die volgens hem ‘de prijzen opdrijven en banen bedreigen’.
Deze nadruk op kosten‑efficiëntie past in de bredere Midden‑Europese traditie van sober realisme: een houding die klimaatactie erkent, maar afmeet aan de nationale belangen van energiezekerheid en competitiviteit. Het is een vorm van strategisch conservatisme waarin technologische innovatie, zoals kernenergie of waterstof, de voorkeur krijgt boven regulerende of fiscale druk.
Hij contrasteert zichzelf met wat hij noemt de ‘klimaatideologen’ — politieke tegenstanders die volgens hem ‘leven in theoretische modellen in plaats van de realiteit van gewone mensen’.
Het gebruik van de term realistisch in Babiš’ discours is retorisch krachtig. Die retoriek plaatst hem tegelijk in het kamp van de volkse verdedigers van levensstandaard en in dat van de rationele bestuurselite die zich beroept op economische cijfers.
Babiš noemt de EU Green Deal en ‘Fit for 55‘ ideologisch, potentieel een ‘European Green Suicide’ door gebrek aan kostenanalyse en flexibiliteit voor lidstaten. Hij pleit voor realistische stappen, rekening houdend met grote vervuilers als China en de VS, en waarschuwt voor economische schade zoals hogere prijzen en banenverlies.
Interessant genoeg mobiliseert dit discours geen openlijk klimaatontkennen, maar eerder een vorm van klimaatrelativisme: de erkenning van het probleem gekoppeld aan de afwijzing van drastische oplossingen. Het effect is dubbelzinnig — Babiš presenteert zich zowel als verantwoordelijke manager als behoeder van nationale autonomie tegen ‘externe dwang’ van de EU.
Terwijl Duitsland, Nederland en Frankrijk inzetten op snelle decarbonisatie, delen Tsjechië, Polen en Hongarije de vrees dat te scherpe klimaatnormen hun industriële basis zullen ondermijnen.
Binnen de Europese context weerspiegelt Babiš’ klimaatrealisme een bredere spanning tussen Oost en West. Zo verdedigde Babiš tijdens EU‑onderhandelingen het belang van kernenergie als groene brugtechnologie, waarmee hij zowel de ‘milieulogica’ als de ‘energie‑autonomie’ trachtte te bewaren.
In dit opzicht is zijn houding representatief voor een technocratisch populisme: hij combineert nationale belangenbehartiging met een beroep op ‘gezond verstand’ tegenover abstracte, door elites opgelegde klimaatdoelen.
Het klimaatrealisme van Andrej Babiš is uiteindelijk minder een afwijzing van klimaatwetenschap dan een manifestatie van Centraal‑Europese moderniteit: pragmatisch, voorzichtig en gefundeerd in economische zelfbehoud. Het weerspiegelt een politieke cultuur waarin transitie pas geloofwaardig is als ze sociaal en economisch uitvoerbaar blijft.
***
Dit artikel is mede tot stand gekomen door middel van perplexity.ai
***

0 reacties :
Een reactie posten