Het blijft het geld van ons burgers.
3-9-2026
Van transitie naar sentiment-sturing: Jetten koopt steun met gereserveerd klimaatgeld
Door Jan van Friesland.
Het kabinet Jetten zet voor 2027 en verder zwaar in op het Klimaat- en energiefonds (het voormalige Klimaatfonds) om de energietransitie te financieren, maar de bestedingen roepen vragen op over prioriteiten, draagvlak en de verhouding tussen investeringen en compensaties. Het Ontwerp-Meerjarenprogramma 2027 (MJP 2027) vormt de basis voor de uitgaven uit het Klimaat- en energiefonds, waarin miljarden euro’s zijn gereserveerd voor de transitie – belastinggeld door burgers opgebracht.
Feest van de energietransitie: Jetten financiert ‘maatschappelijk draagvlak’ met klimaatgeld dat voor klimaatdoelen zelf bestemd was.
De financieringskeuzes botsen op principiële kritiek van rechts, met name van JA21. Die partij stelt al langer dat het Klimaatfonds te veel geld steekt in ‘nog niet voldoende bewezen, inefficiënte technologieën en programma’s’, en ziet de begroting als een koers die de verkeerde kant op stuurt: naar wind op zee en warmtenetten, terwijl energie ‘nu al niet te betalen is en de industrie vertrekt’.
Sentimentbestrijding is inmiddels een onderdeel geworden van de begrotingsfilosofie: bij klimaatbeleid is alles geoorloofd.
In Nederland zijn de energiekosten, inclusief de klimaatcomponenten in de prijsopbouw, al de hoogste van Europa. In dat licht is het opvallend dat het kabinet middelen uit het Klimaat- en energiefonds – bedoeld om de transitie te betalen – inzet om de energierekening en brandstofkosten tijdelijk te verlagen, zodat de transitie ‘betaalbaar’ blijft. In de eigen stukken heet dat expliciet:
‘Het succes van de klimaat- en energietransitie valt of staat met draagvlak. Om de kosten voor de energierekening te dempen wordt de belastingvermindering in de energiebelasting incidenteel verhoogd in 2026, 2027 en 2028.’
Als huishoudens en bedrijven de energiekosten niet kunnen dragen, zakt namelijk de politieke steun voor klimaatmaatregelen. Sentimentbestrijding is inmiddels een onderdeel geworden van de begrotingsfilosofie: bij klimaatbeleid is alles geoorloofd.
Het Klimaatfonds is juridisch een reservering; het kabinet kan later beslissen waar het geld naartoe gaat, dus ook naar prijsverlichting, maar het slaat als een tang op een varken.
Critici – van hoogleraren tot oppositiepartijen – wijzen op drie spanningen:
- Doelverschuiving: Het fonds is bedoeld om CO₂ te reduceren via investeringen; lagere energie- en brandstofbelastingen stimuleren juist (meer) gebruik;
- Budgettaire concurrentie: Elke euro die naar prijsverlichting gaat, kan niet naar netten, warmtenetten, industrie-decarbonisatie of andere transitieprojecten;
- Structurele afhankelijkheid: Als ‘incidentele’ verlagingen jaren worden herhaald (2026–2028 en mogelijk langer), ontstaat een patroon waarin betaalbaarheid steeds weer met fondsgeld wordt gekocht, in plaats van met structurele kostenverlaging;
De democratische legitimatie van deze budgetpolitiek is veel dunner dan de toelichting in het MJP suggereert. Inhoudelijk ontstaat er een spanningsveld: middelen die oorspronkelijk werden gepresenteerd als investeringen in CO₂-reductie – om de wereld te redden – worden nu structureel ingezet voor prijsverlichting en ‘maatschappelijk draagvlak’, terwijl de koppeling aan concrete emissiereductie in de praktijk helemaal vervaagt. Dat roept de vraag op of de parlementaire controle toereikend is wanneer beleidsmatige doelverschuivingen via begrotingstechnische trucs worden genormaliseerd. Het blijft het geld van ons burgers.
***

0 reacties :
Een reactie posten